nieuws

Expressionisme en Nieuwe Bouwen in Duitsland

bouwbreed

De geschiedenis van de architectuur van de twintigste eeuw was er lang een van het Nieuwe Bouwen, stelde Lampugnani in het voorwoord van een vorige uitgave van het Duitse architectuurmuseum. Met de ondertitel ‘Reform und Tradition’ werden daarin de meer traditionele opvattingen in de eerste helft van deze eeuw gedocumenteerd. Bij een tweede tentoonstelling in de reeks ‘Moderne Architectur in Deutschland 1900 bis 1950’ verschenen er in de ondertitel twee tot nu toe veelal als tegenstellingen opgevatte stromingen ‘Expressionismus und neue Sachlichkeit’.

De laatste jaren zijn er veel boeken en publikaties verschenen inzake facetten van het expressionisme en het Nieuwe Bouwen. Daarbij werden beide stromingen slechts zelden in een adem genoemd. Lampugnani stelt nu in zijn tweede voorwoord dat het nieuwe boek niet zo heel veel nieuws bevat. Maar soms zijn het vooral de interpretaties die opmerkelijk zijn. Hier worden expressionisme en Nieuwe Bouwen als twee kanten van een medaille getoond. Daarr blijkt wel wat voor te zeggen.

Direct na de eerste wereldoorlog zochten architecten als reactie op de vernietigende oorlogservaringen naar nieuwe ontwikkelingen voor een betere toekomst. Het is dan ook niet toevallig dat het vroegste manifest van het Bauhaus van Walter Gropius werd voorzien van een afdruk van Lyonel Feininger. Het was in 1919 een verwijzing naar kristallijne architectuur zoals die ondermeer tot uitdrukking kwam in het werk van de gebroeders Taut en de schetsen van Hans Scharoun, zoals die vorig jaar eindelijk in volledige context op een tentoonstelling in de Akademie der Kunste in Berlijn werden getoond.

Veel voormannen van het expressionisme in Duitsland groeiden naar de architectuur van het Nieuwe Bouwen. Soms betekende dat vernieuwing in de ‘bevrijdende’ witte bouwvolumen, maar in Duitsland werd daarnaast al vroeg royaal geexperimenteerd met het gebruik van kleur in de moderne architectuur.

Scharoun was in de leer bij Hugo Haring, die vroeg in de jaren vijftig ziek werd en overleed, waardoor hij weinig van zijn denkbeelden inzake organische architectuur heeft ke verwezenlijken. Scharoun nam die fakkel over, en ontwikkelde na zijn vooroorlogse strakke blokken woningbouw f. waar een ronde hoek zelden ontbrakf. en zijn al opmerkelijk vrij gevormde bouwvolume voor een woning in het bolwerk van het Nieuwe Bouwen, de Weissenhofsiedlung in Stuttgart nieuwe vrijheden.

De Philharmonie en de Staatbibliothek in het stedebouwkundig door hem ontworpen Kulturforum in Berlijn vormt daarvan het spectaculairste voorbeeld. En zij die menen dat binnen de organische architectuur geen vierkant is onder te brengen, ke daar ervaren hoe het strakke rechte bouwvolume van Mies’ Neue Nationalgallerie in de stedebouw werd opgenomen, en door Scharoun als bouwvolume van gelijke omvang werd ingepast in de Staatsbibliotheek er recht tegenover!

Het nu verschenen boek, eigenlijk de catalogus bij de tentoonstelling in het Duitse architectuurmuseum in Frankfurt (tot 4 augustus), lijkt opnieuw van groter belang dan de expositie zelf. In het boek zijn een aantal bijdragen van een team van auteurs gebundeld, die interessante voorbeelden van de recente architectuurgeschiedenis in een nieuw daglicht plaatsen.

Het boek leest uitstekend en is royaal geillustreerd met archieffoto’s die soms in kleur werden opgenomen. In feite is het boek minder geschikt om in een keer te lezen; men moet er af en toe eens enkele hoofdstukken in ke genieten.

De boekhandeleditie van het voorbeeldig uitgegeven werk biedt daar mogelijkheden toe en is wat duurder dan de eenvoudig ingenaaide tentoonstellingseditie. Al lezend kan men overigens terecht worden bevangen door het verlangen de markante illustraties alsnog in Frankfurt am Main in natura te gaan bekijken, want velen zijn uniek en zijn soms pas na decennia weer in Europa te zien omdat ze in Amerikaanse archieven van bijvoorbeeld Mies en Gropius thuishoren. Maar met de luxe uitgave van het gebonden boek beschikt men over een nieuw licht op de recente Duitse architectuurontwikkeling, dat tevens als naslagwerk waardevol zal blijken waarmee de uitgave boven de functie van catalogus uitsteigt.

WvH

‘Expressionismus und Neue Sachlichkeit – Moderne Architectur in Deutschland 1900 bis 1950’ onder redactie van V.M. Lampugnani. Uitgave Gerd Hatje Verlag, Stuttgart 1994. Formaat: 22,5 x 30 cm, 352 blz. ISBN: 3 7757 0452 3. Prijs: (gebonden in linnen band) DM 128.

De houtsnede van een kathedraal met drie torens van Lyonel Feininger illustreerde het eerste manifest van Gropius voor het Bauhaus in 1919.

Reageer op dit artikel