nieuws

Stijging arbeidsproduktiviteit mogelijk en noodzakelijk

bouwbreed

In de visie De bouw in het jaar 2000 die organisatie- adviseur ir. J. Benes vorig jaar in Cobouw schreef stond onder andere het volgende: “Momenteel staat het beroep ‘bouwvakker’ nog bekend als zwaar, ongezond en onveilig.

Vandaar de moeite die het kost om de instroom in de bedrijfstak op peil te houden.”

Door het (door Benes geschetste) nieuwe bouwproces ontstaat in de montagefase ruimte voor een geheel nieuwe vakman:de montagevakman.

Door het industriele ontwerp ke hoger gemechaniseerd werk en beter geconditioneerde arbeidsomstandigheden worden geschapen. Een stijging van de arbeidsproduktiviteit in de bouw tot 10 procent per jaar tot aan het einde van dit decennium is mogelijk.

Hierdoor ke hogere lonen worden betaald en kan er veel in opleidingen worden geinvesteerd. De werkomstandigheden verbeteren spectaculair en het werken in de bouw komt in hoog aanzien te staan. Het is te vergelijken met de ontwikkeling in de automatiseringsindustrie in de jaren tachtig. Het nog aanwezige traditionele bouwvakwerk (metselen, timmeren en dergelijke) wordt dan gedaan door echte vakspecialisten en staat eveneens in hoog aanzien.

Is die door Benes geschetste produktiviteitsverghoging ‘wishfull thinking’ of werkelijk te realiseren?

Veel studies

Nu zijn er de laatste vijf jaren veel studies verricht naar de inhoud van het begrip produktiviteit in de bouw, naar meetmethoden, naar vergelijkbaar cijfermateriaal en naar de factoren die speciaal de arbeidsproduktiviteit beinvloeden. Cobouw heeft hierover bericht.

Ook is er in de TH Delft een tweedaags symposium gehouden waar specialisten uit de gehele wereld zich nogmaals hebben gebogen over het begrip ‘produktiviteit in de bouw’. Daar werden ook de meest recente notas over dat onderwerp in discussie genomen. Een ervan was die van prof. V. Ireland uit Sydney.

Prof. Ireland is tevens directeur van Australisch grootste bouwbedrijf de Fletcher Construction Group en praat dus uit eigen ervaring. Zijn nota was getiteld ‘Productivity in the Construction Industry’ en behandelde achtereenvolgens de definities van arbeidsproduktiviteit en multi-factor produktiviteit, de poproduktiviteit en de arbeidsproduktiviteit van een ploeg, en tenslotte de moeilijkheden die gepaard gaan met het meten van de produktiviteit in de bouw.

Ireland waarschuwt voor een te eenzijdige gerichtheid op de arbeidsproduktiviteit, omdat die onder meer sterk wordt beinvloed door de kwaliteit van het (bouwplaats)management en de introductie van nieuwe technologieen en investeringen in materieel en gereedschappen. Multi-factor produktiviteit is volgens hem het samenspel tussen arbeids- en kapitaalproduktiviteit met aandacht voor materialen en energie.

Tussen neus en lippen door introduceert Ireland de ‘strategie produktiviteit’ gebaseerd op kosten, waarde en tijd. Hij noemt als invloedsfactoren hierop onder andere:tevredenheid van de opdrachtgever, levering op de afgesproken tijd, het aantal fouten en gebreken per duizend taken en de kwali teit van produkten en diensten.

Storingen

Ireland memoreert een aantal conclusies uit eerdere onderzoekingen:- overwerk verlaagt de arbeidsproduktiviteit; – een niet-optimale ploeggrootte heeft een negatieve invloed op de arbeidsproduktiviteit; – de produktiviteit is het hoogst in het midden van de week; – onderbrekingen van het bouwproces door het management, de tekeningen, de situatie op de bouwplaats en in geringe mate het weer verlagen de arbeidsproduktiviteit; – storingen tijdens de arbeid verlagen de gemiddelde arbeidsproduktiviteit met wel 35 procent; en – het verschil tussen een ‘goed’

en een ‘slecht’ po wordt bepaald door de mate van onderbrekingen van het bouwproces, dus door ‘goed’ of ‘slecht’ management.

Cijfers uit Australie, Canada, Engeland, Finland, Schotland en de VS onderstrepen dit.

Maar het is heel moeilijk voldoende materiaal te verzamelen om dat verschil te verklaren.

Ireland wijst er vervolgens op dat de produktiviteit in de bouw omhoog moet door:- meer investeringen in nieuwe technieken, materieel en gereedschappen; – grotere aandacht voor het bestand aan bouwvakkers en – het verhogen van de arbeidsproduktiviteit.

En dat laatste vereist aandacht voor:- het aantal procesonderbrekingen; – het aantal storingen tijdens de arbeid; – de lengte van de werkdag; – de samenstelling van de ploeg en de grootte; – de mate van opleiding en scholing; en – de motivatie van de ploegen.

Meer aandacht

Wij nemen aan dat de motivatie van de ploegen sterk zal worden bevorderd door het verminderen van het aantal procesonderbrekingen door bijvoorbeeld betere tekeningen en planning. En ook door meer aandacht voor de bouwvakker als mens. We wijzen ten aanzien van het verschil tussen ‘goede en ‘slechte projecten en tussen ‘goed’ en ‘slecht’

management naar Zweedse studies uit 1968 waarin op grond van zeer veel cijfermateriaal de invloed van de ‘slechtste en ‘beste manager en van bouwvakkers met een sterke en zwakke arbeidsmotivatie en van ‘beste en slechtste discipline in een toeslag op de te begroten loonkosten kon worden uitgedrukt. Studies die ook in ons land werden uitgevoerd en in 1973 leidden tot een voorlopig monogram waarin kon worden afgewogen wat het verschil kost tussen sterk gemotiveerde en ongeinteresseerde ploegen, tussen organisatiebewust en voortdurend improviserende uitvoerders c.q. ondernemers en tussen opdrachtgevers en bouwplaatsen van uiteenlopende kwaliteit.

Wellicht was toen de tijd niet rijp voor produktiviteitsverhoging door middel van motivatiebevordering van bouwvakkers en managers.

Tenslotte sporen de suggesties voor produktiviteitsverhoging van Ireland zeer wel met die van zijn antipode Benes. Beiden zijn van mening dat een sterke stijging van de arbeidsproduktiviteit mogelijk en noodzakelijk is. En misschien kan het komende CIB-symposium over Management en Organisatie in Trinidad dit jaar bijdragen tot nog meer inzicht.

Produktiviteit staat daar zeer hoog op de agenda.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels