nieuws

Toeleveranciers zijn nog teveel ambachtslieden

bouwbreed Premium

De toeleveranciers van de bouwnijverheid gedragen zich nog teveel als ambachtslieden. Ze krijgen een uitnodiging om aan een po deel te nemen, maar doen na het aannemen van de opdracht niet meer dan datgene uitvoeren wat hen wordt gevraagd.

Toeleveranciers moeten hun belangen bundelen en meer gebruik maken van subsidies zodat ze de buitenlandse markt ke betreden.

De bouw wordt volgens B. Gravendijk van de groep Ontwikkeling en Financiering van Senter uit Den Haag steeds meer een zaak van de toeleveranciers en daarmee van de industrie. De innovaties van die industrie zorgen ernaar de mening van de poleider exportfinanciering en -poen voor dat er produkten komen die bijvoorbeeld de woningbouw van kant en klare elementen voorziet.

Bouwen verandert daarmee steeds meer in monteren wat lagere kosten en dus lagere woningprijzen oplevert. Voeg daarbij het feit dat verdachte materialen die later eventueel milieuproblemen ke veroorzaken nauwelijks nog worden toegepast en er ontstaat een beeld van een alleszins slagvaardige bedrijfstak die ook over de grens een aanzienlijk succes kan boeken.

Dat succes komt de toeleveranciers volgens Gravendijk echter niet aanwaaien. Het stelt hen in elk geval voor de eis voor meer zaken belangstelling op te brengen dan alleen de dingen van de dag. De opzet van een exportactiviteit wil niet zeggen dat de geinteresseerde meteen opleidingen moet volgen, al wil een taalcursus later nog wel eens van onschatbare waarde zijn. Wie bijvoorbeeld iets in Frankrijk wil verkopen dient zich te bedenken dat de mogelijke afnemers vrijwel zonder uitzondering alleen de Franse taal beheersen. Goed lezen van een krant en het volgen van het nieuws uit het buitenland zal niet zelden een idee geven over zakelijke activiteiten over de grens. Het resultaat hangt samen met een actieve opstelling en met de wil zichzelf te orienteren. Aan de hand van het eigen zakelijke inzicht kan de ondernemer zelf zijn kansen bepalen.

Welslagen

Het welslagen daarvan kan volgens Gravendijk in niet onbelangrijke mate verbeteren wanneer de ondernemer bij de overheid een subsidie aanvraagt. In beginsel kan iedereen daarvan gebruik maken. Bij de kleinere bedrijven ontstaat dan echter het schrikbeeld van haast ontelbare bureaucratische handelingen waarvan het resultaat omgekeerd evenredig is aan de inspanningen. Grote bedrijven nemen daarentegen vaak speciale functionarissen in dienst die zich alleen bezighouden met het vinden en aanspreken van subsidiefondsen. Daarmee vergroten ze de financiele slagkracht van de onderneming. De kostprijs van subsidies is laag zodat de toegevoegde waarde hoog is.

Promotie

Een voorbeeld van een succesvolle promotie in het buitenland biedt volgens Gravendijk de presentatie die het Hellend Dak met de Nederlands-Duitse Kamer van Koophandel hield in oostelijk Berlijn. De overheid ondersteunde deze actie met een bijdrage van f. 60000 zodat de ongeveer twintig deelnemers welbeschouwd niet meer hoefden te betalen dan hun reiskosten. Op het eerste gezicht lijkt het weinig relevant om Nederlandse dakbedekkers grotere bekendheid te geven in Duitsland. In oostelijk Berlijn en in oostelijk Duitsland ligt echter heel wat werk te wachten. Dat kan er onder meer toe leiden dat de eerst komende tijd export van Nederlandse dakmaterialen naar Duitsland plaats vindt.

Veiligstellen

Niet altijd zal export volgens Gravendijk neerkomen op het fysieke transport van produkten maar om de uitvoer van systemen of werkwijzen. Een niet onaanzienlijk aantal bedrijven zal daarmee het voortbestaan ke veiligstellen. Het nationale bouwvolume daalt waarmee de noodzaak tot de trek over de grens toeneemt. De Nederlandse Kamers van Koophandel in andere landen ke de kansen van slagen aangeven. Daarbij ke bedrijven die nog niet exporteren of die een nieuwe produkt/marktcombinatie voorstellen gebruik maken van de IPN-regeling.

Goede onderlinge contacten tussen bedrijven ke de afzonderlijke bedrijven meer dan goede diensten bewijzen. Het is in dat opzicht opvallend dat dergelijke contacten niet direct tot de regel behoren maar meer tot de uitzondering.

Subsidie

Indirect leveren nogal wat toeleveranciers volgens Gravendijk voor de export. Het gaat dan om de bestelling van werkmaatschappijen van grote aannemersconcerns. Wanneer die sleutelklare poen uitvoeren wordt ernaar gestreefd zo’n 30 tot 40 procent van de te gebruiken benodigdheden van Nederlandse toeleveranciers te betrekken. Wordt dat percentage gehaald en gaat het om aantoonbare Nederlandse produkten dan verleent de overheid subsidie op dergelijke werken via de export financierings faciliteit. In 1993 beliep de contractwaarde van goedkeurde poen op basis van de offertes ruim f. 1,3 miljard. In dit bedrag zat voor zo’n f. 470 miljoen aan toeleveringen.

Accountant

Een college van externe deskundigen beoordeelt volgens Gravendijk het Nederlandse aandeel in deze toeleveringen voordat het tot uitbetaling van de subsidie komt. In deze groep zitten mensen die geacht worden het vertrouwen van het Nederlandse (bouw)bedrijf te hebben. Per toeleverancier controleert een accountant het bewijs van levering. Voldoet de opdracht niet aan de eisen dan verstrekt de overheid geen geld en geen kredietverzekering. De Franse overheid betaalt in zo’n geval alleen uit wanneer alle toeleveringen uit Frankrijk komen.

Verplicht

De regels van de EG staan volgens Gravendijk het voorschrijven van een nationaal aandeel toe. De verschillende landen zijn echter wel verplicht 30 procent te verdelen onder andere EG-landen. Behalve in de gevallen waarin dat niet kan. Het laat zich raden dat heel wat inspanningen worden verricht om onder deze regel uit te komen. Vooralsnog staan daar geen sancties op al ligt de komst van dergelijke maatregelen wel in de verwachting. Voor Nederland zal de komst daarvan alleen maar gunstig ke uitpakken.

Op 26 april vindt in Utrecht bij Rabobank Nederland van 14.00 tot 18.00 uur een symposium plaats over exportbevordering. Nadere inlichtingen verstrekt de DEC-groep via 070-3477312.

Reageer op dit artikel