nieuws

Een Brabantse boerderij met een rookluik, …

bouwbreed

Een Brabantse boerderij met een rookluik, hooiberg en duifhuis. Het zijn niet alleen de ornamenten aan huizen en boerderijen die het uiterlijk van een stad of dorp bepalen, ook de versieringen aan de voorzieningen rond huis en hof dragen daaraan bij. We denken in dit verband aan de tassen of hooibergen waarvan de restauratie noodzakelijk is.

Naast de boerderij valt de zaad- of hooiberg meestal het eerst op. De naam hooiberg is al heel oud: in het Oorkondenboek van het Sticht Utrecht (uit 1022) staat in de Latijnse tekst al het woord barg (berg).

In hooibergen bestaat een groot verschil, want zij lopen van eenroedige tot bergen met zeven of acht palen. Het dak, al dan niet beweegbaar, kan van riet of stro zijn, maar ook van hout bedekt met asfaltpapier.

Oorspronkelijk stond in NoordHolland de hooi- of kaakberg vlak bij het huis met een smalle gang tussen beide. Een bezwaar van deze bouwwijze was dat tussen beide gebouwen een watervergaarplaats ontstond waardoor de houten wanden snel verteerden. De kaakberg werd toen als het ware in het huis geschoven zodat de onderkant van het dak van de berg de nok van het huisdak raakte.

Dit type is bijna overal verdreven door de latere stolp of stelp, waarbij alles onder het pyramidale dak werd opgenomen. De tas is daarvan het centrale centrum.

In de hoeve met vooreind (zoals we die op Texel nog vinden) is de berg een hooivak in de schuur geworden. In Drenthe werd de oogst altijd binnen opgeslagen, zodat er geen spoor van een hooiberg te vinden is. Talrijker komen de hooibergen voor in Overijssel, waar ze in Genemuiden zelfs hele straten vormen. Het zijn grote bergen met een rieten kap.

In Twente is de steltberg met een schuurtje onder de (koren)tas sinds mensenheugenis in gebruik, terwijl in Salland de kapberg populair is. Naast de schuren kwamen tot voor korte tijd op iedere Betuwse boerderij een of meer bergen voor; bouwsels die bestonden uit een vier-, vijf- of zestal (eikehouten) roeden, waartussen een rieten dak op en neer bewogen kon worden. Ze werden voor het bergen van koren gebruikt dat niet van de grond af (uit vrees voor overstromingen) maar een paar meter boven de bodem op een balkenzolder werd opgetast. Op verzoek van de Stichting tot Behoud van de Betuwse Hooibergen en Vloedschuren stelde de sociaal geografe Susanne Jurgens na een inventarisatie vast, dat restauratie van hooibergen noodzaak was geworden. Door de toegenomen moderne opslagmethoden dreigen veel hooibergen in dit gebied te verdwijnen. De in 1989 in het leven geroepen stichting wil deze teloorgang voorkomen. Susanne Jurgens van de Rijksuniversiteit nam meer dan tweehonderd Betuwse bergen onder de loep en zij constateerde dat een groot deel nagenoeg slooprijp is.

De Stichting wil met overheidssubsidies proberen de voor toeristen aantrekkelijke objecten in stand te houden.

Gedachtig aan de Betuwse zegswijze: ‘een barg is arg, een schuur is secuur’ wordt in Noord-Brabant en Limburg de oogst binnenshuis opgeborgen.

In Zeeland zijn kapbergen onbekend; was er te weinig ruimte voor opberging van graan, hooi of stro dan werd op het erf opgetast. Vanzelfsprekend is de benaming van de hooiberg (of hij nu een- of meerroedig, met of zonder beweegbare kap, op of boven de grond is gebouwd) van streek tot streek verschillend. Hoewel van ornamentatie niet zo heel veel valt te bemerken behoort de hooiberg tot een traditioneel element op het boerenerf en vormt hij een karakteristieke verfraaiing van het landschap.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels