nieuws

Muurankers: versiering aan huis en hof

bouwbreed

Tot de aardigste versieringen van huis en hof behoren de muurankers. Zij vormen een eigen element in de huizenbouw. Bij de bouw van de eerste stenen huizen had het muuranker (schoot- of sleutelanker) de vorm die alleen maar de doelmatigheid (verankering van de gevel met bepaalde belangrijke balken) diende. Naarmate er meer welstand kwam, werd ook aan de versiering der huizen gedacht, waar aanvankelijk alles slechts was gericht op het nut.

De strodaken werden met typische vlechtversieringen bekroond. Het houten werk, vooral de kroonlijsten en de deuren, werden van snijwerk voorzien en het ijzerwerk aan deuren en vensters evenals de ankers werden kunstig bewerkt door smeden die meesters in hun vak waren.

Een muuranker bestaat uit een aan het ene eind platgesmede, puntige, aan het andere eind van een oog voorziene veer of strop en een door dit oog gestoken sleutel, schieter of schoot die tegen het muurwerk drukt. In eenvoudige vorm is de sleutel een rechte staf, een S, X, Y, en een rozet. Bij sierankers, die men vooral aan gevels toepaste, is het rijk bewerkt als initiaal, monogram, jaarcijfers, spiraal of bloem (lelie).

Muurankers waren voor de oude bouwmeesters dankbare elementen om hun zin voor ornamentiek op uit te leven. Aan het ‘Schotse Huis’ in Veere zitten tien knopankers, die met hun kunstig smeedwerk de voorgevel verlevendigen. De reusachtige gesmede ankers aan het meer dan honderd jaar oude stadhuis in Zierikzee zijn nog van flambouwhouders voorzien.

Aan het stadhuis te Franeker vormen de ankers het jaartal van de bouw: 1595. Een mooi voorbeeld van cijferversiering geeft het jaartal 1656 in Oosterend op Texel en 1627 in Amsterdam. Opvallend is de fleur de lys-beeindiging aan beide zijden. Dit laatste komt vrij veel voor, ook bij boerderijen. In bepaalde plaatsen en ik denk in dit verband aan het Limburgse plaatsje Thorn, is de vorm van het muuranker aan vele huizen hetzelfde. Ze zijn kennelijk door dezelfde smid gemaakt.

Muurankers met een merkteken in de vorm van een St. Andrieskruis ‘donderbezem’ op de uiteinden worden vaak als onheilafwerende tekens beschouwd. Een oude smid in Nieuwkerk op Schouwen-Duiveland vertelde dat hij niet graag muurankers uit handen gaf zonder er eerst enkele tekens op aan te brengen. ‘Anders komt er ongeluk over het huis’, zei hij. Een andere smid in Nisse, bij Goes, vertelde dat het smeedwerk pas af was als er met de koubeitel op het eind van de schoot van het muuranker een merkteken was geplaatst.

In veel oude steden van ons land zijn nog schitterende muurankers te vinden. In Dordrecht vindt u bijvoorbeeld mooie exemplaren in de Wijnstraat, aan ‘De Rozijnkorf’ (Voorstraat), aan ‘De Sleutels’

(Groenmarkt), in de Breestraat en aan ‘De Crimpert Salm’ (Vischstraat). In Goes zijn prachtige exemplaren te vinden aan het laat-gotische huis aan de Turfkade, dat H. van Heeswijk in 1937 restaureerde.

Ook het geboortehuis van Jacob Cats in Brouwershaven bezit behalve een gedenksteen ook een muurversiering van twee muurankers in de vorm van een acht. Een slangachtig muuranker vinden we in de Marnixstraat 346 in Amsterdam, terwijl een bijzonder fraai anker nog valt te zien in de geveltop van ‘Vredenburgh’, het voormalige roomskatholieke Oude-vrouwenhuis aan de Vredenburgersteeg.

Aan het muuranker (een jongen die zijn vinger aflikt) in de geveltop van het pakhuis aan de Rozengracht 204 in Amsterdam is een dramatisch verhaal verbonden.

Oorspronkelijk was er in dit pand een hoedenfabriek gevestigd, waaraan nog de gevelsteen ‘In de Swarte kastoor’ herinnert (kastoor was beverhaar waarvan vilt werd gemaakt voor hoge hoeden), waarop drie hoeden zijn afgebeeld. Later kwam er een stroopfabriek, waarvan de eigenaar een zoon had. Bij de verbouw van het huis stond er een bouwkeet, nogal dicht bij de tramrails. Op een morgen speelde de zoon van de stroopfabriek en een vriendje bij die keet. De zoon van de eigenaar raakte onder een passerende tram en verongelukte. Zijn vader liet toen in het pand een muuranker aanbrengen in de vorm van zijn strooplikkende zoon, die in zijn rechterhand een strooppot vasthoudt. Sommige schrijvers noemen deze afbeelding ten onrechte ‘Pietertje Stastok’.

De steen als bouwmateriaal is tijden lang iets bijzonders ge weest, hetgeen tenslotte moge blijken uit de boerderijnamen als ‘De Stenen Kamer’ (Putten, Diemen en Zwijndrecht), ‘Het Steenen Huis’, (Steenbergen en Kruisland) en ‘Het Steenhuis’, (St. Odilienberg).

In Schellinkhout, bij Hoorn, staat aan de weg door het dorp een huis dat enkele fraaie muurankers draagt. Naast de deur is een bord met het opschrift ‘De Steenen Kamer’

aangebracht. ‘De hooggelegen omgrachte woning bezit bij vele dorpelingen nog altijd een legendarische faam’ schreef Jan Bouman in zijn ‘Het merckwaerdigste meyn bekent’ (1968). In lang vervlogen tijden zou hier een berucht zeerover hebben gehuisd, die met zijn kaperschip de wereldzeeen afstroopte en in de kelders van ‘De Steenen Kamer’ zijn kostbare buit opsloeg. Anderen menen dat het een vesting is geweest door de DrechterFriezen omtrent het jaar 1160 aangelegd ter verdediging tegen Kennemers en Waterlanders. Daar zou het muuranker in de vorm van het jaar 1180 op ke wijzen.

Jammergenoeg wordt er bij de verbouwing van woonhuizen en boerderijen te dikwijls geen rekening gehouden met de oude ornamenten aan gevels. Zij die zo handelen, wijzen we op het oude spreekwoord ‘wie zijn gevel schendt, schendt zijn aangezicht’, want ‘een goede gevel versiert het huis’. Het is daarom de moeite waard tijdens uw vakantie ook eens te letten op de kleine ornamenten, waarvan de muurankers zeker deel uitmaken!

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels