nieuws

Mislukte overname van Ballast Nedam pept moreel troepen op Boskalis wil aanpalende bedrijven gaan overnemen

bouwbreed Premium

De mislukte overname van Ballast Nedam heeft Koninklijke Boskalis Westminster niet uit het lood geslagen. De baggeraars uit Papendrecht popelen om hun ‘nieuwe’ groeistrategie te ke gaan uitvoeren. Gezocht wordt naar allianties of overnames van ondernemingen die zich “op aanpalende gebieden succesvol ontplooien”.

De baggermarkt voor Boskalis Westminster loopt tegen zijn grenzen. De onderneming heeft een dermate groot marktaandeel van de vrije baggermarkt, dat sterke groei daar wordt uitgesloten. De onderneming verwacht nog wel wat baggeractiviteiten te ke ontplooien in de ‘emerging markets’ (Vietnam en Taiwan) en een graantje mee te pikken van de privatisering van staatsbaggerbedrijven.

Tijdens het toelichten van de jaarcijfers 1993 filosofeerde Rob van Gelder, voorzitter raad van bestuur Koninklijke Boskalis Westminster (KBW), over een andere vorm van horizonverbreding. Er moet daarbij worden gedacht aan alle mogelijke terreinen die in het verlengde van het baggeren liggen.

Maar, Van Gelder heeft noten op zijn zang. In termen als ‘winner’ en ‘know-how’ trachtte hij de nieuwe verbredingsrichting gisteren in het statige Amstel Hotel neer te zetten. “Het over te nemen bedrijf moet over een goed eigen management beschikken. Want ons management heeft weinig overcapaciteit om zo’n bedrijf te leiden. Wij hebben onze eigen besognes.”

In voorzichtige bewoordingen ziet hij wel wat in activiteiten die de Dubbers Malden Groep en Lamnalco aan de dag leggen. Het eerste bedrijf is actief op de markten van zowel de civiele betonbouw als de utiliteitsbouw. Het bedrijf is voor 50 procent van KBW en de rest is in handen van Philipp Holzman. Lamnalco is voor 50 procent in handen van een Saoedische partner en voert bijvoorbeeld in Nigeria loodsdiensten uit. Van Gelder zegt duidelijk dat hij niet met de twee partners in gesprek is om de 50-procents belangen op te kopen. “Maar het zijn bedrijven van een hoge kwaliteit en die zoeken wij. We beschikken over voldoende financiele middelen (f. 290 miljoen/evo) om samenwerkingen aan te gaan dan wel bedrijven over te nemen.”

De affaire met Ballast Nedam is voor Van Gelder een gesloten boek. Vanwege een ondertekende geheimhoudingsclausule wimpelde hij alle vragen over dit onderwerp weg en gaat hij niet in op de vraag, of Ballast Nedam dan geen kwaliteitsbedrijf was.

Jaarverslag 1993: “Van de fusie werd afgezien omdat, naar onze mening, uiteindelijk onvoldoende aan de voorwaarden om op termijn tot een kansrijk gespecialiseerd internationaal aannemingsbedrijf te komen, werd voldaan.”

Van Gelder: “Overigens het samengaan, zoals dat ons voor ogen stond, is heel anders dan wat er nu met Ballast Nedam gebeurt. Je kunt de twee transacties niet met elkaar vergelijken.”

Nederland

De Nederlandse bijdrage aan de omzet van f. 1,2 miljard over 1993 loopt net als in 1992 steeds verder terug (zie grafiek). Alle mooie woorden over investeringen in milieu en infrastructuur ten spijt vallen de inkomsten met f. 23 miljoen terug tot f. 190 miljoen en is de bijdrage aan de winst van f. 76,291 miljoen niet groots.De vooruitzichten op groei in Nederland zijn somber. Om de povere inkomsten uit kustwerken toch rendabel te houden, werden Boskalis Oosterwijk en Zincon Dekker geintegreerd in een organisatie. “Op deze manier drukken we de kosten”, aldus ing. D. Vlot, binnen de raad van bestuur belast met de West-Europese activiteiten.

Waarom stoppen jullie niet met kustwerken?

“We gebruiken de activiteiten om onze mensen mee op te leiden. Ondanks dat kustwerk marginaal is, blijft het voor testen van modern materieel belangrijk”, meent Vlot.

Hetzelfde verhaal valt te vertellen over het milieu. Alle voorzitters van raden van bestuur van bouwbedrijven klagen over de geringe activiteiten op dit vlak. Vlot: “We hebben veel geld geinvesteerd in milieubaggeren, maar de inkomsten zijn bij lange na niet genoeg om dat terug te verdienen. Het vervelende is dat door dat wachten de kosten alleen maar nog verder zullen oplopen voor de overheid.”

Toekomst

De Nederlandse overheid krijgt er ook van langs als het gaat om het arbeidsvoorwaardenbeleid voor personeel dat wordt uitgezonden naar het buitenland. De veelheid aan ingewikkelde regelgevingen houden volgens KBW onvoldoende rekening met de specifieke situatie van het personeel. “Volgens de AWBZ moet je drie maanden in Nederland werken, maar het merendeel van onze activiteiten vinden juist plaats in het buitenland”, constateert Vlot. “Dit soort regelingen treft ons in de flexibiliteit. Een oplossing is om lokaal meer mensen te gaan aanstellen en dat gebeurt nu in Mexico.”

Over 1994 liet men zich gematigd positief uit. In het inmiddels beruchte jaarverslagenjargon verwacht men “dat een verdere toename van het nettoresultaat mogelijk wordt geacht”.

Reageer op dit artikel