nieuws

Fotografische reis door Indonesische archipel

bouwbreed Premium

In de tweede helft van de negentiende eeuw zijn foto’s nog iets bijzonders. Met name de cartes de visite, vergelijkbaar met onze huidige prentbriefkaarten, zijn erg populair. Ook in de Indonesische archipel ontwikkelt de fotografie zich langzaam tot een lucratief middel van bestaan. Een van de eerste professionele fotostudio’s, die daar aan de infrastructurele vooruitgang een goede boterham verdiende, is Woodbury en Page. Hun beeldmateriaal staat tot en met 28 augustus centraal in het Rijksmuseum voor Volkenkunde in Leiden.

De Engelse fotografen Walter Bentley Woodbury en James Page openden op 5 juni 1857 de deuren van hun fotostudio in Batavia, het huidige Jakarta, na eerst in Australie hun geluk beproefd te hebben. Net als de overige, op de vingers van een hand te tellen fotografen die zich daar hadden gevestigd, leggen ze zich in eerste instantie toe op het maken van portretten. Het zijn voornamelijk westerlingen die, wellicht getrokken door de advertenties van Woodbury en Page in de Nederlandstalige Java-bode, de deur naar de fotostudio weten te vinden. Daarnaast voorzien ze in hun levensonderhoud door het geven van lessen in fotografie en het produceren van cartes de visite.

Anonimiteit

Vooral deze goedkope cartes de visite, de voorlopers van onze huidige prentbriefkaarten, vinden gretig aftrek. Op deze op karton geplakte foto’s van 6,5 bij 9,5 cm prijken onder andere inheemse types zoals anonieme straatverkopers of hoogwaardigheidsbekleders. Zelfs hun eigen personeel achten de fotografen Woodbury en Page voor dit doel geschikt.

De fotografie is in die tijd volop in ontwikkeling. Walter Woodbury zou een bijdrage leveren met zijn uitvindingen op het gebied van het afdrukken in relief en op verschillende materialen en het gebruik van papier ter vervanging van glasnegatieven.

Ook toen al was het mogelijk om met een negatief meerdere afdrukken te maken; veel foto’s verschenen in grote oplage. Scott Archer introduceerde begin jaren vijftig het collodium-natte plaat proces, waarbij de glasplaten tijdens het ontwikkeling nat waren.

De tropische omstandigheden vragen van de reizende fotografen enig improvisatievermogen. Zo werd bij gebrek aan water, een onmisbaar element in dit hele procede, in een enkel geval gegrepen naar de inhoud van een kokosnoot om het proces alsnog tot een goed einde te brengen. Bepakt en bezakt met apparatuur en de benodigde chemicalien trekken de ondernemende fotografen met hun personeel door de archipel om dat te fotograferen wat geld in het laatje zou brengen: het exotische landschap met de thee- en koffieplantages, opvallende vervoersmiddelen zoals van tropisch hout vervaardigde rijtuigen, het in- en exterieur van ontmoetingsplaatsen waar Europese lieden elkaar plachten te ontmoeten en historische en f. ook toen alf. toeristische trekpleisters als de Borobudur, toen nog voorzien van een geimproviseerd paviljoen om de bezoekers tegen de zon te beschermen.

Infrastructuur

De opening van het Suezkanaal in 1869 zou het aantal buitenlandse bezoekers aanzienlijk doen toenemen. Het reizen naar het Verre Oosten werd door deze ontwikkeling voor veel Europeanen een stuk aangenamer en deed veel mensen besluiten koers naar het oosten te zetten. Zij betekenden voor de fotografen van fotostudio Woodbury en Page, dat diverse vestigingen in de archipel opende, een welkome en lucratieve bron van inkomsten. In de Indonesische archipel werd ook op infrastructureel gebied grote vooruitgang geboekt. De weerslag daarvan zou in het werk van Woodbury en Page een prominente plaats innemen. Zo wordt onder Nederlands bewind begonnen met de aanleg van spoorlijnen.

Natuurlijke elementen vormden daarbij niet zelden een sta in de weg, zoals de Tuntang rivier in Centraal Java waarover de eerste spoorbrug werd gebouwd. Moeilijk toegankelijke gebieden zorgden voor vertragingen van soms wel een paar jaar.

De fotografen van Woodbury en Page volgden met hun camera’s deze baanbrekende werkzaamheden. Aan de hand van de foto’s kan worden geconcludeerd dat het heel wat (Indonesische) voeten in de aarde heeft gehad voor de eerste passagiers zich per spoor konden verplaatsen. Inheemse arbeiders moesten f. al dan niet verplichtf. zware fysieke inspanningen leveren. De aarde werd destijds nog afgevoerd in manden hangend aan een bamboe stok, die rustend op twee schouders naar de plaats van bestemming werd afgevoerd.

Wapen

Niet alleen economische maar ook politieke omstandigheden betekenden geld in het laatje van Woodbury en Page. De opstanden in Atjeh rond 1870 bracht veel militair personeel ertoe een bezoek aan de fotograaf te brengen. Het aan de Nederlandse koning aangeboden fotoboek met een vijftigtal impressies aangaande deze kwestie had tot gevolg dat het Nederlandse wapen voortaan boven de ingang van de fotostudio te vinden was.

Maar ook bij wetenschappelijke onderzoek doet de Nederlandse overheid regelmatig een beroep op het fotoburo, zoals blijkt uit een foto uit 1886 waar een expeditie zich in de krater van de Krakatau liet vastleggen.

In 1908 sluit de studio, na regelmatig van eigenaar te zijn veranderd, definitief de deuren. In de vijftig jaar van hun bestaan is Woodbury en Page erin geslaagd een beeldbepalend stempel op onze koloniale geschiedenis te drukken.

Het Rijksmuseum voor Volkenkunde is gevestigd aan de Steenstraat 1 te Leiden. Geopend: di t/m vrij 10.00-17.00 uur. Za en zo van 12.00-17.00. Maandag gesloten. Bij de tentoonstelling verscheen het boek ‘Woodbury en Page’ Photographers Java. ISBN 90 6718 070 X). Prijs: f. 89,50.

Roemah gadangs (‘grote huizen’) in West Sumatra.

Een controleur tenmidden van de lokale bevolking in het noordwesten van Atjeh.

Bron: Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde

Reageer op dit artikel