nieuws

Voorwaarden bouw Annex door RUL-top opgesteld

bouwbreed

De Rijksuniversiteit Leiden kent wel degelijk een procedure dan wel regels voor selectie van gegadigden voor uitvoering van bouwopdrachten.

Het bij herhaling (in een brief aan Cobouw en tijdens een hoorzitting van de Raad van State) nadrukkelijk ontkennen van het bestaan ervan door het College van Bestuur is in strijd met de ware feiten. Gebleken is voorts ook dat de RUL-top absoluut een ambtelijke voordracht inzake bouw van De Annex heeft behandeld. Het heeft zelf de voorwaarden voor het bouwpo opgesteld.

De opstelling van het College van Bestuur in de affaire rond het in opspraak gekomen bouwpo, waarbij vele miljoenen spoorloos verdwenen zijn, roept in ambtelijke geledingen van de Leidse universiteit wrevel en kritiek op.

Vooral de ontkenning over het bestaan van stukken, die deze krant met een beroep op de Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB) heeft opgevraagd, heeft kwaad bloed gezet bij de medewerkers van de Dienst Huisvestingszaken. In een brief, die vandaag gepubliceerd wordt in het universiteitsblad Mare, bevestigen zij namelijk het bestaan van tenminste een van de bewuste vitale stukken.

Niet bestaand

In een op 14 december 1993 gedateerde brief schrijft het College van Bestuur aan Cobouw “dat de betrokken documenten niet worden verstrekt omdat er geen documenten met betrekking tot de door u gemelde bestuurlijke aangelegenheid zijn”.

En vorige week vrijdag heeft de namens de RUL-top optredende advocaat mr. E. G. Sprey bij de Raad van State, die een verzoek behandelde van deze krant om inzage mogelijk te maken in een aantal op de Annex-zaak betrekking hebbende stukken, dat nog eens herbevestigd: “De gevraagde documenten ke niet worden verstrekt om de eenvoudige reden dat ze niet bestaan en nimmer hebben bestaan.”

Selectieprocedure

Medewerkers van de Dienst Huisvestingszaken weerspreken dit echter met klem. Hun dienst wordt als regel ingeschakeld bij de selectie van gegadigden voor bouwopdrachten. Maar in het geval van bouw van De Annex, waarmee f. 10 miljoen gemoeid is, werd de dienst gepasseerd.

“Selectie van adviseurs en aannemers behoort tot onze standaard taken en bevoegdheden. Aan een dergelijke keus ligt altijd een zorgvuldige selectieprocedure ten grondslag”, aldus de medewerkers.

Gekeken wordt naar een groot aantal essentiele aspecten:

– voldoen aan wettelijke verplichtingen (geen strafblad, geen surseance);

– verklaring Bedrijfsvereniging, dat aan verplichtingen is voldaan (sociale lasten);

– bewijs inschrijving beroepsregister;

– aangetoonde ervaring, in hoofdaanneming, gedurende de afgelopen 3 jaar met tenminste drie vergelijkbare werken (door ons gespecificeerd in een bouwkundig, werktuigbouwkundig en elektrotechnisch deel);

– verklaringen van opdrachtgevers inzake goede uitvoering van deze werken;

– minimale jaaromzet in vergelijkbare werken;

– bankverklaring waaruit blijkt dat aannemer bij gunning een bankgarantie kan verstrekken;

– accountantsverklaring over afgelopen 3 jaar betreffende minimale en gemiddelde omzet over afgelopen 3 jaar en van eventueel financieel aansprakelijke onderneming(en);

– een verklaring dat gegadigde binnen 3 dagen na aanbesteding begroting overlegt;

– een verklaring dat gegadigde slechts een beperkt percentage in onderaanneming mag laten verrichten;

– voldoen aan arbeidsveiligheidsvoorschriften, met voorbeelden aan te tonen ervaring met het opstellen en naleven van arbo-poplan;

– aan te tonen ervaring met adequate onderhoudsdienstverlening na oplevering;

– verklaring dat gegadigde een milieuzorgsysteem zal hanteren op de bouwplaats;

– volledigheid van gegevens (indien niet volledig zonder meer uit de selectie).

Notulen

Het College van Bestuur (en ook zijn woordvoerder mr. Sprey) heeft eveneens ontkend (ook bij de Raad van State) dat er een ambtelijke voordracht zou zijn geweest betreffende het aantrekken van een projectontwikkelaar.

Maar notulen van de vergadering van het College van Bestuur d.d. 16 juli 1991 tonen aan dat een dergelijk voorstel wel degelijk aan de orde is geweest.

Onder punt 5 van de conclusies van die vergadering staat het volgende:

“Huisvesting faculteit der Geneeskunde. Tevens aanwezig de heer Doevenspeck (de per 1 december 1993 eervol ontslagen directeur bedrijfsvoering. PS). Het college bespreekt een voorstel betreffende de realisering van tijdelijke nieuwbouw bij het Sylvius Laboratorium om aan extra ruimtebehoefte te voldoen. Het formuleert een aantal voorwaarden waaraan moet zijn voldaan alvorens een definitief besluit ter zake kan worden genomen en verzoekt dienst bedrijfsvoering een en ander verder voor te bereiden.”

Met andere woorden: de RUL-top heeft zelf aangegeven langs welke weg dit bouwpo uitgevoerd moest gaan worden en is daarmee dus van begin af aan bestuurlijk verantwoordelijk voor de hele gang van zaken.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels