nieuws

Kunstbunker uit oorlog weer in gebruik

bouwbreed Premium

De bunker in het Overijsselse Paasloo (gemeente IJsselham) die tijdens de Tweede Wereldoorlog bescherming bood aan Nederlandse kunstschatten, is vorige week weer in gebruik genomen.

Musea uit Overijssel, Drenthe en Friesland gaan het gebouw gebruiken als depot. Overijssel heeft de bunker voor dat doel van het rijk gekocht en gerenoveerd. De twintig miljoen kilo zware kolos wordt binnenkort monument.

De Nederlandse overheid liet de kunstvesting met instemming van de bezetter bouwen. In de muur tegenover de toegangsweg werd zelfs het Nederlandse wapen aangebracht, voorzien van twee zeer verbeten leeuwen. Het bleef onduidelijk waarom de Duitsers aan de bouw van de bunker hun goedkeuring gaven. “Misschien was dat omdat ze daardoor wisten waar ze de kostbare kunst konden halen als voor hen de oorlog gunstig zou aflopen”, veronderstelt Overijssels gedepetudeerde J. Dijkstra.

De bouw van de bunker begon op 26 mei 1942 en was op 15 september van dat jaar al zover gevorderd dat Het Straatje van Vermeer als eerste kostbare schilderij naar de bergplaats kon worden overgebracht. Gingen andere kunstdepots in de Tweede Wereldoorlog veeal schuil onder zand of mergel, de bunker in Paasloo was geheel bovengronds. Het gebouw kreeg ronde vormen en een kegelvormig dak. Het verblijf voor de bewaking werd eraan vastgebouwd. Een moeras diepte men uit om er een vijver van te maken waaruit eventueel bluswater kon worden opgepompt.

Om het depot bestand te maken tegen een bombardement was er een grote hoeveelheid materiaal nodig: 7000 kubieke meter beton, 2,5 miljoen kilo cement en 750000 kilo wapenstaal. Aaneengelast zou het staal de afstand van Paasloo naar Parijs ke overbruggen. De muren kregen een dikte van 4,5 meter en het dak werd maar liefst 9,5 meter dik. Een betonwand van vier meter dikte moest de toegangen tot de kluis beveiligen. Er kwam een installatie waarmee stroom kon worden opgewekt als de toevoer van elektriciteit zou stoppen.

In totaal 3000 schilderijen vonden onderdak in Paasloo. Op de begane grond kreeg het depot voldoende hoogte om er grote schilderijen neer te hangen. Andere stukken kwamen aan verrijdbare rekken te hangen.

De kleine schilderijen werden opgeborgen in manden en kisten. Om zeer lange opgerolde doeken f. zoals De Verheerlijking van Frederik Hendrik uit de Oranjezaal Huis Den Bosch f. te ke opslaan, werd in de schermwand een tunnel uitgespaard. De doeken konden zo horizontaal naar binnen worden gedragen en in de hoogte bevestigd.

Om het risico voor de Nederlandse kunstschatten te spreiden, werden schilderijen vanuit het depot in Maastricht naar Paasloo overgebracht. Dat gold ook voor bezittingen van de gemeentemusea in Amsterdam, Den Haag, Kampen, Enkhuizen en Veere, het Koninklijk Penningkabinet in Den Haag, schilderijen van het Koninklijk Huis en de unieke collectie miniaturen van de koningin. Ook kostbare bouwfragmenten vonden onderdak in de bunker.

De Duitsers kwamen nauwelijks op bezoek in Paasloo. “Blijkbaar vroegen de gebeurteniussen in Normandie en Rusland te veel aandacht”, zo schrijft H. Baard in zijn boek Kunst in schuilkelders. Anton Mussert, ‘de Leider van het Nederlandsche volk’ bezocht Paasloo in het voorjaar van 1944. Baard in zijn boek: “Het was een zielige vertoning die kleine man de parade langs onze oude meesters te zien afnemen. Van tijd tot tijd trok hij een boos gezichtje, om imposant te lijken.

Het begeleidende gezelschap bewierookte hem zeer en sprak hem eerbiedig met Leider aan…” Na de oorlog deed de bunker in Paasloo nog enkele keren dienst als depot. Zo werd de kunst- en meubelcollectie van Huis ten Bosch er opgeslagen tijdens de verbouwing van het paleis. Na 1979, toen de beheerderswoning leeg kwam te staan, raakte het bouwwerk in verval. Het rijk wilde er wel van af. De provincie Overijssel was geinteresseerd in de aankoop.

Geputeerde Dijkstra: “We vonden het jammer dat zo’n markant bouwwerk verloren zou gaan. Bovendien konden we het goed gebruiken voor de opslag van kunst.” De onderhandelingen over de aankoop verliepen stroef. Dijkstra: “Wij waren ervan uitgegaan dat we het voor een symbolisch bedrag van een gulden konden kopen. Het werd uiteindelijk 1,6 ton.

Inclusief de renovatie van de bunker en bijbhorende woning zijn we in totaal f. 450000 kwijt. Een forse investering, maar we zijn blij dat de bunker zijn oorspronkelijke bestemming terug heeft en er geen disco of zo in komt.”

Reageer op dit artikel