nieuws

‘Te veel barrieres voor intregrale aanbieders’

bouwbreed

Moeten ook Nederlandse bouwers emanciperen tot integrale aanbieders, dat wil zeggen:uitvoering, constructie, ontwerp en zo mogelijk ook financiering en exploitatie in de hand van een aanbieder? Die vraag zal AVBBvoorzitter ing. H. P. Barth vandaag in Scheveningen beantwoorden op de jaarvergadering van de Lighthouse Club.

Aanleiding tot zijn bespiegeling is het in juni door de commissie-Nijpels uitgebrachte rapport ‘Bouwen in Europese Competitie. Daarin wordt gepleit voor produktgericht samenwerken en geintegreerde oplossingen (integraal aanbieden) aan aanbodzijde. Een integrale aanbieder heeft meer competenties.

Barth meent dat “vanuit de gevestigde aanbestedingspraktijken rechtstreekse barrieres worden opgeworpen die coordinerende en kwaliteitsverhogende initiatieven frustreren” . Een voorbeeld is het lotensysteem, dat vooral de publieke bouw in Frankrijk, Duitsland en Belgie goeddeels beheerst en waarbij een werk via deelcontracten kan worden opgedragen aan meer aannemers. Die zijn dan dus geen hoofd- maar nevenaannemer.

De Europese Commissie overweegt volgens hem om in het kader van het mkb-beleid het lotensysteem te stimuleren.

Een ander obstakel is de machtspositie van de architect: “Diens competenties gaan zeer ver in het uitvoerende vlak.”

En dan is er ook nog de grote invloed van de opdrachtgevers op de onderaannemers.

“Kortom, allemaal ouderwets aandoende instituties, met een overheersende rol van de op drachtgever in het bouwproces. We ke rustig spreken van bevoogding. Het ongeemancipeerde aannemerschap dat hieruit spreekt, kan geen bijdrage leveren aan produktgericht, laat staan integraal bouwen” , aldus Barth.

Integrale bouwaanbiedingen vinden hun oorsprong in de industriele en commerciele sfeer.

Daar treden echter sterke conjuncturele fluctuaties op, zeker als het gaat om grote poen: “Bouwbedrijven die hierop willen inspelen met vaste produktiestructuren en nog meer zij die zich begeven in poontwikkeling ter zake, lopen niet te onderschatten risicos.

Zo hebben de twaalf grootste Britse bouwconcerns (integrale oplossers bij uitstek) in 1991 te zamen Bpnd 254 miljoen verloren en Bpnd 772 miljoen in 1992.”

Daarmee is niet beweerd dat bouwbedrijven niet integraal moeten aanbieden. “Maar cruciaal wordt de vraag hoe het aanbod moet worden ingericht.

Via integratie en dus schaalvergroting of via flexibele samenwerking met zelfstandige specialisten. Een bedrijfseconomisch keuzevraagstuk dat Nijpels niet signaleert” , meent hij. Tegenover integratie staat differentiatie: economische zelfstandigheid van gespecialiseerde produktie-eenheden: “Het motief is gelegen in het risico van overcapaciteit. In de bouw vindt dit zijn weerslag in het bestaan van onderaannemers en zelfstandige specialisten. Het gaat niet aan dat de commissie-Nijpels deze structuur afdoet als gefragmenteerd (lees:achterlijk)” .

Differentiatie roept de noodzaak op van coordinatie. “De in Nederland gegroeide structuur van los-vaste (flexibele) verbanden tussen hoofdaannemers, onderaannemer/specialisten en toeleveranciers is hierop een -naar mijn mening niet zon slecht- antwoord” , vindt Barth.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels