nieuws

“Verantwoordelijkheid van individuele aannemingsbedrijf” AVBB doet niet mee aan vezel-convenant

bouwbreed Premium

De werkgevers in het uitvoerend bouwbedrijf hebben mede-ondertekening geweigerd van een convenant, dat beoogt de nadelige effecten van glas- en steenwol op de be- en verwerkers van deze produkten te minimaliseren. Dit bleek bij de officiele signering – in Den Haag – van de overeenkomst door producenten, vakbonden en werkgevers in het thermisch isolatiebedrijf.

Met het bekrachtigen van het convenant door de in de Minerale Wol Associatie (MWA Benelux) samenwerkende producenten, de bouw- en industriebonden van FNV en CNV alsmede de Nederlandse Vereniging van Ondernemers in het thermisch Isolatiebedrijf (VIB) is een punt gezet achter een jarenlange periode van – vaak heftige – confrontaties.

Die gingen steevast over de al dan niet schadelijke effecten van glas- en steenwol op de gezondheid van degenen die met deze produkten omgaan. En het geschil spitste zich met name toe op de vraag of glas- en steenwol kankerverwekkend zijn.

Volgens de producenten is dat geenszins het geval, maar vinden de werknemersorganisaties lijnrecht tegenover zich. Beide partijen beroepen zich op de resultaten van onderzoeken in een aantal landen. Kortom, ook onder wetenschappers heerst grote verdeeldheid.

De onderlinge verstandhouding liet als gevolg daarvan te wensen over. Besloten is nu om samen te proberen uit die patstelling te komen. In de – op 11 juli dit jaar door Cobouw al openbaar gemaakte – overeenkomst met een looptijd van vijf jaar zijn afspraken vastgelegd die betrekking hebben op de vaststelling van een lagere grenswaarde (van vijf naar twee inadembare vezels per kubieke centimeter lucht, waarbij zelfs een grenswaarde van een vezel wellicht haalbaar is) en beperking van de stofafgifte met 20 % voor 1 januari 1995 en een verdere reductie met 30 % in de komende jaren.

Blootstelling

Tevens wordt gewerkt aan het gezamenlijk ontwikkelen en bevorderen van zo veilig mogelijke produktie- en werkmethoden in de bouw en industrie en komt er een vrijwillige beperking van blootstelling van werknemers aan inadembare vezels.

Ook zullen partijen zich inspannen om resultaat en relevantie van reeds verricht en lopend onderzoek naar de oplosbaarheid van vezels in longvocht te achterhalen. daarbij wordt ook gedacht aan aanpassing – indien mogelijk – van de receptuur van glas- en steenwol zodat beter in longvocht oplosbare vezels ontstaan. Bij de uitvoering van een aantal onderdelen van het convenant zal de stichting Arbouw een belangrijke rol spelen. Zo zal er onder meer een A-blad worden ontwikkeld waarin grenswaarde en werkmethoden voor het omgaan met glas- en steenwol in bouw- en sloopsituaties worden vastgelegd.

Verheugd

MWA-voorzitter ir. J. van Brummen was verheugd met het convenant omdat daarmee “het elkaar in het openbaar te lijf gaan” vervangen wordt door “een verstandige en open discussie”. Verdere confrontatie dient volgens hem “geen enkel belang”. Hij beklemtoonde dat de MWA “achter het streven staat om de arbeidshygiene in de bouw te verbeteren”.

Voorzitter B. J. van der Weg van de Industriebond FNV zei namens alle vakbonden “verplicht te zijn aan de tienduizenden werknemers in de bouw en industrie die dagelijks in aanraking komen met glas en steenwol. een zo groot mogelijke bescherming te bieden”.

De ernst van de mogelijke gezondheidsrisico’s is volgens hem “zo groot en de groep blootgestelde werknemers zo omvangrijk dat wachten op een consensus van de internationale deskundigen niet verantwoord is”.

Hij noemde het convenant “een uitstekend uitgangspunt voor verbetering van de gezondheidsbescherming”.

Volgens Van der Weg kleeft op de overeenkomst een smet: het weigeren van de werkgevers in de bouw om het convenant mee te ondertekenen:

“Dat is een smet waar politiek Den Haag goede nota van moet nemen. De overheid wil de verantwoordelijkheid voor arbeidsomstandigheden overlaten aan werkgevers en werknemers en trekt zich terug, zonder zich ervan te verzekeren of sociale partners bereid en/of in staat zijn een voldoende niveau van arbeidsbescherming te bieden.”

De opstelling van het AVBB geeft volgens hem aan dat “een organiserende, stimulerende en corrigerende overheid bitter noodzakelijk blijft”.

Simpel briefje

Volgens mr. J. Crombach van het AVBB is de afwijzende houding van de bouwwerkgevers “een gevolg van het ontbreken in de overeenkomst van verplichtingen voor bepaalde partijen”. Hij doelde daarmee uitsluitend op de werknemers in de bouw.

De rol van het AVBB bij het bevorderen van veilig en gezond werken met glas en steenwol bleef daarom beperkt tot een simpel briefje aan de MWA. Daarin spreken de bouwwerkgevers uit “positief te staan tegenover het initiatief van de MWA en de intentie van de overeenkomst”, maar dat het meewerken aan verzoeken tot het verrichten van metingen of testen op de bouwplaats “geheel de verantwoordelijkheid is van het individuele aannemingsbedrijf”.

Reageer op dit artikel