nieuws

Bescherming tropisch bos roept weerstand op

bouwbreed

In maart loopt het Internationale Verdrag over Tropisch Hardhout (ITTA) af. In Gintnishve bespreekt de Internationale Tropenhout Organisatie (ITTO) de inhoud van het nieuwe verdrag.

Daarin komt onder meer te staan dat tot 2000 alleen hout uit ecologisch verantwoord beheerde bossen op de markt mag komen. De producerende landen verzetten zich tegen de maatregelen waarmee tropische landen te maken krijgen en willen dat de beperkingen ook voor houtproducenten uit de gematigde zones gelden.

Een van de maatregelen is het invoeren van een keurmerk dat aangeeft dat het desbetreffende hout uit milieubewust beheerde bossen komt. Dit keurmerk dient internationale erkenning te krijgen. Boven alles moet het om een vrijwillig keurmerk gaan omdat de producerende landen alleen op die manier tot invoering zijn te bewegen. De meldplicht die sommige westerse landen afkondigden voor het in te voeren hout veroorzaakte in enkele producerende landen nogal wat protest. Als reactie stelden deze landen een boycot in het vooruitzicht voor produkten uit de invoerende landen.

Over het geheel genomen leveren invoerbeperkingen slechts een bescheiden bijdrage aan het behoud van de tropische bossen. Pakweg 3 tot 10 procent van al het gekapte tropische hardhout komt op de internationale markt. Het grootste deel van de tropische regenwouden verdwijnt niet door toedoen van de houthandel maar om plaats te maken voor akkerbouw en veeteelt. Bescherming van tropische bossen ontstaat om die reden pas dan wanneer de plaatselijke bevolking met het beheer van het woud een inkomen kan verwerven en niet meer wordt gedwongen voor het levensonderhoud bomen te rooien.

De oproepen tot een boycot van tropisch hardhout gaven het probleem van de ontbossing een grotere bekendheid. Tegelijkertijd veroorzaakt het weren van dit hout aanzienlijke economische moeilijkheden in de exporterende landen. Die ontvangen daardoor minder deviezen terwijl de bossen tevens aan waarde verliezen. Wil het zover komen dat de inwoners van de ontwikkelingslanden als bosbeheerders optreden dan zullen de rijke landen daarvoor geld moeten geven. Vooralsnog bestaat er voor deze oplossing weinig interesse.

Precious Woods

Andersoortige oplossingen winnen evenwel terrein. Zo maakte de organisatie Precious Woods in Costa Rica een begin met duurzaam bosbeheer. Op 2000 hectare verdeeld over twee locaties plantte deze groep van de Britse Maagdeneilanden ruim 1200 hectare bomen. Deze worden over pakweg 25 jaar gekapt. In deze periode voorkomen de bomen onder meer erosie van het gebied en houden in voldoende mate water vast. Tegelijk voorkomt deze lange periode de inzet van machines en chemicaliforn voor het bosbehoud. Precious Woods rekent ermee dat deze werkwijze jaarlijks 11 procent winst oplevert.

Kapbedrijven

Tot aan 2015 wil de organisatie in Costa Rica elke twee jaar nieuwe bosbouwplannen realiseren. Uiteindelijk moet dat minstens 6000 hectare bos opleveren. Dit oppervlak garandeert een jaarlijkse houtoogst van voldoende hoeveelheden. Oogst en herplant van bomen levert een niet onbelangrijke bijdrage aan de werkgelegenheid. Mede daardoor draagt de groep bij aan een inkomensverbetering van de plaatselijke bevolking. Om de kwaliteit van het werk en het resultaat te vergroten bereidt Precious Woods in Costa Rica een door de overheid erkende opleiding voor bosbeheer op.

Naar verwacht zal deze aanpak het beeld van de houtindustrie bepalen. De huidige gang van zaken luidt voor de traditionele kapbedrijven het einde in. Deze ondernemingen boeken momenteel nog winsten van zo’n 40 procent. Die komt voort uit de kap van primaire bossen. Bijvoorbeeld in Borneo zijn deze bossen als gevolg van het grootschalige rooien nagenoeg verdwenen of komen op grote afstand van afvoerwegen te liggen. Daardoor stijgen de kosten van kap en transport. In december sloot Precious Woods met Brazilifor een verdrag over de bescherming van 80 000 hectare bosgebied. De overeenkomst merkt zo’n 27 000 hectare als primair woud aan terwijl 3000 hectare reeds leeggekapte bosgrond opgaat aan de voor landbouw. Voor de resterende 50 000 hectare volgt in de komende 25 jaar ecologisch beheer. Elke hectare levert dan jaarlijks 30 tot 40 kubieke meter hout. Tegelijkertijd wordt het gekapte herplant en de rest van het bos geregenereerd. Deze werkwijze brengt hogere kosten voor de infrastructuur met zich mee. De transportwegen blijven evenwel bestaan zodat de latere kosten alleen ontstaan door het onderhoud. Daarmee werkt Precious Woods op termijn goedkoper dan traditionele kapbedrijven die telkens opnieuw uitgaven moeten doen voor de aanleg van afvoerwegen.

Precious Woods en soortgelijke organisaties stellen dat men nog maar aan het begin van het ecologische bosbeheer staat. Ter zake kundigen en milieuorganisaties ke met de begeleiding van deze poen de kennis en ervaring aanzienlijk vergroten. Deze inzet levert mettertijd meer op dan de afgedwongen maar nauwelijks te realiseren totale bescherming van het tropische bos.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels