nieuws

V en W wil geen aparte wet grote poen

bouwbreed Premium

Het ministerie van Verkeer en Waterstaat voelt er weinig voor een Wet Grote Poen in te voeren, zoals de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid vorige week voorstelde. Wel wil het ministerie onderdelen uit het voorstel toevoegen aan de inmiddels aangepaste regelgeving (PKB, Trace- en Nimbywet) voor grote poen. Aanbouw in plaats van nieuwbouw.

Het ministerie gaf deze reactie, bij monde van secretaris-generaal mevrouw T. Beek, op het congres ‘Versnellen besluitvorming bij grote projecten’, dat gisteren in Rotterdam werd gehouden.

De WRR kwam vorige week met het voorstel, nadat de regering in 1991 aan de raad had gevraagd te bekijken hoe de besluitvorming rond grote infrastructurele poen beter, en vooral sneller, kan. Inmiddels heeft overheid niet stilgezeten. Zo structureert de onlangs ingevoerde Tracewet de besluitvorming in fasen en maakt daarnaast een concentratie van besluiten mogelijk.

Ook bieden de wijzigingen van de Wet Ruimtelijke Ordening (planologische kernbeslissing en Nimby-regeling) mogelijkheden voor meer structuur en concentratie.

Beide wetten zoeken de oplossing van samenhang echter in het sterker centraliseren van de besluitvorming en van dwang en sturing van lagere overheden.

Het voorstel van de WRR staat juist een grotere betrokkenheid van de lagere overheid voor. Het rijk komt met een principe-besluit voor grote projecten, waarin het de ‘wenselijkheid’ van aanleg aangeeft. De inhoudelijke uitvoering ervan wordt juist door de lagere overheden vastgesteld. Alleen als er sprake is van vergaande onenigheid moet het kabinet ingrijpen, zo stelt de WRR voor.

Daarnaast wijst de raad op het versnipperde karakter van het huidige besluitvormingsproces, waarin hoofd- en bijzaken in alle fases door elkaar heen lopen.

Beek liet weten dat Verkeer en Waterstaat de noodzaak van een duidelijker fasering met heldere markeringspunten te onderschrijven. Vooral de aanloopfase moet volgens Beek worden aangepakt. “Zo’n nut- en noodzaak-besluit (Beginselbesluit in de terminologie van de WRR, red.) dient de randvoorwaarden voor een groot po te bevatten. Het moet een integrale afweging zijn van de belangen. Essentieel is dat het besluit over nut en noodzaak een bindende status krijgt om de volgende fasen efficient te doorlopen. Dat vraagt aanpassing van de PKB-procedure. Deze zal zich moeten inperken tot zijn eigenlijke functie: de ruimtelijke inpassing van het po.”

Niet formeel

Beek benadrukte dat de eerste fase ook niet te formeel moet worden. “Je moet het in eerste instantie goed willen doen. Op dit moment zijn we nog teveel geneigd vragen en oplossingen binnenshuis te zoeken. Dat moet anders. Meer ‘in the open’. Daar ligt de basis voor het broodnodige draagvlak. Met dat draagvlak is het voor het bestuur makkelijker een rechte rug te houden en te voorkomen dat bij de verdere uitwerking opnieuw op het beginselbesluit wordt teruggekomen. Een rechte rug regel je trouwens nooit bij wet”, zo voegde de secretaris-generaal er aan toe.

Toejuichen

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) zei op het congres de filosofie van de WRR, “om de gemeenten niet uit te schakelen maar in te schakelen”, toe te juichen. “De aanbevolen procedure heeft”, zo zei H. Pluckel van de VNG, “tot gevolg dat het zwaartepunt van de ruimtelijke inpassing niet meer bij het bestemmingsplan ligt maar bij het uitvoeringsbesluit.” Pluckel besloot te zeggen het voorstel van de wetenschappelijke raad positief te benaderen. “De veelheid aan afzonderlijke, vaak sectorale procedures, vragen om integratie. Juist bij grote poen komt men met al deze procedures in aanraking.”

Reageer op dit artikel