nieuws

Opdrachtgever krijgt meer oog voor mens en milieu

bouwbreed

Opdrachtgevers houden geleidelijk aan meer rekening met het welbevinden van de te huisvesten mensen en met het milieu in het algemeen.

In het geval van dienstverlenende organisaties hangt die aandacht volgens senior adviseur ir. J. Bergs van DHV AIB uit Amersfoort samen met de consumenten die gevoelig zijn geworden voor een groen imago. Een meer of minder milieuvriendelijke aanpak bepaalt ook voor een deel het beeld dat organisaties van zichzelf willen geven.

Zo kan het gebeuren dat een energiebedrijf een pand laat bouwen dat op alle mogelijke manieren bijdraagt aan een vermindering van het energieverbruik. De directie laat op die manier weten dat de toestand van het milieu hen zeer ter harte gaat.

Op dat moment dient zich de vraag aan wat milieubewust bouwen nu eigenlijk is. Sommigen menen dat het gebouwen oplevert met leemwanden, echt houten kozijnen en een grasdak. Anderen stellen zich een hoogtechnologisch gebouw voor dat met alles rekening houdt behalve met de gebruikers. Een algemene definitie van milieuvriendelijke bouw valt evenwel niet te geven omdat het optimum voor iedere organisatie anders ligt.

Sick Building

De aandacht voor gezond bouwen is volgens Bergs een reactie op het ‘sick building syndroom’. Zo’n tien jaar geleden diende zich de eerste aanzet tot verbetering aan. De nadruk lag toen vooral op de toestand van de lucht en de verwarming. Geluid en licht kwamen minder aan de orde. Nadien viel onder het binnenklimaat in de aandacht van de SBS-wetenschappers ook het akoestische klimaat en de aanwezigheid van daglicht.

Tegenwoordig speelt ook het uitzicht een rol. Een kwalitatief goede werkomgeving biedt de werknemer ook een bepaalde mate aan privacy waarbij de inrichting het personeel voldoende ruimte moet bieden. Dat alles draagt er aan bij dat mensen niet worden gedwongen tot communicatie maar zich ke treffen op bepaalde plaatsen.

Daarin voorzien gaat volgens Bergs verder dan ‘meten is weten’.

Nagenoeg onmeetbaar maar niet zonder invloed op het welbevinden is de positieve invloed van water en groen. Weer wel te meten is de bijdrage die water levert aan de luchtvochtigheid. In het geval van planten is te meten hoe het groen schadelijke stoffen in de lucht als benzeen en formaldehyde opneemt. Lang bleef gezondheid een aspect waar alleen de medische sector zich over boog. Daar brengt het weinig veranderingen teweeg omdat deze beroepsgroep te ver afstaat van opdrachtgevers voor bouwwerken.

De laatsten zullen zich daarentegen wel voor het onderwerp interesseren wanneer ze ontdekken dat een gezond gebouw bijdraagt aan een verhoging van de produktiviteit en aan een verlaging van het ziekteverzuim. Op zich geen verantwoordelijkheid van bijvoorbeeld poontwikkelaars,al zou een gezond gebouw een extra element in de marketingstrategie ke betekenen.

Ziekteverzuim

Onderzoek toonde volgens Bergs namelijk aan dat het verlies aan produktiviteit in het doorsnee kantoor zo’n vijf procent kan belopen. Dat staat gelijk aan een bedrag dat jaarlijks in de miljoenen kan lopen. Soortgelijke bedragen geven bedrijven niet zelden uit aan gespecialiseerde bureaus die aanbevelingen moeten doen over de wijze waarop een verhoging van de produktiviteit kan worden bereikt waarmee een onderneming de continuiteit kan veilig stellen.

Geleidelijk aan dringt het tot organisatiedeskundigen door dat het gekapitaliseerde verlies aan produktiviteit geinvesteerd kan worden in de bouwsom. In plaats van bijvoorbeeld – 250 per vierkante meter kan een opdrachtgever dan – 400 per vierkante meter uitgeven. Een lager ziekteverzuim en een hogere produktiviteit zorgen ervoor dat de extra investering in een gezond gebouw wordt terug verdiend.

Rekening houden met het milieu vereist volgens Bergs dat de bijbehorende voorwaarden al vroeg in het bouwproces aan de orde komen. Dan is er nog ruimte in het budget om rekening te houden met bijvoorbeeld de inbreng van bepaalde materialen. Later in de voorbereiding milieubewuste aspecten inbrengen houdt in dat het budget en de planning in het gedrang komen. Het zijn juist die elementen die de opzet van het bouwproces bepalen.

Van tevoren moet bekend zijn welke aspecten bijdragen aan een milieusparend gebouw. Het programma van eisen geeft de geselecteerde uitgangspunten een definitief karakter. Centraal staat daarin het primaire proces, de activiteiten die mensen nu en in de toekomst verrichten. Vanaf dat moment ke prestatie-eisen worden opgesteld. Het valt in deze te overwegen de eerste vergaderingen te houden op plaatsen waar de deelnemers zich op de hoogte ke stellen van gezonde en milieubewuste oplossingen.

Handleiding

Bij de inventarisatie van de te gebruiken materialen wordt volgens Bergs sinds kort vaak de handleiding van de SEV geraadpleegd. De inhoud daarvan gaat vooralsnog alleen voor de woningbouw op. De bouw van kantoren stelt beduidend andere eisen. De handleiding biedt echter wel een goed uitgangspunt voor discussie.

In het verlengde daarvan valt op termijn dan ook een aparte SEV-handleiding voor kantoren te verwachten. Tot dan schiet de handleiding voor de woningbouw tekort omdat kantoren een ander doel dienen dan woningen. Een dergelijk gebouw moet bijvoorbeeld een bepaalde uitstraling hebben wat bijvoorbeeld de toepassing van het in het algemeen weinig milieuvriendelijk genoemde aluminium in de gevels met zich meebrengt.

In het verlengde van de bouw liggen volgens Bergs de aspecten die met sloop samenhangen. De ontwerpers van een goed kantoor moeten zich rekenschap geven van de materialen. Asbest heeft in deze een boeiende les geleerd. Over de risico’s van minerale vezels bestaat nog geen zekerheid. Om die reden wordt aangeraden steenwol goed in te pakken. Een goed alternatief is nog niet op grote schaal voor handen.

Inrichting

Een gezond gebouw stelt volgens Bergs eveneens eisen aan de inrichting. Zo bepaalt de reflectie van licht op de oppervlaktestructuur van wanden voor een deel het welbevinden. Nu is het onmiskenbaar dat mensen in deze een referentie opbouwen op basis van persoonlijke herinneringen. Mensen dragen echter ook herinneringen met zich mee die voortkomen uit de evolutie en die bij alle mensen nagenoeg gelijk zijn. Uit die collectieve herinnering komt de behoefte voort aan uitzicht, een eigen plek en aan mogelijkheden om zijn omstandigheden zelf te beinvloeden.

Wie in een gebouw met een geconditioneerd klimaat aan de regelknop van een radiator draait zal niet of nauwelijks een verandering bespeuren tenzij het systeem ontregeld raakt. Wanneer er niets gebeurt ontregelt dat het gemoed van het personeel wat stress veroorzaakt. Dat laatste kan ook optreden wanneer een gebouw geen mogelijkheden tot simpele veranderingen biedt als bijvoorbeeld het openzetten van een raam.

Straling

Gezond bouwen houdt volgens sommigen ook rekening met bepaalde vormen van straling. Te denken valt aan elektromagnetische straling maar ook aan aardstraling. De aarde heeft een natuurlijk veld dat door waterstromen en breuken verstoord raakt. Op plaatsen waar dat het geval is zou bouwen af te raden zijn. Een wichelroedeloper kan die plaatsen ontdekken. In een technologisch gezelschap roept die activiteit meestal scepsis op. In die kringen geldt dat meten gelijk staat aan weten. Meten is evenwel vaker een middel om onwetendheid te verdoezelen. Van die scepsis blijft doorgaans weinig over wanneer in de persoonlijke sfeer blijkt dat minder grijpbare zaken wel degelijk hun invloed uitoefenen. Het zal desondanks de nodige tijd duren voordat ingenieursbureaus wichelroedelopers in dienst nemen, zo dat ooit zal gebeuren.

Verhuurbaarheid

Beter grijpbaar zijn volgens Bergs de specifieke eisen die de aard van de activiteiten stelt aan de indeling van kantoren en daarmee aan de bouwkundige uitvoering. De medewerkers van een gemeentehuis verrichten veel werk aan balies die in grote ruimtes staan. In het geval van een accountantskantoor zitten de medewerkers in aparte kamers terwijl een verzekeringskantoor het personeel niet zelden onderbrengt in kantoortuinen.

Kantoren staan vaak op andere locaties dan woningen wat eveneens specifieke eisen aan de uitvoering stelt. Zo ke de gebouwen dienen als buffer tussen een verkeersweg en een woonwijk wat een andere gevelconstructie vereist. Niet in de laatste plaats dragen de opdrachtgevers voor kantorenbouw bij aan het verschil met de woningbouw. Beleggers en investeerders in kantoren begeven zich op een markt waar reeds een groot aanbod is. Rekening houden met gezond en milieubewust bouwen vergroot de verhuurbaarheid.

Wil het zover komen dan moet er een antwoord komen op de vraag wat nu precies het primaire proces van de organisatie is. Het gaat daarbij niet alleen om de huidige werkzaamheden maar ook om de taken die in de toekomst worden verricht en om de manier waarop die worden uitgevoerd. Een adviseur moet deze behoeften omzetten in eisen en zet daarmee de belangrijkste stap in de richting van de milieubewuste bouw. Deze voorwaarden ke botsen met de belangen van de opdrachtgever die een gebouw met een zo groot mogelijke flexibiliteit wenst die hem in staat stelt het pand ook na verloop van jaren nog te ke verhandelen. Een goed ontwerper die de nodige creativiteit aan de dag legt zal echter ook hier met alleszins aanvaardbare oplossing ke komen.

‘Meten is vaak een middel om

onwetendheid te verdoezelen.’

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels