nieuws

Europese betonnormen: meningen lopen uiteen

bouwbreed Premium

De meningen over de Europese normen voor beton lopen uiteen. Volgens de een is de Europese norm voor betonconstructies nauwkeuriger dan de Nederlandse en leidt hij daardoor tot goedkopere oplossingen. Volgens de ander is de Europese norm voor betonconstructies gemiddeld juist zwaarder dan de Nederlandse. Een derde ziet behoorlijke verschillen, maar wel de mogelijkheid om de Europese norm zo toe te passen dat in Nederland veilig en economisch verantwoord gebouwd kan worden.

Over de Europese norm voor beton als materiaal lopen de meningen eveneens uiteen. Volgens de een zijn de Europese voorschriften zijn niet moeilijker te hanteren dan de Nederlandse. Volgens de ander zijn de verschillen weliswaar beperkt, maar ingrijpend.

Een en ander bleek op de studiedag over Europese betonnormen in de bouwpraktijk, gehouden door de Betonvereniging, CUR en het Nederlands Normalisatie-Instituut in het KIvI-Gebouw te ‘s-Gravenhage.

Waar iedereen het wel over eens is, is dat de Europese normen belangrijk zijn voor de praktijk. Buitenlandse aannemers ke immers op basis van die normen in Nederland inschrijven en Nederlandse in het buitenland. Daarbij gaat het vaak om grote werken, meestal aanbesteed door de overheid. Ir. F.B.J. Gijsbers van TNO-Bouw waarschuwde in dit verband dat sommige vragen nog niet beantwoord zijn, maar dat de trein van de Europese normering op gang is en snelheid maakt. Ing. R. Sagel van Bouw- en Woningtoezicht Rotterdam zei, dat het belangrijk is de ontwikkeling van de Europese normen kritisch te volgen. De verschillen zijn beperkt, maar wel belangrijk.

Twee normen

Op de bijeenkomst kwamen twee Europese normen aan de orde: die voor betonconstructies (EN1992) en die voor beton als materiaal (EN206). Beide normen verkeren nog in het stadium van voornorm (ENV). Subcommissie 2 (SC2) van Technical Committee 250 (TC250) van Sector 1 van de Technical Board (BTS1) van het Comite Europen de Normalisation (CEN), de organisatie die voor Europa normen voorbereidt, houdt zich bezig met de norm voor het ontwerpen van betonconstructies, EN1992 (de aanduiding 1992 is toevallig en heeft niets te maken met het jaar 1992).

Deel 1-1 van EN1992 behandelt de algemene regels. Deel 1-2 gaat over de brandveiligheid, deel 1-3 over prefab beton, deel 1-4 over lichtbeton, deel 1-5 over voorgespannen beton en deel 1-6 over ongewapend beton.

Deel 1-1 is reeds als voornorm gepubliceerd (ENV1992); de andere delen volgen in de loop van 1994. Bij al deze EN-normen horen NAD’s (National Application Documents, in Nederland aangeduid als ‘Voorwaarden voor toepassing’). Voornormen en NAD’s tezamen sluiten aan op de bestaande nationale normenstelsels.

Vrijhandel

Althans, dat geldt voor de normen die binnen de Europese Richtlijn Bouwprodukten aangeduid worden met A-normen. Zij betreffen het bouwwerk of aspecten daarvan als geheel. B-normen betreffen de bouwprodukten zelf. Produkten die voldoen aan de B-normen worden door de fabrikant voorzien van CE-markering en zijn vrij verhandelbaar binnen de landen van de Europese Unie (EU) en de Europese Vrijhandels Associatie (EVA).

Uiteindelijk is het allemaal om die vrije handel te doen. De Europese normen moeten de technische barrieres, gevormd door de nationale normen en regels, wegnemen. Een probleem daarbij is dat de A-normen niet bindend zijn en de B-normen wel. Het gevolg is verwarring op het moment dat in B-normen naar A-normen wordt verwezen. Een voorbeeld is de voor-voornorm prEN1168 voor kanaalplaatvloeren. In deze norm wordt verwezen naar ENV1992 deel 1-1. De eerste norm krijgt te zijner tijd een bindend karakter, de tweede niet. Hier moet nog een oplossing voor gevonden worden.

Rekenvoorbeelden

Bij het construeren in beton is de Europese norm (in Nederland aangeduid als de NVN-ENV1992 1-1) gemiddeld zwaarder dan de Nederlandse Voorschriften voor Betonconstructies (VBC1990 ofwel NEN6720, TGB-Beton). Dat liet ing. J. Stasse van Adviesbureau J.G. Hageman c.i. BV zien aan de hand van zeven rekenvoorbeelden.

Volgens de Europese norm moeten wringende momenten altijd door wapening opgenomen worden. Hetzelfde geldt voor dwarskrachten in combinatie met wringing. De Europese norm vereist daardoor een grotere hoeveelheid beugelwapening. De Europese norm hanteert een standaardfactor voor excentriciteit bij pons. Dat lijkt praktisch, maar met de Nederlandse norm kan met een veel kleinere, werkelijke waarde gerekend worden.

Volgens de Europese norm is veel meer materiaal nodig voor een op druk belaste doorsnede. Kolommen moeten zwaarder uitgevoerd worden dan volgens de Nederlandse voorschriften. Voor vloeren staat de Europese norm het gebruik van een tabel toe. Dat leidt tot onnodig dikke vloeren. Tenslotte vindt Stasse de belastingen en de berekening van de invloed van krimp en kruip op doorbuiging te ingewikkeld. Toch concludeert hij, dat het mogelijk moet zijn de Europese norm zo toe te passen, dat in Nederland voldoend veilig, economisch verantwoord en gebruiksvriendelijk kan worden geconstrueerd.

In de ENV1992 1-1 komen ongeveer 200 waarden tussen streepjes voor, de zogenaamde ‘boxed values’. Dit zijn de waarden waarvoor nog geen internationale overeenstemming is bereikt. Ir. P. de Jong van Adviesbureau J.G. Hageman c.i. BV behandelde het NAD waarin de Nederlandse waarden opgenomen zijn. De meeste waarden, zoals voor veiligheidsklassen, partiele veiligheid en belastingcombinaties, worden ontleend aan NEN6702. Het grootste aantal heeft betrekking op zaken als minimum wapening, verankeringslengte e.d., of op waarden die door vakmatige beoordeling moeten worden vastgesteld. Het bestaan van de ‘boxed values’ lijkt in strijd met het streven naar harmonisatie op Europees niveau. De Jong: “De werkelijkheid is meer genuanceerd. De verschillen in bouwcultuur en in normen tussen de Europese landen zijn zo groot dat het eigenlijk een wonder mag heten dat het gelukt is een gezamenlijk voorschrift op papier te krijgen. De ‘boxed values’ hebben daarbij als het ware als smeermiddel gewerkt. Het gebruik ervan moet gezien worden als een tijdelijke maatregel.”

Kostenstijging

Ing. C. Souwerbren van de certificatie-instelling BMC behandelde de kwaliteitsnorm voor beton, EN(V)206, opgesteld door CEN/TC104. In de voornorm is een indeling in milieuklassen opgenomen, die sterke gelijkenis vertoont met die van de Nederlandse Voorschriften Betontechnologie (VBT). Deze indeling dreigt vervangen te worden door een gecompliceerde indeling, die uitgaat van een minimum cementgehalte en een maximum water/cementfactor die voor Nederlandse begrippen hoog zijn. Dat zou een kostenstijging tot gevolg hebben.

Souwerbren wees er op, dat CEN/TC229 inmiddels al conceptnormen opgesteld heeft voor betonprodukten, zonder verwijzingen naar EN(V)206. “De materiaaleigenschappen en keuringscriteria zijn in iedere norm opnieuw en anders geformuleerd. Door het niet verwijzen naar EN(V)206 ontbreekt iedere afstemming. Een zorgelijke ontwikkeling”, aldus Souwerbren. Volgens ir. C. van Weeren van de Rijksgebouwendienst zijn de Europese voorschriften niet moeilijker te hanteren dan de Nederlandse. Zijn ervaring is dat de kosten van betonconstructies niet wezenlijk veranderen door toepassing van de Europese normen. Het is soms lastig het overzicht te behouden, maar dat geldt voor de Nederlandse voorschriften ook. Van Weeren deed een oproep aan de constructeurs om op korte termijn goede hulpmiddelen te ontwikkelen, zoals stroomdiagrammen, grafieken en tabellen. Daarmee ke berekeningen vlotter en met minder kans op fouten uitgevoerd worden.

Prof. ir. Ch.J. Vos behandelde tenslotte de ontwikkeling van hulpmiddelen binnen het EG-programma SPRINT, door de betonverenigingen van Duitsland, Nederland en Groot-Brittannie. Het gaat om leerboeken, ontwerp- en verificatietabellen, grafieken en programma’s, tekenafspraken en CAD-programma’s. Uit een enquete is naar voren gekomen, dat er geen grootschalige vraag is naar geautomatiseerde hulpmiddelen. In Frankrijk bijvoorbeeld bestaat weinig belangstelling voor de betoncode op CD-rom, ondanks de toepassing van hypertekst en actieve formules.

Duitsland

In Duitsland blijkt slechts een klein deel van de ingenieursbureaus over een kwaliteitssysteem te beschikken. Er wordt daarom gedacht aan gedrukte tabellen en grafieken en een boek met voorbeelden van toepassingen van de Europese normen voor het construeren in beton.

Reageer op dit artikel