nieuws

Haagse architectuur en stedebouw

bouwbreed

In de serie ‘Architectuur en stedebouw’ verscheen een deel over jonge monumenten en stedebouw in Den Haag. Het boek biedt in kort bestek een goed beeld van de stedebouwkundige ontwikkelingen in de hofstad en de architectuur tussen 1850 en 1940.

In de bij uitgeverij Waanders verschijnende serie boeken naar aanleiding van het Monumenten Inventarisatie Po geeft het nieuwe deel over Den Haag een goed inzicht in de overzichtelijke stedebouwkundige ontwikkeling. Rond het Binnenhof ontstond de stad die betrekkelijk lang wat de omvang betreft dorpse allure behield. Een stadsmuur heeft Den Haag nooit gehad, het bleek voldoende om op aandringen van prins Maurits in de zeventiende eeuw een singel-omgrachting uit te voeren. Die werd zo royaal opgezet, dat men tot in de negentiende eeuw voldoende bouwterreinen binnen de stadsgracht had. Het werd toen echter wel eivol in sommige stadsdelen. Vooral de woonwijken met door de stad aangetrokken arbeiders waren heel dicht bebouwd.

De stedebouwkundige ontwikkelingen zijn in grote lijnen tot de recente periode doorgetrokken. Zo biedt het boek een aantrekkelijk overzicht in een kort bestek.

Jonge monumenten

Ook bij de Haagse inventarisatie is een groot aantal gebieden ontdekt die geschikt zouden zijn voor de aanwijzing als beschermd gezicht. De teneur van de inventarisatie lijkt er soms op te wijzen dat er met veel gemak allerhande even afwijkende stedelijke gebieden liefdevol zijn geomennventariseerd, zonder dat het realistisch lijkt om alles te beschermen. Maar met een hoge inzet lijkt de kans groter op meer de inschrijvingen dan bij een kritischer selectie.

Den Haag is rijk aan individuele jonge monumenten. Het is opmerkelijk dat in een boek als dit geen apart hoofdstuk is besteed aan de Haagse School die in de architectuur tot nu toe is ondergewaardeerd. Na de tentoonstelling van vorig jaar in het Haags Historisch Museum moet de publikatie bij die expositie nog steeds verschijnen, als het er werkelijk nog van komt. Alleen om die reden had een kort helder signalement van deze stroming in de architectuur in dit boek over jonge monumenten in Den Haag niet mogen ontbreken.

Er staat tegenover, dat Den Haag toch al zoveel te bieden heeft, dat dit deel tot een van de dikkere in de serie behoort.

Van de Haagse passage wordt veel over de geschiedenis verteld, maar ontbreekt een verwijzing naar de moderniseringen waarbij de lichtkappen sterk zijn gewijzigd en vrijwel alle ornamenten van de gevels boven de winkels zijn verwijderd.

Wat kritischer is de toelichting op de gevelwand direct aan de Hofvijver, waar naar het ontwerp van rijksbouwmeester Knuttel in 1913 een reeks ministeries is gebouwd. Behoudens het torentje voor de ministerpresident en nog een enkel fragment is de historiserende architectuur van rond de eeuwwisseling! Soms geven foto’s een verrassende aanvulling op hetgeen in het stadsbeeld bekend is van de gevels.

De monumentale ruimten met eclecticistische vermenging van historische stijlen in de societeit voor heren, De Witte aan het Plein, is royaal op een interieurfoto weergegeven.

Zo treft men in Den Haag een bonte variatie in jonge monumenten aan, ook met bekende hoogtepunten als de Nirwanaflat en ambachtsschool van Duiker en het Haags gemeentemuseum als laatste grote opdracht van Berlage. Het zijn interessante topmonumenten die nu in de context van andere gebouwen in hun tijd worden gepresenteerd.

‘Architectuur en stedebouw in Den Haag 1850-1940’. Uitgeverij Waanders, Zwolle 1994. Formaat: 19 x 24,5 cm, 160 blz. ISBN: 90 6630 476 6. Prijs: (ingenaaid) f.35,00.

De Dalton scholengemeenschap aan de Haagse Aronskelkweg is een voorbeeld van de (Nieuwe) Haagse Schoolarchitectuur van de architecten Co Brandes en D.C. van der Zwart.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels