nieuws

Fusie Henschedelo kan wel erg duur uitvallen

bouwbreed Premium

Hengelo en Enschede willen fuseren, omdat ze als stedelijk knooppunt zijn aangewezen. Dat zijn sommige andere gemeenten ook, maar die willen daarom nog niet gelijk samensmelten. Waarom deze twee dan wel?

De beide Twentse steden zijn nogal verschillend van aard. Enschede is ‘textiel’, Hengelo is ‘metaal’. Enschede is tweemaal zo groot en was jarenlang als art. 12-gemeente het arme broertje. Hengelo’ers achten zichzelf ‘te goed’ voor de buurgemeente, het opleidingsniveau zou er hoger zijn, enz.

Volgens Enschedeers is dat ‘allemaal kouwe kak’, animositeit van de vorige generatie. De beide gemeenteraden hebben besloten dat de fusie door moet gaan omdat die voor beide grote voordelen zal hebben. Om de onrust onder de bevolking, vooral die van Hengelo, een beetje te dempen, is er afgesproken dat er eerst nog een referendum wordt gehouden. Zegt een van beide partijen ‘nee’, dan is de fusie van de baan. Een tweede voorwaarde is dat de regering structureel f. 45 miljoen per jaar extra moet bijdragen aan de gefuseerde stad.

Dat is vreemd. Als die fusie zo voordelig is, waarom moet er dan zoveel geld bij? Na de fusie zou Henschedelo 225000 inwoners tellen en daarmee, na Utrecht, de vijfde stad van ons land worden. Door de grotere omvang zou de stad f. 5 miljoen extra uit het gemeentefonds krijgen. Voor de kosten van de gemeentelijke herindeling is er nog een apart potje.

Voze argumenten

Bovendien zal de stad zoveel efficienter bestuurd ke worden dan de beide samenstellende delen voor de fusie, dat dat nog eens f. 15 miljoen per jaar oplevert (er vervallen 250 arbeidsplaatsen). Toch moet er dus nog f. 45 miljoen structureel bij. Henschedelo is een stedelijk knooppunt en heeft daardoor een vliegwiel-functie voor de regio op het gebied van economische activiteit, werkgelegenheid en cultuur. Die functie hebben de beide steden nu ook; die wordt niet anders door het weghalen van wat bordjes aan voormalige gemeentegrenzen en het veranderen van de rangorde in de gemeentestatistiek.

Een fusie van de steden kan werkgelegenheid opleveren voor 30000 mensen, zeggen de voorstanders. Waarom wordt niet duidelijk. Nergens anders in Nederland wordt gerekend op een groei met maar liefst 20% van de beroepsbevolking in de industriele, noch voorlopig andere, werkgelegenheid. Moet er daarom dan f. 45 miljoen bij?

Met de extra middelen zullen er 20000 extra woningen gebouwd ke worden, rond 20% van de huidige gezamenlijke woningvoorraad. Dat kan nu ook als er vraag naar zou zijn, er is ruimte genoeg. Volgens het nieuwe beleid van VROM moet het volgend jaar overigens mogelijk zijn, woningen te bouwen zonder extra (rijks)middelen. Daarvoor hoeft er dus geen f. 45 miljoen bij.

De verouderde en vervuilde industrieterreinen ke na de fusie met de extra middelen worden gesaneerd. Ook dat kan nu net zo goed, als het geld daarvoor beschikbaar wordt gesteld. Met de extra middelen ke ‘science-parken’ (meervoud!) en ‘hoogwaardige kantoorlocaties’ (meervoud!) worden ingericht. Als daar koopkrachtige vraag naar was, kon dat zonder fusie ook wel. Nu er kennelijk geen vraag naar is, lijkt het weinig profijtelijk er belastinggeld in te stoppen, ook al is dat ‘maar’ f. 45 miljoen.

Na een fusie is het niet langer mogelijk dat bedrijven die zich in het gebied willen vestigen -en dat komt ieder jaar wel eens voor- de gemeenten tegen elkaar uitspelen. Bij goed overleg ke de gemeenten dat nu ook gemakkelijk voorkomen, als ze dat zouden willen. Overigens is het maar goed, dat gemeenten onderling een beetje met elkaar concurreren met hun vestigingsvoorwaarden.

Voor het bedrijfsleven wordt concurrentie als levensnoodzaak gezien. Zonder de voortdurende dwang van de markt tot presteren en bijblijven zal een bedrijf geleidelijk achterop raken en in slaap vallen. De textiel en de metaal in Twente hebben daarvan mooie voorbeelden laten zien. Waarom zou enige concurrentie tussen gemeentebesturen en -apparaten voor de consument geen vergelijkbare voordelen hebben? Het zou de belastingbetaler in dit ene geval al f. 45 miljoen ke schelen.

De externe adviseur van beide gemeenten stelt dat een gefuseerde stad efficienter te besturen is, hoewel hij voorheen ook voor Amsterdam gewerkt heeft. Het rijk zou zich ‘belachelijk maken’ als het eerst beide gemeenten als stedelijk knooppunt aanwijst en dan nu niet met extra geld over de brug komt. Het lijkt niet zeker dat het rijk van dit argument voldoende onder de indruk zal raken.

Ware reden

Alle argumenten die te berde worden gebracht om deze fusie aan te prijzen hebben een ding gemeen. Er moeten ‘extra middelen’ op tafel komen. Met die extra middelen ke dan, na de fusie, allerlei mooie dingen worden gedaan. Die extra middelen ke beide gemeenten nu ook wel vragen, maar iedereen weet wat het antwoord zal zijn.

Eenvoudige politieke psychologie leert dat het onmogelijke misschien mogelijk kan worden door de eigen argumentatie aan te passen aan die van de tegenstander. “Als we nu tot fusie besluiten om het Vinex-beleid van het rijk tot in de perfectie te ke uitvoeren, dan zullen ze toch wel over de brug moeten komen?!”

Het is een originele manier om te proberen extra geld los te weken. Als het lukt vindt het vast wel navolging. Dan is er na een tijdje nog maar een gemeente over!

Reageer op dit artikel