nieuws

Schilderbedrijfstak laat subsidie opleiding lopen

bouwbreed

De schildersbranche is dit jaar een forse subsidie voor het leerlingwezen misgelopen. Het gaat om een bedrag van circa f. 750000 dat nu grotendeels door de ondernemers in de branche zal moeten worden opgebracht. ‘De subsidie lag voor ons klaar’, aldus directeur P. Munster van de Stichting Praktijkopleiding Schilderbedrijf (SPOS) in Tilburg.

‘Om onverklaarbare reden hebben we het echter niet ontvangen.’

Opleidingen Frans Oremus Het is niet de eerste keer dat een sector in de bedrijfstak bouwnijverheid deze subsidie misloopt die is bedoeld om jongeren met een te laag opleidingsniveau voor het leerlingwezen in enkele maanden bij te spijkeren. Eerder lieten ook de gww en de b&u (in 1991) de Bijdrageregeling Vakopleiding Leerlingwezen (BVL), die door het Centraal Bestuur Arbeidsvoorziening wordt verstrekt, een jaar lopen. De reden hiervoor was echter een andere dan nu bij de schilders het geval is. In de bouw konden sociale partners het niet eens worden over de honorering van de leerlingen in het voorschakeltraject. Het betrof de zogenoemde ‘statuskwestie van deze leerlingen. De bonden stonden op het standpunt dat de leerlingen 10 procent boven op hun uitkering moesten krijgen. De werkgevers weigerden dit omdat zij van mening zijn dat deze groep leerlingen nog te weinig produktief in de leerbedrijven is om ze iets extras te geven. Beiden hielden vast aan hun standpunt waardoor uiteindelijk geen eensluidende subsidie-aanvraag kon worden ingediend en de bouw de BVL voor dat jaar mis liep.

Statuskwestie

In de schilderbranche is nu ongeveer hetzelfde aan de hand, zij het dat het probleem nu niet bij de sociale partners ligt maar, aldus Munsters, bij de uitvoerende instantie, de Stichting Vakopleiding Schildersbedrijf (SVS) in Waddinxveen.

In september 1992 kregen de zeventien SPOS’en in ons land, waar de voorschakelprogrammas worden uitgevoerd, een brief van de SVS met de mededeling dat er plannen in de maak waren om in het voorjaar van ’93 voor 150 leerlingen een voortraject op te zetten. In principe zou er subsidie beschikbaar komen, onder voorbehoud dat sociale partners het, net als in de bouw, eens konden worden over de status van de ‘voortrajectleerling’. In de brief werden de SPOS-di recteuren uitgenodigd het aantal leerlingen dat zij in het voortraject dachten op te nemen alvast door te geven. De consensus tussen sociale partners over de statuskwestie kwam in maart 1993 toen een en ander in de schilders-cao werd geregeld. Ervan uitgaande dat daarmee alles geregeld was schreef Munsters een brief naar de SVS met het verzoek subsidie te verstrekken voor elf kandidaten. Na herhaald verzoek reageerde de SVS tot Munsters’ verbazing met de mededeling dat er onmogelijk subsidie kon worden toegekend ‘aangezien sociale partners nog geen consensus hadden bereikt over de status van de voortraject-leerlingen’.

‘Deze brief kan ik niet rijmen met de in maart afgesloten cao voor de schilders. Temeer daar partijen, bij monde van hun secretaris A. Buller, bij de SVS hebben aangedrongen op het voortzetten van de voortrajec Vervolg op pag. 2

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels