nieuws

Negentig procent van de architectuur is rotzooi’

bouwbreed Premium

”We zijn in Nederland zo weinig trots op wat we doen”, verzuchtte Adri Duivesteijn, de vertrekkende directeur van het Nederlands Architectuurinstituut (NAi) naar aanleiding van kritiek van verschillende architecten op het jaarboek Architectuur in Nederland 1993-1994, samengesteld door Ruud Brouwers.

In het jaarboek zijn 22 gerealiseerde ontwerpen opgenomen. Omdat het als visitiekaartje voor de Nederlandse architectuur gezien kan worden, is het van belang hoe de selectie heeft plaatsgevonden. Een aantal architecten vindt die keuze eenzijdig en te veel gekoppeld aan wat bij het NAi goed wordt gevonden.

Om in het jaarboek te komen moet een gebouw in het voorgaande jaar zijn opgeleverd en volgens de redactie ver uitsteken boven de grauwe middelmaat van wat erin Nederland wordt gebouwd. ”Negentig procent van de architectuur is rotzooi”, aldus NAi-medewerker Hans Ibelings. Een belangrijke maatstaf bij de keuze is volgens hem geweest of gebouwen een consequente uitwerking laten zien.

Veel woningbouw

Jo Coenen is in het jaarboek vertegenwoordigd met het NAi-gebouw en met zijn stedebouwkundige masterplan voor de Haagse Vaillantlaan, waarin hij zelf ook een blok ontwierp. Ben van Berkel, een van Duivesteijns favoriete architecten, is met een transformatorgebouw in Amersfoort vertegenwoordigd. Voorts treft men in het boek veel woningbouw aan, waaronder op het KNSM-terrein van Frank en Paul Wintermans, aan de Weesperstraat van Rudy Uytenhaak en van Liesbeth van der Pol met de woonbuurt Twiske-West in Amsterdam. In Rotterdam is Mecanoo vertegenwoordigd met de woonbuurt Prinsenland en DKV met de woonbuurt Tweebos Dwars.

Prof. ir Carel Weeber, de voorzitter van de Bond van Nederlandse Architecten (BNA), vindt de selectie helemaal niet representatief. De keuze geeft slechts de indruk van een bepaalde ontwikkeling in de Nederlandse architectuur. Die lijn gaat terug op het modernisme, meent Weeber.

Deze architectuur, die stamt uit de jaren twintig, is langzamerhand een elitaire zaak aan het worden, meent ook de Haagse architect Peter Drijver. Hij vindt dat de Nederlandse ontwerpers, anders dan hun collega’s in de landen om ons heen, met oogkleppen oplopen. Zij staan te weinig open voor andere stromingen dan de modernisme en verliezen daarmee het contact met het publiek. In Nederland is behoefte aan een veelkleurige architectuur. De BNA-architecten voldoen niet aan die behoefte. De vraag is of het publiek niet veel verder is dan de architecten zelf, aldus architect Peter Drijver.

Weebers dwaling

Weeber is het met hem eens. ”De modernisten zijn in hun vormgeving behoorlijk van het publiek afgeraakt, ikzelf trouwens ook”’, gaf hij toe in het architectuurinstituut. Hij verklaart dat onder meer omdat Nederland zijn individuele opdrachtgevers is kwijtgeraakt. Vrijwel alles gaat tegenwoordig via instituties, zoals woningbouwverenigingen of poontwikkelaars.

In Belgie bijvoorbeeld zijn er veel meer particuliere opdrachtgevers. Bij de voor het jaarboek geselecteerde architecten zitten twee buitenlanders, de Portugees Alvaro Siza met woningbouw in de Haagse Schilderswijk, en de Belg Charles Vandenhove met het complex woningen Hoogfrankrijk in Maastricht. Vandenhove wilde een monument’ voor de stad maken; hij wijkt met zijn interpretatie van klassieke vormentaal af van de andere poen die voor het jaarboek zijn geselecteerd.

Architectuur in Nederland ‘jaarboek 1993-1994’ onder redactie van R. Brouwers. NAi Uitgevers, Rotterdam 1994. Formaat: 24 x 32 cm, 184 blz. ISBN: 90 72469 65 8. Prijs: (ingenaaid) f. 75.

Reageer op dit artikel