nieuws

Heerma: basis verdeling sv-geld is betrouwbaar

bouwbreed

De Kwalitatieve Woningregistratie is betrouwbaar genoeg om als basis te fungeren voor de verdeling van de resterende rijksbijdrage in de stadsvernieuwing. Er zal dan ook geen ander, meer gedetailleerd onderzoek worden uitgevoerd, zodat in 1997, het jaar dat het beleid wordt geevalueerd, een beter inzicht ontstaat in de voortgang van de stadsvernieuwing per gemeente.

Dit schrijft staatssecretaris Heerma in antwoord op vragen die de Tweede Kamer heeft gesteld over de verdeelnota rijkssteun voor de stadsvernieuwing.

Het betreft hier de schriftelijke voorbereiding voor de plenaire behandeling van de verdeelsleutel.

De vele kritiek ten spijt, blijft Heerma overtuigd van de kwaliteit van de KWR en de behoefteraming. De uitkomst is betrouwbaar en representatief, zo meent de staatssecretaris.

Bovendien is wel degelijk rekening gehouden met zaken als de verschillen in grondproduktiekosten per gemeente en de reeds ontvangen rijksbijdragen die door diverse gemeenten zijn gespaard.

Een meer gedetailleerd onderzoek naar de stadsvernieuwingsbehoefte wordt door Heerma van de hand gewezen.

“Om in 1997 reeel te ke nagaan of de thans gehanteerde gegevens en aannames hebben stand gehouden moet er geijkt worden met dezelfde variabelen en indelingen. Door verfijning wordt vergelijken lastiger.”

Niet mogelijk

Hij schrijft verder: “De berekende bedragen voor alle gemeenten zijn de best mogelijke benadering van verschil in behoefte aan middelen voor stadsvernieuwing.”

In dit verband wordt er tevens op gewezen dat de gemeenten bij wet de vrijheid hebben gekregen het toebedeelde geld op de wijze te besteden die hun het beste lijkt.

Een vergelijking van de uitkomsten van de KWR met eigen onderzoek en ramingen van de gemeenten is niet mogelijk, aldus Heerma, omdat daarvoor de onderzoeksmethodes teveel van elkaar verschillen. Utrecht bijvoorbeeld baseert het hogere aantal slechte en zeer slechte woningen (7000 tegenover 4000 in de KWR) op een inventarisatie, “waarbij anders te werk is gegaan dan bij de KWR” .

De Domstad mag zich trouwens sowieso gelukkig prijzen dat er f. 60 miljoen meer is uitgetrokken voor haar stadsvernieuwing, zo blijkt uit de antwoorden van de staatssecretaris.

Heerma spreekt van een “substantiele toevoeging” van 35% ten opzichte van de oorspronkelijke verdeelsleutel, die niet ten laste komt van de andere gemeenten, maar van het rijk zelf. Overigens gaat hij niet in op de vraag waarom het extraatje nu juist f. 60 miljoen is en niet meer of minder.

Een vergelijking van de Utrechtse bijdrage met de bijdrage die de gemeente Haarlem ontvangt, en die bijna evenveel krijgt als Utrecht, is evenmin aan de orde. “De beschikbare gegevens staan niet toe een rechtstreekse vergelijking tussen de twee steden te maken.”

Ook is het niet opportuun om Utrecht onder te brengen in de groep van 23 gemeenten met meer dan 100000 inwoners.

Weliswaar zou Utrecht dan veel meer krijgen (f. 296 miljoen), maar dat gaat ten koste van de bijdrage die de andere gemeenten ontvangen. “Gelet op het streven naar verdeling naar behoefte acht ik de consequentie voor de andere gemeenten in de groep onbillijk.”

Muurvast

De verdeelsleutel ligt wat Heerma betreft muurvast.

Praten over een andere verdeling is wat hem betreft niet aan de orde, en zal ook niet het uitgangspunt zijn van de evaluatie in 1997.

Vervolg op pag. 2

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels