nieuws

‘Doorgaan met mer voor stort grofvuil’

bouwbreed

Er is geen enkele reden om de Milieu Effect Rapportage en zo mogelijk de vergunningsprocedure met betrekking tot het realiseren van een stortplaats voor grofvuil (onder meer bouw- en sloopafval) in de zuidoostelijke regio van Noord-Holland op te schorten.

Dat schrijven gedeputeerde staten van Noord-Holland in een pre-advies met betrekking tot een in november vorig jaar door de statenfractie van D66 ingediend initiatief-voorstel.

Dat bepleit het in 1991 vastgelopen overleg tussen de provincies Noord-Holland en Flevoland in het verband van het Afvalstoffen Overleg Regio-Randstad te heropenen “teneinde een mogelijke samenwerkingsvorm op gebied van afvalverwerking, waaronder het inrichten van een stortplaats voor de zuid-oostelijke regio binnen Flevoland, te bezien” .

Voorts wil D66 opschorting van de mer-procedure voor het PEN-eiland en de Gemeenschapspolder-Oost “todat nader overleg inzicht heeft opgeleverd over de haalbaarheid van een stortplaats in het zuidoosten van Noord-Holland of eventueel elders” .

Volgens GS zijn in september van dit jaar de eerste resultaten te verwachten van interprovinciaal overleg over de hoeveelheden afval die vrijkomen in Utrecht, Flevoland, Noord- en Zuid-Holland en de voorzieningen die nodig zijn om dit afval te ke be- en verwerken.

Dat is later dan verwacht. Vol gens hen een gevolg van het verrichten van onderzoek om vast te stellen hoeveel brandbaar bouw- en sloopafval binnen de randstad op stortplaatsen wordt verwerkt “welk afval niet daar maar bij verbrandingsinstallaties behoort te worden aangeleverd” .

In het zuidelijk deel van Noord-Holland wordt jaarlijks 1 miljoen ton te storten afval geproduceerd. Aan stortcapaciteit is nog 800000 ton beschikbaar. Volgens GS moet er derhalve spoedig aanvullende capaciteit komen. Omdat het zeer onzeker is of die in het westelijk havengebied bij Amsterdam kan worden gerealiseerd kan het po zuidoostelijke regio geen uitstel velen.

Als mogelijke locaties hebben GS al opgevoerd het PEN-eiland (omstreeks 1967 ontstaan doordat een gedeelte van het IJmeer van circa 90 ha is omdijkt en vervolgens opgespoten met baggerspecie uit de bouwput van de PEN-centrale en het Amsterdam-Rijnkanaal) en de Gemeenschapspolder (het gedeelte aan de oostkant van het Amsterdam-Rijnkanaal, dat onderdeel is van een in de loop der tijden door wegen en spoorlijnen sterk versnipperd groot poldergebied met veenweide).

De mer moet in kaart brengen in hoeverre beide locaties inderdaad geschikt zijn. Met name moet daarbij worden gekeken naar de ecologische waarden die verloren zouden gaan en daartoe noodzakelijke compenserende maatregelen.

Volgens GS “is het niet verantwoord initiatieven te temporiseren die bedoeld zijn om een milieuhygienisch verantwoorde, doelmatige en continue afvalverwijdering te waarborgen” .

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels