nieuws

Pompen worden een zeldzaamheid

bouwbreed

Het zijn niet alleen de ornamenten aan huizen en boerderijen, die het uiterlijk van een stad of een dorp bepalen.

Ook de versieringen rondom huis en hof dragen daartoe bij zoals hooibergen, duiventillen en pompen.

In 1990 bestond steenhouwerij ‘De Steenklip’ in Sneek 150 jaar. Uit dankbaarheid deed deze firma de gemeente een pomp cadeau. Door reconstructie van de Marktstraat, kon de pomp pas eind 1992 voor het terras van restaurant Onder de Linden geplaatst worden. Hoewel deze stenen pomp een zwengel heeft moet er op een knop gedrukt worden aleer hij water geeft. De ‘wonderpomp’ werd gemaakt door de voormalige Steenklipdirecteur Tsjamme Seinen en de bij het bedrijf werkzame kunstenaar Marten Molenmaker.

Wie bijvoorbeeld door Roermond wandelt, wordt getroffen door de vele heiligbeeldjes die meestal in nisjes tegen de huizen zijn aangebracht. Het zijn bijna alle aanduidingen van plaatsen waar vroeger putten (wellen of bronnen) lagen, die voor de watervoorziening van grote betekenis waren. Rond een dergelijke put groepeerden zich buurtgemeenschappen en de putmeester behartigde de belangen van de wijk.

Toen men de putten door de inmiddels verdwenen pompen verving, bleef put als benaming bewaard. In onze tijd zijn de dorps- en stadspompen een zeldzaamheid geworden en vallen ze onder monumentenzorg. Daarom is het initiatief van de jubilerende steenhouwerij in Sneek aan te bevelen.

Ook het gemeentebestuur van Amsterdam valt te prijzen omdat het bij de verbouwing van het oude stadhuis tot hotel ‘The Grand’ de pomp op de binnenplaats spaarde.

Gelukkig zijn er in ons land nog een aantal steden en dorpen die trots zijn op hun (vaak eeuwenoude) pomp. We denken hierbij aan Zaltbommel waar in de Gamerschestraat in 1646 de verandering van de put in een houten pomp de aanleiding was tot het maken van enkele merkwaardige pompen waardoor deze stad ook wel als ‘pompenstad’

wordt betiteld.

Op Carnevalszondag wordt de oude dorpspomp in Ginneken, die al jaren geen water meer geeft, door de vastenavondvierders met een zware ketting ‘drooggelegd’. Dan beklaagt de pomp zich met de voor oudere Ginnekenaren bekende verzuchting: “Ik staai ier al jaren waterloos, Verslagen door ’n kopere kraantje, Ne slinger, die nie gaat, Ne teut die nimmer gift, Ik mopper nie, mar ’t is me toch ’n baantje.” Het is vanzelfsprekend dat er bij een vishal een pomp staat zoals in Geertruidenberg. Het uit 1772 daterend gebouw draagt op de koepel boven het dak een windwijzer in de vorm van een vis.

Een doorgaans monumentale pomp siert vele binnenplaatsen van hofjes. Zo kunt u er twee in Rococo-stijl vinden op het Van Brants-Rushofje (Nieuwe Keizersgracht 28) in Amsterdam. In het midden van de grote binnenplaats van het Hofje van Nieuwkoop (Prinsengracht) te ‘s-Gravenhage stond vroeger een put waar in elk der vier hoeken een gemetselde pomp stond en zich een “heimelijk gemak of gemeen secreet tot gerief van de inwonende lieden” bevond. Deze onontbeerlijke sanitaire inrichting staat nu op de plaats van de vroegere pomp in het midden van de hof waardoor het veel aan ‘heimelijkheid’ heeft verloren.

In Noord-Brabant zijn hofjes zeldzamer dan in Holland, maar in Etten-Leur ligt achter een blinde muur het St.

Paulushofje. Aan het rechthoekige binnenplein grenzen dertien huizen, elk met een deur met bovenlicht en kruiskozijnen. De opvallende pomp met twee zwengels in het midden van de plaats luistert het geheel op. Op het aardige middeleeuwse pleintje op de Muntenplaats te Deventer staat een pomp welke, naar de overlevering wil, het beste drinkwater van de stad oplevert.

Veel dorpspompen in ons land zijn nog gemeenschappelijk ‘eigendom’ van de bewoners; daar worden ook de nieuwtjes verteld en de verhalen geboren (Rijssen, Heenvliet). Daar is het oude spreekwoord ‘loop naar de pomp’ nog actueel.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels