nieuws

Amsterdamse aannemers willen banenpool Bijlmer

bouwbreed

De vernieuwing van de Bijlmermeer moet door middel van een op te richten banenpool worden gerealiseerd. Met een dergelijke banenpool moet het mogelijk zijn om enerzijds werkloze allochtonen aan het werk te helpen en anderzijds om de werkzaamheden door diverse Amsterdamse bouwbedrijven uit te voeren.

Deze suggestie opperde H. van der Pluim, voorzitter van de Vereniging Amsterdamse Bouwbedrijven gisteren op een symposium in het stadsdeelkantoor Zuidoost. Onder de noemer ‘werken in de Bijlmermeer’ werd hier door een groot aantal vertegenwoordigers van bouwbedrijven gediscussieerd over de wijze waarop de grootschalige vernieuwingsplannen van de Bijlmermeer moeten worden aangepakt.

Aanleiding voor de discussiemiddag vormde het voorstel van Ballast Nedam om in ruil voor de helft van de totale bouwopgave minimaal tweehonderd allochtone werkloze Bijmermeerbewoners in dienst te nemen. Dit voorstel, in de zomerperiode door het pobureau Vernieuwing Bijlmermeer gepresenteerd, heeft zoals bekend binnen de bouwnijverheid tot de nodige commotie geleid. Zo voelden veel bouwbedrijven zich door het Ballast Nedam voorstel bij voorbaat buitenspel gezet.

Initiatiefnemer van het Ballast-voorstel en tevens voorzitter van het Algemeen Verbond van Bouwbedrijven AVBB, ing. H.P. Barth zei gisteren er nog immer van overtuigd te zijn dat continuiteit in de orderportefeuille van doorslaggevend belang is om grote aantallen allochtone werklozen aan het werk te helpen. ‘Als die werkvoorraad versnipperd wordt is het hele po volstrekt kansloos. Aannemersbedrijven zullen vanaf de eerste dag inspanningen moeten verrichten, die voor hen pas op lange termijn misschien tot positieve resultaten ke leiden.’ In zijn visie is daarnaast een grote aannemer nodig.

Hoewel Barth benadrukte geen pleidooi te willen voeren voor Ballast Nedam zei hij er wel van overtuigd te zijn dat een grote aannemer die een omvangrijk personeelsbestand heeft en werkzaam is op een breed terrein aantrekkelijke mogelijkheden heeft. Ook C.J. van Vliet, directeur Stichting Bouwvakwerk, blijft, zoals hij dat eerder in Cobouw al uitsprak, een voorstander van het Ballast Nedam-voorstel. ‘Uitgangspunt voor de bedrijfstak’, zo voegde hij er aan toe, ‘is dat bestaande opleidingsfaciliteiten zo optimaal mogelijk moeten worden benut. Dus geen creatie van nieuwe trajecten of instituties wanneer de bestaande voldoen.’

Werkloosheid

R.P. Janssen, voorzitter van de Stafdeelraad Zuidoost, ziet in de aanpak een ‘uitstekende’

manier om de werkloosheid, die in 1990 in de Bijlmermeer vijf maal hoger was dan het landelijke gemiddelde, te bestrijden. Hoewel hij benadrukte in eerste instantie in het voorstel het ‘you scratch my back and I’ll scratch yours’-principe te ontwaren, ziet Janssen goede mogelijkheden.

Wel zei hij de concurrentie niet te willen uitsluiten. ‘Want in de concurrentie ligt uw kracht en ontstaat de scherpste prijs.’

Hij riep de Amsterdamse bouwers dan ook op om met alternatieven te komen.

Een dergelijke toon viel ook bij de heer Grotendorst van de Woningbouwvereniging Nieuw Amsterdam en tevens opdrachtgever van de bouwplannen, te beluisteren. Ook Grotendorst wenst niet van het concurrentiebeginsel af te willen stappen. ‘Omdat wij nu eenmaal niet veel geld hebben.

Anderzijds hebben wij er als woningcorporatie belang bij dat onze huurders werk hebben.’ Volgens Van der Pluim lag de oplossing echter voor de hand. Volgens de voorzitter van de Vereniging van Amsterdamse Bouwbedrijven moet er een banenpool komen waar allochtone werklozen hun opleiding krijgen. Bedrijven die een opdracht in de Bijlmermeer, ‘of beter nog in de hele regio, uitvoeren krijgen via de banenpool de leerlingen toegewezen. ‘Over het aantal werkelozen en de spelregels moeten we dan nog maar eens goed nadenken’, aldus Van der Pluim.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels