nieuws

RGD bouwt VROM-kantoor met wisselwerkplekken

bouwbreed Premium

In de loop van 1996 betrekken in Haarlem zes diensten van het ministerie van VROM gezamenlijk een nieuw kantoorpand aan de noordzijde van het NS-station. Geen kantoor van dertien in een dozijn, maar een kantoor met wisselwerkplekken dat bovendien gaat fungeren als satellietkantoor.

Het nieuwe pand vergt bij hetzelfde aantal medewerkers 20 procent minder vloeroppervlak dan het gangbare kantoorconcept. Dit is een initiatief van de regio Noordwest van de Rijksgebouwendienst.

en kantoorgebouw is in beginsel 365 dagen x 24 uur = 8760 uur per jaar beschikbaar, waarvan 250 dagen x 10 uur = 2500 uur per jaar toegankelijk. Dat is minder dan een derde van de totaaltijd. De werkplek is gemiddeld 200 dagen x 4 uur = 800 uur in gebruik. Dat is nog geen 10 procent van de totaaltijd. Wie vervolgens bedenkt dat Nederland tegen het eind van deze eeuw ongeveer 30 miljoenm2 kantoorruimte telt, slaat de schrik om het hart. Stel dat het effectief gebruik tot 20 procent kan worden verhoogd. We zouden dan rond de eeuwwisseling met 15 miljoenm2 aan kantoorvolume genoeg hebben.

Volgens de Arnhemse milieu-inspecteur voor de Rijkshuisvesting ir. Marcel Dewever is deze rekensom nog mild. Hij betrekt het begrip milieu-rendement in de beschouwingen over effectief kantoorgebruik. “De functionele levensduur van kantoren holt achteruit. Gemiddeld om de vijftien jaar vervangen we de complete inbouw van panden en hangen we een nieuwe gevel aan het skelet,” zegt hij zorgelijk. “Materialen die misschien honderd jaar meeke, gooien we steeds sneller in de container. Organisaties veranderen doorlopend en de kantoren moeten die aanpassingen keer op keer volgen. We benutten dus maar ergens tussen de 20 en 50 procent van de mogelijke levensduur van die materialen. Gaan we ervan uit dat we een kantoor hooguit 10 procent van de tijd dat we het hebben effectief benutten en het er maar 20 tot 50 procent van de tijd staat dat het er zou ke staan, dan komt dat neer op een milieu-rendement van om en nabij de 3 procent! Belachelijk laag natuurlijk. Je praat dus bij kantoorhuisvesting over niets minder dan een waanzinnige verspilling van milieugoederen!”

e zullen een factor 10 milieu-intelligenter met kantoorhuisvesting moeten omspringen, meent Dewever. Dat betekent in zijn uiterste consequentie dat we eigenlijk met een tiende deel van het huidige kantoorbestand moet ke volstaan. Ook hij vindt dat wel extreem, maar zegt heilig te geloven in de mogelijkheid het benodigde kantoorvolume te halveren. Dewever: “We zouden kantoren geschikt ke maken voor verschillend gebruik, bijvoorbeeld ook in de avonduren en in de weekends. Het zijn nu van die prive-domeinen die er voor het overgrote deel van de tijd nutteloos bij staan en onnodig veel schaarse ruimte consumeren. Waarom verhuren we die ruimte buiten kantoortijd niet aan verenigingen of zo?”

“We beschikken in dit land over een vracht aan oudere gebouwen, prima van kwaliteit en op prachtige locaties,” vervolgt Dewever. “Voor het gangbare kantoorconcept met zijn cellenstructuur zijn die moeilijk te gebruiken. Maar wat zou er op tegen zijn die panden een multifunctionele bestemming te geven? Dat je de intrinsieke mogelijkheden van die gebouwen volledig benut en je niet een enkele organisatie als vertrekpunt van gebruik en inrichting neemt. Willen we het milieu-rendement van gebouwen op het gewenste niveau krijgen, zullen we eerst binnen de bestaande voorraad moeten zoeken. Bij de nieuwbouw van kantoren moeten we bedenken dat die niet tot in de eeuwigheid als kantoor zullen dienen. We verbouwen nu al oude pakhuizen en kerken tot woningen. Ik heb zo mijn twijfels of dat ook met onze moderne kantoren kan.”

antoororganisaties zijn sterk in beweging en daarmee lijkt het huidige kantoorconcept achterhaald. Het moderne kantoor is een duiventil. Steeds minder mensen zijn van 9 tot 5 vastgebakken aan een en dezelfde werkplek. Tal van technologische vindingen maken het werk minder plaats- en tijdgebonden. De kantoororganisatie professionaliseert, het werk individualiseert. Mensen worden aangestuurd op hun ‘output’. Waar en wanneer zij werken doet er niet zo veel meer toe. Omdat organisaties het routinematig werk automatiseren of uitbesteden, verdwijnen gaandeweg de meeste strikt kantoorgebonden functies. Een nieuw kantoorconcept gloort aan de einder: de front-office voor de kernorganisatie met satellietkantoren bij stations en in woonwijken. Het kantoor van morgen kent wisselwerkplekken, stiltekamers, vergaderaccommodatie – het wordt een ontmoetingsplaats, een trefpunt voor zakelijk en collegiaal contact. Milieu-inspecteur Dewever juicht die ontwikkeling toe. Er is naar zijn zeggen beduidend minder kantoorvolume nodig om organisaties hun werk naar behoren te laten doen. Bovendien wordt de wel benodigde kantoorruimte een stuk efficienter gebouwd.

“Minder kantoorbouw komt het milieu in menig opzicht ten goede. Minder beslag op de schaarse ruimte, minder gebruik van grondstoffen, minder energieverbruik. Met satellietkantoren bij stations en in woonwijken beteugel je bovendien de mobiliteit. Kantoren ke kleiner van omvang worden. Je hoeft dan minder uit te geven aan stichtingskosten en exploitatielasten. Intelligent omgaan met kantoorhuisvesting levert dus geld en een beter milieu op. Met satellietkantoren in woonwijken doorbreek je de nogal ongemakkelijke scheiding tussen wonen, werken, winkelen en kinderen van en naar school brengen. Dat krijgt een enorme impact op het sociale leven van mensen: ze hebben te voet of per fiets zo goed als alles binnen handbereik. Ook oudere werknemers kun je zo langer in het arbeidsproces houden. Slagen we erin dergelijke concepten goed op de rails te zetten, dan vangen we een hele reeks vliegen in een klap!”

Drs. Fred Boerunnen is directeur van de regio Noordwest van de Rijksgebouwendienst te Haarlem. Ongenoegen over het weinig doelmatige gebruik van kantoorruimte in ons land inspireerde hem tot diep nadenken over een toepasbaar concept voor de nieuwe huisvesting in Haarlem van zijn eigen regiokantoor en een aantal regionale inspecties van het ministerie van VROM. Hij wist de leiding van VROM en Rijksgebouwendienst in Den Haag te winnen voor een experiment waarin een aantal nieuwe gedachtenlijnen en inzichten rondom kantoorontwikkeling en kantoorgebruik elkaar treffen. Boerunnen riep vervolgens de hulp in van de Technische Universiteit Eindhoven voor een grondige analyse van de diverse functies en de aard en combinatie van werkplekken en voorzieningen die nodig zijn om de werkzaamheden van de verzamelde VROM-diensten straks geolied te laten verlopen.

Boerunnen: “We laten aan de noordzijde van het NS-station in Haarlem een kantoor bouwen waarin straks ongeveer 220 mensen komen te werken. Hierin maken we werkruimte voor zo’n 160 mensen in de vorm van bureauwerkplekken, wisselwerkplekken, stiltewerkplekken, vergaderruimtes en andere ontmoetingsruimten. De verdeling van vaste bureauwerkplekken en wisselwerkplekken is ruwweg fifty-fifty. Daarnaast bouwen we ruimte in voor een satellietkantoor met tenminste 20 werkplekken. Daar ke VROM-mensen die in Kennemerland of wat noordelijker in Noord-Holland wonen, op het ministerie in Den Haag werken, een paar dagen per week telewerken. Ik sluit niet uit dat het satellietkantoor flink wat meer werkplekken zal krijgen, want ook Verkeer en Waterstaat wil meedoen en Economische Zaken toont eveneens interesse. Het zou zelfs aanzet ke zijn voor een commercieel te exploiteren satellietkantoor voor de marktsector.”

e RGD-regiodirecteur maakt melding van een zwaan kleef aan-effect. Aanvankelijk zouden alleen zijn eigen medewerkers en die van de regionale VROM-inspecties Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieuhygiene in het nieuwe pand onderdak vinden. Maar inmiddels maken straks ook de mensen van de regio West van de VROM-dienst Recherchezaken en het secretariaat van de Huurcommissie in Haarlem hun opwachting. Boerunnen: “In de nieuwbouw mikken we op een ruimtebesparing van 20 procent ten opzichte van de gangbare ruimtenormen die de Rijksgebouwendienst voor de huisvesting van rijksambtenaren hanteert. Die besparing komt neer op ongeveer 1000m2 vloeroppervlak. Alleen al voor de Rgd-mensen komen we tot een besparing van 500m2. Uit milieu-overwegingen is dat heel interessant; minder ruimtebeslag, minder bouwmaterialen, minder verwarming, minder verlichting en ook minder schoonhouden. Betekent ook dat de stichtingskosten en de exploitatiekosten beduidend lager uitvallen.”

oerunnen noemt kostenbesparing niet het voornaamste motief om het experiment aan te gaan, al mag het nieuwe pand uiteindelijk niet duurder worden dan een ‘normaal’ kantoor. Volgens hem is dat heel goed te doen. Zo wil hij natuurlijke in plaats van mechanische ventilatie toepassen, en aldus ook op de installatiekosten besparen.

“Wel heb ik bepleit een 100 procent-inrichtingsbudget aan te houden, als zouden we een traditioneel kantoor gaan inrichten. In het nieuwe kantoor maken we 80 procent van de werkplekken die we normaal zouden krijgen. Die 20 procent die we feitelijk besparen, kun je inzetten om dat kleinere aantal werkplekken ook daadwerkelijk hoogwaardig in te richten. Kijk, de mensen moeten straks toch een beetje inschikken. Daar moet je dus wat tegenover stellen: niet alleen die extra kwaliteit in de variatie aan werkplekken, maar ook een hoge mate van telematische-kwaliteit. Want werk je met wisselwerkplekken dan zul je de mensen moeten uitrusten met mobiele telefoon en lichtgewicht draagbare computers. De wisselwerkplek zelf moet ook extra kwaliteit bieden: je moet het bureau makkelijk in hoogte en laagte ke verstellen.”

“Trouwens het hele kantoor moet een behoorlijke belevingswaarde en een hoge behaaglijkheidsgraad hebben”, vindt Boerunnen. “Wij denken aan een daarop afgestemde licht-architectuur en faciliteiten als coffeecorners, zithoeken en een fitnessruimte. De opzet is een open kantoor dat allerwegen uitnodigt tot communicatie, tot ontmoeting. Nee, we gaan niet terug naar het kantoorlandschap van de jaren ’70. Dat heeft z’n tijd inmiddels echt wel gehad. Maar, het is niet voor niets dat we hier verschillende VROM-diensten bij elkaar willen huisvesten. Dat is niet alleen maar efficienter, het moet ook leiden tot de synergie die je mag verwachten als onderdelen van een concern bij elkaar zitten. En dan denk ik aan het uitwisselen van informatie en ervaringen, aan pomatige samenwerking en zeker ook aan ontspannen collegiale ontmoeting.”

Het proefkantoor met wisselwerkplekken moet medio 1996 aan de gebruikers worden opgeleverd. Momenteel bevindt het po zich in de fase van het schetsontwerp. Poarchitect is Rudy Uytenhaak uit Amsterdam. Als ontwikkelaar treedt op het aan de Nederlandse Spoorwegen gelieerde Nemeog. “Het experiment is nog niet geslaagd als het onszelf goed bevalt, maar pas als het ook de gewenste uitstraling naar de overige rijkshuisvesting en de vrije kantorenmarkt krijgt,” meent de Rgd-regiodirecteur. “Wij ke laten zien dat wij hier een nieuw kantoorprodukt neerzetten waar vanuit de gebruikers belangstelling voor is. Dan is er dus een markt voor en ik verwacht dan ook dat ontwikkelaars en beleggers dit voorbeeld zeker gaan volgen. Het gaat ons hier niet om allerhande hightech-hoogstandjes, maar om een integrale benadering van kantoorontwikkeling en kantoorgebruik. We blijven met twee benen op de grond. Aansluiten op de functionele eisen van kantoorgebruikers is onze inzet. Wat hebben ze nodig om hun werk goed te ke doen, en onder welke condities voelen zij zich plezierig in dat kantoor? Dat is de opgave van dit experiment.”

JEAN QUIST

Milieu-inspecteur voor de Rijkshuisvesting ir. M. Dewever.

Hendriksen-Valk

Directeur RGD Noord-Holland drs. F. Boerunnen.

Thuring

Reageer op dit artikel