nieuws

Prof.ir. J. Witteveen verruilt TNO-Bouw voor Onderzoekschool Bouw Bouwonderzoek heeft nieuwe impulsen nodig

bouwbreed Premium

Het lukt nog steeds niet om een gezamenlijk technologiebeleid voor de bouw te ontwikkelen. De pogingen die hiertoe zijn gedaan, blijken tot nu toe nog niet erg succesvol. Nieuwe impulsen moeten zorgen voor een betere aansluiting van vraag en aanbod.

Dat was de teneur van de bijdrage van prof.ir. J. Witteveen aan het symposium ‘Bouwonderzoek als investering’ dat gisteren in Rotterdam werd gehouden ter gelegenheid van zijn afscheid van TNO-Bouw, waar hij de laatste tien jaar directeur was. Sinds 1 januari 1994 is Witteveen wetenschappelijk directeur van de Onderzoekschool Bouw die met ingang van dezelfde datum in Delft van start is gegaan. Het belangrijkste doel van de onderzoekschool is het bundelen van het bouwonderzoek aan de technische universiteiten.

Volgens Witteveen is het in deze tijd -onder meer door schaalvergroting, internationalisatie en nieuwe vormen van opdrachtgeverschap- absoluut noodzakelijk dat het bouwonderzoek van internationaal niveau is en aansluit op de behoeften van de bedrijfstak. Daarom is het ook nodig dat het onderzoek van bedrijven, onderzoekinstituten en universiteiten op elkaar aansluit en zo mogelijk elkaar versterkt. “En daar is nog veel aan te doen”, aldus Witteveen. Pogingen om verbetering in de situatie te brengen en een gezamenlijk technologiebeleid voor de bouw te ontwikkelen zijn volgens Witteveen tot dusver niet erg succesvol.

Te vrijblijvend

Als voorbeeld noemde hij de in 1990 ingestelde Adviesraad Technologiebeleid Bouwnijverheid (ARTB) die onlangs in het rapport ‘Bouwvisie 2010’ ideeen gaf voor technologische vernieuwing op grond van toekomstige marktvragen. Volgens Witteveen is het een aardige studie, maar de suggesties voor vernieuwing zijn veel te vrijblijvend. Dat wordt volgens hem ook veroorzaakt door de samenstelling van de ARTB, die uitsluitend bestaat uit vertegenwoordigers van de vraagzijde en ministeries zonder inbreng van de aanbodzijde.

De nota ‘Concurreren met kennis’ van het ministerie van Economische Zaken biedt volgens de voormalige directeur van TNO-Bouw meer aanknopingspunten. Hij ziet bijvoorbeeld wel wat in een van de initiatieven uit deze nota: het organiseren van strategische conferenties. Witteveen stelde voor dat de bouwnijverheid en de kennisinstituten samen met het ministerie zo’n conferentie gaan organiseren. Daaraan zouden dan wel de bedrijven zelf en niet de vertegenwoordigers van de koepelorganisaties moeten deelnemen.

De conferentie moet een aanzet geven voor het opstarten en uitbreiden van kennisnetwerken waarin vraag en aanbod samenkomen.

“Daaruit zou een nieuw landschap van onderzoek en ontwikkeling in de bouw ke ontstaan en dan behoeft ook niet meer voor elk nieuw onderwerp een nieuwe organisatie te worden opgericht”, aldus Witteveen.

Kloof

Ook prof.ir. H. van Tongeren, directeur van Ballast Nedam Engineering en bijzonder hoogleraar aan de Universiteit Twente, sprak tijdens het symposium zijn zorgen uit over de ontwikkelingen in het bouwonderzoek.

In bedrijven wordt onderzoek volgens hem vaak meer gezien in de sfeer van kosten dan van investeringen; er is vaak een kloof tussen het algemeen bestuur en het technologie-management. Van Tongeren denkt dan ook dat het moeilijk zal zijn om op korte termijn investeringen vrij te maken voor technologie-ontwikkeling. Hij wees daarbij op de EIB-cijfers over het investeringsgedrag van bouwbedrijven. Daaruit blijkt dat de dreigende arbeidsschaarste geen gerichte investeringen op de korte termijn uitlokt.

Aan de andere kant zou volgens Van Tongeren ook de instelling van onderzoekers moeten veranderen: “Zij functioneren veelal ‘technology-driven’ en moeten een weg uitzetten om hun activiteiten ‘business-driven’ aan te bieden.”

Hij riep de onderzoekswereld op om niet voortdurend te blijven komen met strategische beschouwingen over de toekomst, maar een ‘bottom-up benadering te kiezen. “Kleine poen moeten tot concrete resultaten leiden op het gebied van de produkt- en procesontwikkeling”, aldus Van Tongeren.

Reageer op dit artikel