nieuws

Objectieve gebouwinspectie nog niet algemeen toegepast

bouwbreed

Gebouwbeheerders hebben de laatste jaren hun methodieken sterk verbeterd om de kwaliteit van onroerend goed objectief vast te stellen. Maar er is slechts een kleine groep die ook daadwerkelijk een geobjectiveerde beoordeling toepast. Dat blijkt uit een onderzoek dat ir. D.C. Kooijman en ir. A. Straub van het Delftse onderzoekinstituut OTB uitvoerden in opdracht van de Stichting Bouwresearch. Aanleiding voor het onderzoek was de constatering dat de opnametechnieken die beherende organisaties gebruiken weinig objectief en gestandaardiseerd zijn. Het blijkt dat de beheerders de kwaliteitsbeoordeling weliswaar een eigen plaats hebben gegeven naast de planning van activiteiten en de financiele vertaling ervan, maar van daadwerkelijke toepassing is nog nauwelijks sprake.

Overigens is in de sector bedrijfsgebouwen onderhoudsplanning nog steeds eerder uitzondering dan regel, terwijl dit bij (sociale) woningbouw juist andersom is.

In het onderzoeksrapport wordt een overzicht gegeven van de opnametechnieken die op dit moment beschikbaar zijn. Bovendien wordt beschreven op welke manier de technieken worden toegepast door gebouwbeheerders en adviesbureaus. Ook nieuwe technieken en methoden komen aan de orde.

Vervolg

Het onderzoek van Kooijman en Straub heeft inmiddels een vervolg gekregen. In het kader van het Brite-Euram-programma van de EG doen OTB, Damen Consultants uit Rotterdam en TNO Bouw samen met enkele buitenlandse instellingen onderzoek naar het objectiveren en standaardiseren van de conditiemeting van gebouwen. Dit onderzoek, waarover Cobouw op 15 juli al berichtte, moet onder meer een referentiehandleiding voor onderhoudsinspecteurs, een elektronisch opnameformulier en een expertsysteem voor het maken van onderhoudsplanningen opleveren.

Het Brite-Euram-onderzoek loopt tot eind 1996.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels