nieuws

Duitse bouwmarkt is voldoende open

bouwbreed Premium

De Duitse bouwmarkt biedt voldoende kansen aan buitenlandse aannemers. De openbare aanbestedingen die publieke opdrachtgevers moeten uitschrijven, garanderen dat niet alleen het plaatselijke bouwbedrijf naar een po kan dingen.

De grondslag voor deze gang van zaken ligt in de Verdingingsordnung fieuwer Bauleistungen (VOB) die in drie delen de voorwaarden opsomt waaronder in Duitsland bouwwerken worden uitgevoerd.

Dr. D. Abels legde op een bijeenkomst in Rijssen uit dat paragraaf 2 van de VOB voorschrijft dat bouwopdrachten alleen mogen toevallen aan bedrijven die dergelijke werken daadwerkelijk ke uitvoeren. De tekst meldt volgens de directeur van de Kreishandwerkschaft Borken uitdrukkelijk dat de opdrachtgever een bepaald bedrijf niet mag voortrekken. Daarmee stelt de regel aanbestedingen dus ook open voor buitenlandse gegadigden. Bijvoorbeeld gemeenten komen niet zelden in de verleiding aan het eigen bedrijfsleven de voorkeur te geven maar houden zich desondanks aan de bepaling.

Afwijken

Paragraaf 3 behandelt de wijzen van aanbesteding en geeft aan dat in beginsel alleen de openbare aanbesteding in aanmerking komt. Pas wanneer zich bijzondere omstandigheden voordoen mag de opdrachtgever volgens Abels van die regel afwijken. Dat kan bijvoorbeeld in het geval waarin het werk dat voor een openbare aanbesteding moet worden verzet niet in verhouding staat tot de omvang van het po. Voorts mag de opdrachtgever tot een onderhandse aanbesteding overgaan wanneer een eerder uitgeschreven openbare aanbesteding geen resultaat opleverde. Hetzelfde geldt voor gevallen waarin de realisatie van een po aantoonbare haast vereist of waarin alleen bepaalde bedrijven een werk ke uitvoeren. Openbare opdrachtgevers zijn in alle gevallen verplicht openbaar aan te besteden.

Deze bepaling uit paragraaf 3 wijkt af van de Nederlandse praktijk. Hetzelfde geldt volgens Abels voor paragraaf 4. Die stelt welbeschouwd dat een po niet als een geheel aan een hoofdaannemer mag toevallen. Grote bouwpoen moeten zoveel als mogelijk in kleinere werken worden opgedeeld en uitgegeven waardoor ook kleine en middelgrote bedrijven een kans krijgen. De verschillende ambachtelijke en bedrijfsmatige opdrachten worden naar vakgebied verdeeld. Deze gang van zaken bepaalt de praktijk in Duitsland. Uitzonderingen komen nauwelijks voor.

Opgave

Paragraaf 9 behandelt deze verdeling en geeft aan op welke wijze de opdrachtgever het deelpo moet beschrijven. Dat komt volgens Abels neer op een gedetailleerde opgave van wat het uitvoerend bedrijf moet doen. Architecten- en ingenieursbureaus nemen deze taak veelal voor hun rekening. Paragraaf 10 schrijft voor aan welke bepalingen de opdrachtgever zich verder moet houden.

Paragraaf 8 onderstreept nogmaals dat een opdrachtgever niemand van mededinging mag uitsluiten. Dit betekent dat de opdrachtgever iedereen die beroepsmatig (bouw)werken uitvoert het bestek moet geven. In ruil mag deze de gegadigde wel om gegevens over het bedrijf vragen. Te denken valt aan een opgave van de omzet over de afgelopen drie jaar, aan referenties uit dezelfde periode, aan het personeelsbestand en de technische uitrusting en aan diploma’s die de vakbekwaamheid van de aanvrager bewijzen.

Uitsluiten

Op grond van deze stukken kan de opdrachtgever bij een onderhandse aanbesteding of een directe opdracht bedrijven uitsluiten. Redenen voor uitsluiting zijn volgens Abels bijvoorbeeld een op handen zijnd faillissement of een uitstel van betaling. Een steeds belangrijker rol speelt de inzet van illegale werklieden. Opdrachtgevers ke bedrijven uitsluiten die hun verplichtingen inzake de fiscus en de sociale verzekeringen niet nakomen of die niet bij de desbetreffende bedrijfsvereniging staan ingeschreven.

Paragraaf 17 geeft de wijze aan waarop openbare aanbestedingen worden verspreid en regelt de vergoeding die openbare opdrachtgevers voor het toezenden van de stukken mogen vragen. Paragraaf 18 stelt dat er minstens tien kalenderdagen moeten zitten tussen tussen opening en sluiting van de aanbestedingsperiode. In het geval van openbare aanbestedingen is volgens Abels verder geregeld binnen welke termijn gegadigden hun offerte moeten indienen en hoelang elke aanbieder aan het aanbod is gebonden. Met dat laatste wordt bedoeld dat de indiener het werk daadwerkelijk moet uitvoeren wanneer de opdrachtgever hem daarvoor heeft geselecteerd. Het gaat hierbij doorgaans om een periode van maximaal dertig kalenderdagen.

Onderhandelen

Openbare opdrachtgevers mogen op grond van deel A van de VOB over de opgevoerde bedragen na de indiening niet meer onderhandelen. Particuliere opdrachtgevers zullen dat volgens Abels echter wel doen en daarmee doorgaans succes boeken. Tijdens de bouw kan het gebeuren dat de aanvankelijk opgegeven maten veranderen. Bedraagt deze aanpassing niet meer dan 10 procent dan mag de aannemer de opgegeven prijzen niet veranderen. Het gevolg van de regel dat de aannemer eenheidsprijzen opgeeft.

In het verlengde daarvan liggen gedetailleerde voorschriften over de inspanningen die de aannemer buiten het contract moet verrichten zonder dat daar een vergoeding voor wordt gegeven. Deel C van de VOB gaat hier nader op in. Deel B van de VOB geeft aan dat de aannemer binnen twaalf dagen na de toewijzing van de opdracht met de uitvoering ervan moet beginnen. Blijft de opdrachtgever bijvoorbeeld financieel in gebreke dan kan de opdrachtnemer volgens Abels het contract opzeggen.

Reageer op dit artikel