nieuws

“Bedrijfstak moet hogere vergoeding op G-rekening eisen” Bouw loopt honderden miljoenen rente mis

bouwbreed Premium

Banken onthouden de Nederlandse bouw jaarlijks honderden miljoenen door een veel te lage rente te vergoeden op het saldo van de G-rekeningen. De bedrijfstak moet bij de banken dan ook aandringen op een veel hogere rente. Willen banken daar niet aan dan zouden G-rekeningen vervangen moeten worden door waarborgfondsen.

Dat betoogde mr. R. A.L.M. van Dooren van het Geleense advocatenkantoor Boels, Van Eijndhoven en Coenegracht in Maastricht op een persconferentie over de vakbeurs Bouwmecc ’94.

Hij constateerde dat het gebruik van de G-rekening voor onderaannemers “een hinderlijk object” is. Het saldo is namelijk verpand aan de belastingdienst en de bedrijfsvereniging voor bouwnijverheid:

“De onderaannemer ontvangt dit deel van de aanneemsom, dat betrekking heeft op loonbelasting en sociale premies,weliswaar in zijn vermogen maar kan het geld niet gebruiken in het kader van zijn bedrijfsvoering. Het is in feite dood geld. Het ligt maar te liggen bij de banken tot ficus en BV het er na een maand of drie weghalen”.

Lage rente

Volgens mr. Van Dooren verstrekken de Nederlandse banken maximaal een rente van 0,5% tot 1% per jaar op het saldo van een G-rekening. “Ze beschouwen het namelijk als een rekening-courant, terwijl het feitelijk om een deposito gaat, omdat geld gedurende drie maanden vaststaat”, stelde hij.

Tien miljard

Een ruwe schatting beweert dat er per jaar – 2,7 miljard gestort wordt op G-rekeningen: “En dat betreft dan nog alleen maar de nieuwbouw in de woning- en utiliteitssector. Tel je de overige bouwactiviteiten, zoals woningherstel en infrastructuur erbij, dan zou het bedrag wellicht de grens van 10 miljard ke benaderen”.

Als uitsluitend uitgegaan wordt van de nieuwbouw in de woning- en utiliteitssector dan betalen banken volgens mr. Van Dooren per jaar hooguit – 27 miljoen aan rente uit op G-rekeningen.

Vroeger, voordat de G-rekening bestond, ontving de onderaannemer het volle pond van de aanneemsom (dus ook het zogenaamde G-gedeelte) op zijn vrije bankrekening, daarmee verminderde dan zijn schuld aan de bank.

“Voor zo’n kredietschuld berekend de bank een rente van circa 11%. Door het gebruik van de G-rekening verdienen de Nederlandse banken dus ongeveer 10% per jaar op het saldo van de G-rekening”, constateerde hij.

Voor de nieuwbouw in de woning- en utiliteitssector is dat – 270 miljoen. “Dat bedrag worden onderaannemers met elkaar dus armer”, zei hij.

Mr. Van Dooren riep de branche-organisaties in de bouw op om met de banken te gaan onderhandelen “om standaard tenminste een deposito-rente van 7% te ontvangen op de saldi”. Dat zou de door hem genoemde sector in de bedrijfstak jaarlijks een voordeel opleveren van – 175 miljoen per jaar. Wordt uitgegaan van de totale bedrijfstak dan gaat het om een veelvoud van dat bedrag.

IJzersterk

Volgens mr. Van Dooren heeft de bouw een ijzersterke uitgangspositie: “Er zit nogal wat in portefeuille om te onderhandelen”.

Maar onderhandelen heeft na zijn mening pas succes als er alternatieven zijn. En die zijn er volgens hem in voldoende mate: “Bijvoorbeeld het oprichten van waarborgfondsen, waaraan de hoofdaannemer het G-gedeelte van de aanneemsom betaalt, waartegenover hij de garantie krijgt dat een eventuele aansprakelijkheid door het waarborgfonds wordt gedekt. Dan is een G-rekening niet langer noodzakelijk en lopen de Nederlandse banken per jaar vele miljarden mis”.

De problematiek van de rentevergoeding op G-rekeningen zal tijdens Bouwmecc aan de orde komen in een congres over de wet ketenaansprakelijkheid.

Aanbestedingen

Directeur R. Mondelaers van de Syndicale kamer van de bouwnijverheid te Hasselt hekelde in Maastricht nog weer het aanbestedingsbeleid van ondermeer de provincie Limburg. Dat is in 1992 gewijzigd naar veel meer openbaar aanbesteden.

“Een stap in de goede richting”, noemde de Belg dat toen. Maar hij bleef niettemin erg kritisch over het aanbestedingsbeleid. Met name het systeem van de beoordeling van de ingrijpende aannemer moet volgens hem nog steeds aan de kaak gesteld worden.

Mondelaers bepleitte overigens nogmaals invoering in Nederland van het Belgische systeem van openbaar aanbesteden.

Reageer op dit artikel