nieuws

Een Amsterdammer is een paaltje

bouwbreed

De Amsterdammer is zeer vindingrijk in het bedenken van vaak humoristische bijnamen. Voor vele onderdelen van het straatmeubilair heeft de Amsterdammer dan ook een passende benaming. Een mooi voorbeeld hiervan is het door de Gemeentewaterleiding her en der in de stad geplaatste drinkfonteintje dat de bijnaam ’t Happertje kreeg.

Nieuw is de naam die de spraakmakende Amsterdamse gemeente verleende aan de praatpaal die op een aantal punten bij de IJ-tunnel werd geplaatst. Dit nuttig onderdeel, dat de communicatie tussen de controlekamer en de gestrande automobilist tot stand brengt, kreeg de naam ‘Kletskop’ toebedeeld.

De gietijzeren anti-parkeerpaaltjes, 105 cm hoog, voorzien van de drie Andrieskruizen, heten Amsterdammertjes.

Er staan er nu ongeveer 70000 in de stad en ze moeten verhinderen dat er op trottoirs of op stoepen wordt geparkeerd. Ze zijn voortgekomen uit de zogenaamde schamppalen, die vroeger op de hoeken van smalle straten waren geplaatst om de gevels te beschermen tegen slecht bestuurde rijtuigen en koetsen.

Om het paleis op de Dam zijn er 205 aangebracht, waarvan er 35 verwijderd ke worden, zodat hofautos bij het paleis ke komen.

Ook veel monumenten, buurten en gebouwen kregen in de loop der tijd andere benamingen dan de officiele. Zo was de bijnaam ‘Jan met de handjes’ voor het Van Tuylmonument in het Olympisch Stadion al voor de Tweede Wereldoorlog bekend. Maar de naam ‘Knakenpaal’, het monument voor Anthony Winkler Prins van Andre Volten op het Frederiksplein, is van recente datum.

Dat de vernieuwde Universiteitsbibliotheek op het Singel de ‘Koekentrommel’ wordt genoemd doet niet vreemd aan en dat de Pedagogische Academie H. Bouman aan de Fred. Roeskestraat, de ‘Pedagoocheldoos’ heet ligt eveneens voor de hand.

Iedereen kent de buurt rondom de Albert Cuyp als De Pijp en het Betondorp bij het Ajax-stadion, dat officieel Tuindorp Watergraafsmeer heet. Het Tuindorp Buiksloot wordt het Blauwe Zand genoemd, vanweg de blauwachtige kleur die de grond, waarop dit tuindorp is gebouwd, aanvankelijk had.

Door de namen der straten (Ananas-, Abrikozen-, Pruimen- en Meloenenstraat) heette de buurt aan de overkant van ’t IJ Tutti-Fruttidorp.

Hele oude namen, die al vaak in de vergetelheid zijn geraakt, leven alleen nog in de historie voort. Zo heette de Jordaan oorspronkelijk ‘Het Nieuwe Werk’ en de Staatsliedenbuurt werd, omdat er veel arbeiders woonden die bij de PTT, de Spoorwegen en de Tram werkten, als de ‘Koperen Knopenbuurt’ aangeduid.

De Spaarndammerbuurt, waar vroeger nogal eens heibel werd veroorzaakt, heette ook wel de ‘Moord en Brandbuurt’, terwijl de buurt rond de Ruyschdaelstraat als ‘Duivelseiland’ te boek stond.

De officieuze naam van de Weteringbuurt, de ‘Witzijendassenbuurt’, is ook in ere geweest. De oorzaak moet gezocht worden in het feit, dat in de Derde Weteringdwarsstraat de Evangelische Gemeente gevestigd was, die zich in 1878 van de Christelijke Gereformeerde kerk afscheidde. Het gebouw van de nieuwe gemeente kreeg als een soort tegenhanger van de bekende Zwartekousenkerk de naam ‘Witzijendassenkerk’.

Amsterdam kende vier gemeenten, die vlak bij elkaar lagen: de Vrije Gemeente (nu Paradiso), de Vrijende Gemeente (Barlaeus gymnasium), de Bevrijde Gemeente (Academie De Schans voor huishoud- en middelbaar onderwijs), alle drie aan de Weteringsschans, en de Onvrije Gemeente (vroeger Huis van Bewaring) aan het Kleine Gartmanplantsoen. Natuurlijk kreeg de Bijlmermeer spoedig een andere naam: de hoofdstad van Suriname. En de Bijmerdreef, een van de namen der huizenblokken, heette al gauw de ‘Bunkerdreef’.

Ook bepaalde gebouwen kregen tal van bijnamen. Zo kon de Nederlandse Bank op het Frederiksplein ook bogen op de benamingen ‘De Goudstaaf’, het ‘Duivenplat’, de ‘Centenbak’, de ‘BBC’ (Bankbiljetten Centrale), de ‘Gouden Reaal’, ‘Het Gouden Kalf’, de ‘Papiermolen’, de ‘Poenpiek’, ”t Pothuis’, de ‘Inflatietempel’ en het ‘Kasregister’.

Omdat deze ‘Villa van Zijlstra (die ook de ‘Goudbunker’ en ‘Nikkelen Nelis’ heet) op de plaats staat van het op 18 april 1929 afgebrande Paleis voor Volksvlijt, is de naam ‘Paleis voor Volksnijd’ aardig gevonden.

J.H. KRUIZINGA

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels