nieuws

Caesar 1504 : voorlopig het 18e model uit de serie

bouwbreed

De Caesar 1504 is, voorlopig, de laatste uit een serie van achttien modellen die deze naam dragen en vervaardigd worden door de enige producent van mobiele graafmachines die Nederland rijk is: Gebr.

Van de Pavert BV uit Doetinchem. Deze machine is de eerste grote Caesar uit de serie die zonder mechanische aandrijving wordt geleverd, voorheen werden slechts machines gebouwd met een naar keuze schakelbare mechanische of hydrostatische aandrijving. Het gevolg is dat de bovenwagen compacter is geworden waardoor de inzetmogelijkheden binnen een bebouwde omgeving zijn vergroot.

Zoals bij bijna alle producenten van bouwmaterieel liggen ook bij Gebr. van de Pavert de wortels van het bedrijf in de landbouwmechanisatie. Wij schrijven het jaar 1956 als de broers Teun en Martin van de Pavert een bedrijfje in de buurt van Gendringen opstarten dat zich bezighield met de in- en verkoop van tweedehands trekkers. Nevenactiviteiten hierbij waren het handmatig vervaardigen van allerlei hulpmaterieel voor de agrarische sector.

Toen de spoeling in de landbouw dunner werd, schakelde het bedrijf over op de handel in een type auto dat in ons land bekend werd als de ‘Duitse Deuk’. Het betrof hier schadewagens uit Duitsland die al dan niet werden opgeknapt en doorverkocht. In deze periode werd men ook nog officieel dealer van twee Russische topmerken automobielen, te weten Skaldia en Volga. Beiden bleken tob’merken.

Toen daarbij ook nog de automarkt voor de Duitse Deuk ineenstortte, dook -het was inmiddels 1965- de naam van de Pavert weer op in het wereldje van het grondverzetmaterieel.

Te zamen met de bedrijven De Heus, Wetering & Potman en P. van Vliet startte men de import van het ook nu nog bekende materieel van de Italiaanse producent Argenterio.

Het begin

De hang naar zelfstandigheid en het gevoel dat men de eigen technische inzichten onvoldoende kwijt kon, leidde ertoe dat de broers van de Pavert zich na zon anderhalf jaar uit dit samenwerkingsverband terugtrokken en in zee gingen met het, eveneens Italiaanse, merk Vaia Car uit Calvisano.

Deze samenwerking klikte wonderwel en tot op de dag van vandaag is Gebr. van de Pavert BV nog steeds de Nederlandse importeur van dit merk.

De eerste Vaia Car’s die in Nederland kwamen waren twee wielige, door een tractor voor te trekken, lichte graafmachientjes die goed in de markt lagen bij zowel de boer als de loonwerker. Bij deze markt groeide echter de behoefte aan zelfrijdende machines met eenzelfde capaciteit. In eigen beheer ontwikkelde van de Pavert daarop de Toro. Deze machine was min of meer een combinatie van het 360 gr draaiende bovenwerk van de Vaia Car en een gemodificeerde trekker. Nadat de oorspronkelijke Toro was ontdaan van zijn kinderziektes bleek deze wonderwel te functioneren. Zo zeer zelfs dat men in een betrekkelijk korte tijd maar liefst zon 40 Toros gebouwd heeft.

Ford-motor

Ondanks dit succes kleefde er aan de Toro een probleem en dat was het vermogen van nauwelijks 30 pk. De vraag naar een zwaardere uitvoering leidde tot de ontwikkeling van de ‘Elefante. Het betrof hier vergelijkbare machine als de Toro, maar dan gebouwd op een zwaardere onderwagen, en bovendien voorzien van een speciaal voor dit doel aangekochte Ford-motor.

Wederom bleek dat men op technisch gebied een voltreffer had gescoord. In betrekkelijk korte tijd werden maar liefst meer dan zestig ‘Elefantes’ gebouwd.

Caesar

Ofschoon zowel de Toro als de Elefante in de praktijk hun waarden overduidelijk bewezen, waren het uiteindelijk toch -overigens met veel technisch vernuft samengestelde- machines op basis van trekkers met een Vaia Car bovenwagen.

Een bovenwagen overigens die met zijn drie-delige giek ook duidelijk ‘verPavert’ was.

Het lag voor de hand dat de volgende stap een volwassen ogende, zelfrijdende, vierwielaangedreven hydraulische machine zou zijn met vier wielen van gelijke grootte.

In betrekkelijk korte tijd lag het ontwerp gereed op de tekentafels van met name con structeur J. Roes. Deze had reeds een forse vinger in de pap gehad bij de constructie van de Toro en Elefante, en nog steeds drukt hij een duidelijk stempel op de produkten die de bedrijfshallen van Gebr.

van de Pavert verlaten.

Doop

Tijdens de landbouwmaterieelbeurs te Liempde in 1968 vond de officiele doop plaats van de eerste mobiele hydraulische graafmachine die de naam Caesar droeg. De Caesar is in de loop der tijd een succesvolle machine gebleken. Tot op de dag van vandaag zijn er niet minder dan achttien basismodellen gebouwd. Daarnaast zijn talloze variaties op maat afgeleverd. De Caesar 1504 is voorlopig de laatste uit de rij.

In eerste instantie is deze machine nog in een uitvoering die is toegesneden op agrarische toepassing, met name bij het opschonen van waterlopen, doch volgens Raymund Van de Pavert, een van de twee zonen van een van de oprichters Martin Van de Pavert, zal na de vakantieperiode een uitvoering gebouwd worden die meer toegesneden zal zijn op de bouwsector.

Nederlands produkt

Bij de Caesar kan men ronduit spreken van een uniek Nederlands produkt, met de nadruk op het laatste. Componenten als onderwagen, bovenwagen, arm, bakken in meer dan honderd uitvoeringen, en talloze kleinere onderdelen, zijn van puur Nederlands fabrikaat.

Natuurlijk zijn er componenten in de machines verwerkt, zoals de Deutz- of Ford-motoren de cilinders, de cabines, de machinistenstoelen, enkele ventielen etc. die van Duits, Engels of Italiaans oorsprong zijn. Deze assemblage-combinaties zijn in de bouwmachinewereld meer en meer usance geworden en treft men zelfs bij de allergrootste (wereld)merken aan.

Nergens ter wereld geniet de mobiele graafmachine zon populariteit als in Nederland, waar -zeker in de agrarische sector- vaak wordt gewerkt op de grens van land en water.

Deze specialisatie verklaart wellicht de steeds groter wordende successen van de Nederlandse Caesar-produkten in het buitenland. De Duitse markt is zeer snel groeiend, terwijl hetzelfde verhaal geldt voor de landen op het Iberische schiereiland. Een van de grootste exportklappers heeft men echter gemaakt in het Afrikaanse land Soedan, waar voor de uitvoering van een renovatiepo van irrigatiewerken inmiddels een tiental Caesars tewerk zijn besteld. Dit po moet in de loop der tijd uitgroeien tot een werk ter grootte van geheel Nederland waarin machine-capaciteit zal zijn voor zestig tot negentig machines.

Aandrijving

De toepassing van een unieke vinding -waar octrooi op is verkregen- van Van de Pavert komt juist hier uitstekend tot zijn recht. Het octrooi behelst de aandrijftechniek zoals deze wordt toegepast in de Caesarmachines. Oorspronkelijk waren de Caesars uitgerust met een mechanische wielaandrijving. Trendverschuivingen binnen de materieelmarkt deed de vraag naar hydrostatische aandrijvingen echter toenemen. De ‘maatwerk’-gedachte die achter de meeste produkten van Van de Pavert staat, stond voor een oplossing waarin beide aandrijfsystemen gecombineerd konden worden.

Deze oplossing waarbij langs pneumatische weg de schakeling plaats vindt kreeg in 1980 zijn wereldpatent. Bij het werken onder klimatologische omstandigheden zoals men deze in Afrikaanse landen aantreft blijkt deze vinding van doorslaggevend voordeel. Immers machines met volhydrostatische aandrijving krijgen bij buitentemparaturen van 45 tot 60 gr ten alle tijden te maken met oververhitting van de hydraulische olie, terwijl dit bij materieel met mechanische aandrijving niet het geval is.

Caesar 1504

Naar Caesar-normen is de nieuwe 1504, met zijn gewicht van 7,5 ton, een machine uit de onderste regionen waar het de eigen massa betreft. Naast het feit dat het hier de eerste Caesar betreft zonder mechanische aandrijving valt de machine bovendien op door het feit dat de machine verhoudingsgewijs korter is dan zijn voorgangers/familieleden.

Als krachtbron fungeert bij deze machine een 4 cilinder olielucht gekoelde Deutz BF 4L 101 dieselmotor die een vermogen afgeeft van 42 kW(61) pk. Het hydraulische systeem bestaat uit een enkele variabele plunjerpomp met gesommeerde vermogensregeling.

De volhydraulische besturing, met een stuuruitslag van 35 gr levert een draaicirkel op van 5650 mm (met een gestuurde as). De rijsnelheden bedragen: in kruipgang 0-7,5 km/uur, in het terrein 0-15 km/uur en op de weg 0-32 km/uur.

De machine is zowel geschikt voor het grondverzet als voor slotenonderhoud. Het maximale bereik bij het grondverzet is 6500 mm, de maximale graafdiepte 3500 mm en de maximale werkhoogte is 6000 mm. Bij het slotenonderhoud zijn deze bereikswaarden respectievelijk 8500 mm, 4500 mm en 8000 mm.

Toekomst

Anders dan bij de meeste andere producenten/leveranciers heeft men in Doetinchem nauwelijks moeite waar het gaat over zaken als het zoeken en vinden van afnemers. ‘In feite kennen wij maar een probleem en dat is de levertijd’, aldus Raymund Van de Pavert. Nog maar zeer kortgeleden is de bestaande produktiehal weer met ruim 2000 m2uitgebreid terwijl met de bouw van een geheel nieuwe, en beduidend grotere, spuithal is inmiddels begonnen. Ook de kantoren moeten vergroot worden evenals zaken als cantines en wasgelegenheden. Toch een prettig geluid in een tijd waar somberheid troef lijkt te zijn.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels