nieuws

Een dalend inkomen

bouwbreed

Er is nogal wat opwinding ontstaan over de uitkomsten van een bepaald computermodel, die aantonen dat het gemiddeld inkomen van huurders de afgelopen tijd is afgenomen. Wanneer het beleid van Heerma succes blijft hebben, zal ook in de toekomst dit inkomen nog blijven dalen. Dat hoeft nog niets te zeggen over het individuele inkomen van huurders.

Het vaststellen van iemands inkomen is niet eenvoudig. Zelfs de belastingdienst schijnt er nog wel eens moeite mee te hebben. Het achterhalen van het inkomen van mensen in een enquete is nog aanzienlijk moeilijker. Veel geenqueteerden weten eenvoudig niet precies welk bedrag zij zouden moeten noemen volgens de definitie van de enqueteur. Vooral zwarte inkomensbestanddelen worden voorzichtigheidshalve vaak niet genoemd. Naarmate het inkomen hoger is wordt er bovendien vaker geen antwoord op deze vraag gegeven.

De marges die door al dit soort onzekerheden ontstaan zijn in de regel niet gering.

De uitkomsten moeten dus altijd met enige voorzichtigheid worden bekeken. De ontwikkelingen van het individuele inkomen, of van het gemiddelde van een groep, ke bepaald niet tot achter de komma nauwkeurig worden vastgesteld.

Dat weten alle onderzoekers ook, dus zij werken meestal met inkomensklassen.

Daardoor wordt de informatie wel wat globaler, maar veel onnauwkeurigheden verdwijnen daardoor. Een geleidelijke verandering van de samenstelling van de onderzochte groep mensen kan echter een veel grotere invloed hebben op het gemiddelde, dan de algemene ontwikkeling van die inkomens zelf met zich brengt.

Beleid

Het woningbouw- en volkshuisvestingsbeleid is de laatste jaren vooral gericht geweest op twee aspecten:het bestrijden van de scheefheid en het bevorderen van het eigen woningbezit. De scheefheid (ten opzichte van elkaar niet passende inkomens en woonlasten) wordt om twee redenen bestreden. Er zijn mensen die noodgedwongen in een veel duurdere woning wo nen, dan zij ke betalen. Dat kost derhalve heel wat subsidie. Ook zijn er mensen die in een goedkope woning blijven wonen, hoewel hun inkomen inmiddels flink gestegen is. Soms is die woning ook nog gesubsidieerd, zodat zij dan onnodig subsidie ontvangen. In ieder geval houden zij een woning bezet, die -financieel gesproken- meer passend zou zijn voor iemand met een lager inkomen.

Het beleid om de bouw van koopwoningen te bevorderen sluit aardig aan bij de voorkeuren van de markt. De afgelopen jaren is het aantal koopwoningen dan ook flink toegenomen, terwijl het aantal gebouwde huurwoningen kon teruglopen. Dat laatste leverde weer een bijdrage aan de algemene bezuinigingen.

Om aan de woningbehoefte van de lagere inkomensgroepen te voldoen, wil Heerma dat er een zogenaamd ‘strategisch bouwbeleid’ wordt gevoerd door de gemeenten.

Door de bouw van betere (en dus duurdere) woningen stromen mensen met een daarvoor voldoende inkomen door, waarbij zij meestal een goedkopere woning vrijmaken. Deze wordt dan bij voorrang toegewezen aan iemand met een bij die woning passend inkomen.

Hogere inkomens kopen

Dit beleid begint al aardig te werken. De afgelopen jaren zijn huurders met een wat hoger inkomen bij tienduizenden overge gaan tot het kopen van een woning. Ook binnen de voorraad koopwoningen wordt flink doorgestroomd, heel vaak van goedkoop naar duurder. Zo zien we binnen de groep huurders de huishoudens met de hogere inkomens geleidelijk kleiner in aantal worden, door hun vertrek naar de koopsector. Als dat gedurende enkele jaren in enige omvang plaats vindt, zal dat ook op het gemiddelde inkomen van de hele groep huurders zijn invloed niet missen.

Daarom is het niet moeilijk te voorspellen dat het gemiddeld inkomen van alle huurders ook de komende jaren nog verder zal afnemen.

In bijgaand tabelletje hebben we een rekenvoorbeeld gegeven, waarbij het aantal huurders toeneemt van 70 tot 74 (+ 5,7% ), en bovendien ieders individuele inkomen ook toeneemt, en wel met 10%. Doordat velen met een hoger inkomen volgens afspraak overgaan naar de koopsector, verandert de samenstelling van de groep huurders echter sterk. Het resultaat is een daling van het gemiddeld inkomen van alle huurders met 2,2%!

Velen zijn wel eens geneigd meer op de uitkomst van een statistisch onderzoek te letten, dan op de wijze waarop deze uitkomst tot stand is gekomen. Toch is het goed om in gedachten te houden, dat Les 1 van de statistiek is getiteld:There are lies, damned lies and statistics.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels