nieuws

Merkwaardige Gebouwen

bouwbreed

Een van de belangrijkste jaartallen uit het geschiedenisboek van Amsterdam is 1578. Toen koos de stad aan de Amstel en het IJ voor de Geuzen tegen Spanje en schaarde zich aan de zijde van prins Willem van Oranje. Deze omwenteling in Amsterdam, die als de ‘Alteratie’ bekend stond, opende voor de stad op allerlei gebieden wijde perspectieven. Een tijdperk van grote bloei brak aan. Een van de eerste uitbreidingen was die in 1593, nu vier eeuwen geleden.

Toen al werden tekeningen gemaakt voor de aanleg van de Westelijke Eilanden: Bickers-, Realen- en Prinseneiland, die respectievelijk Voor-, Midden- en Achtereiland heetten. Deze eilanden werden beschermd door drie bolwerken; ’t Blaauwhoofd, de Bogt en de Westerbeer . Zij dienden niet alleen tot bescherming van de bewoners aan de stadszijde, maar ook aan de Nieuwe Waal aan de Oostzijde. Het Vooreiland heette al gauw Bickerseiland omdat het werd gekocht door Jan Bicker (1591-1653), een van de vier bekende gebroeders kooplieden en regenten.

Het Prinseneiland (Middeneiland) werd genoemd naar Willem I, Maurits en Frederik Hendrik, wier borstbeelden prijkten op een drietal gevelstenen. Het Achtereiland kreeg spoedig de naam Realeneiland, naar schepen Jacob Reael (1583-1637) die er in 1624 de eerste huizen bouwde. Ondanks het feit dat de drie Westelijke Eilanden door bruggen waren verbonden had ieder eiland zijn aparte bekoring. Op het Bickerseiland liet de Gouden Eeuw diepe sporen na, sporen die we terug vinden aan pakhuizen, scheepswerven en gevels.

Alles op het eiland ademt nog de geest van de Bickers, wat in de straatnamen is terug te vinden. De Reus van het Bickerseiland, een standbeeld voor de scheepswerf van een der Bickers, leeft nog voort in de geschiedenis. Het originele gerestaureerde exemplaar vormt de ingang van een villa in Spanje. Het Prinseneiland, dwars doorsneden door de Galgenstraat, gaf vroeger uitzicht op het galgenveld aan de overkant van het IJ. Men vond er de teertuinen en er staat nog de laatste walwindas. Tal van pakhuizen op het Prinseneiland werden in onze tijd verbouwd tot gerieflijke woningen. We vinden er De Witte Pellecaan, De Korenschuur, de Teerton, de Landskroon, de Schelvis, Mars en Borneo.

Het Realeneiland is nog altijd de schoonste van de drie, vooral door de Zandhoek, een prachtig woonstraatje aan het Open IJ. Het beroemde cafe ‘De Gouden Reaal’ met zijn mooie gevelsteen werd onderwerp van een roman van Jan Mens. Vanzelfsprekend ondergingen de Westelijke Eilanden veranderingen. Vanaf de zeventiende eeuw hebben tienduizenden mensen er gewoond en gewerkt. Sommige van hun namen herinneren tot op de huidige dag aan eigenaars en directieleden van vele vemen, bedrijven, fabrieken en werven: Bicker, Suyver, Jonker, Van Vliet en Van Epen. Naast nieuwe wijken verrezen grote kantoren als ‘De Narwal’ en ‘De Walvis’.

In 1990 kregen twee architecten op de Westelijke Eilanden de Wibaut- en de Merkelbachprijs. Het waren Lucien Lafour en Rikkert Wijk die met nieuwbouw naam maakten op het Realeneiland. Hun ontwerpen hebben zich ondanks de eigentijdse expressie zeer goed weten te nestelen in deze historische omgeving. Een sympathiek kenmerk is dat de benedenverdieping boven straatniveau ligt, waardoor niet tegen de geparkeerde auto’s aangekeken hoeft te worden. Het is slechts een van de vele opmerkelijke realistische oplossingen van twee moderne architecten. Aan de westzijde van de eilanden wordt hard gewerkt aan een extra dubbel spoor vanaf het Centraal Station. Tussen de beide spoorwegv iaducten lag het wonderlijke straatje ‘Tussen de bogen’, genoemd naar de ligging tussen beide spoorwegviaducten.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels