nieuws

De alledaagse genoegens van Juan Gris

bouwbreed

In 1913 kocht mevrouw Helene Kroller-Muller het schilderij ‘Stilleven met petroleumlamp’ (1912) van de kubistische schilder Juan Gris. Zij omschreef de door de Spanjaard geschilderde voorwerpen als ‘objecten van de aarde, maar aan de aarde ontrukt’. Ruim tachtig jaar later wordt zijn werk in het naar haar genoemde museum op de Hoge Veluwe opnieuw onder de aandacht gebracht. Op de eerste grote overzichtstentoonstelling zijn meer dan honderd schilderijen en tekeningen van Juan Gris te zien.

Juan Gris, pseudoniem voor Jose Victoriano Carmelo Carlos Gonzalez Perez, werd in 1887 geboren in Madrid. Op negentienjarige leeftijd vertrok hij naar Parijs waar hij in contact kwam met Picasso en het kubisme. Beiden worden met Braque en Leger tot de invloedrijkste kubistische schilders gerekend. Deze schilders wilden meer weergeven dan het oog kan waarnemen: “Ik hoop in staat te zijn een denkbeeldige werkelijkheid met grote nauwkeurigheid uit te drukken met zuivere elementen van de geest” , schreef Gris in 1919 aan zijn kunsthandelaar DanielHenry Kahnweiler.

Gris wilde van een “zuiver beschrijvende en analytische weergave’ van de dingen naar iets wat “de onderlinge verhouding tussen de dingen” kon weergeven. Hij streefde ernaar om een object in al zijn dimensies tegelijk weer te geven. Door zoveel verschillende kanten van een voorwerp te laten zien, lijkt het in sommige gevallen of je als beschouwer om het voorwerp heenloopt. Het niet op de tentoonstelling aanwezige, maar wel in de catalogus afgebeelde doek ‘De koffiemolen’ dat hij in 1916 maakte, is hier een treffend voorbeeld van. Soms worden de objecten zelfs van zo veel onbekende gezichtspunten genomen dat het totaalbeeld tegen onze rationele logica indruist.

Zijn werk is in tegenstelling tot dat van Picasso, die als de geestelijke vader van het kubisme wordt beschouwd, minder abstract. Gris werd door zijn tijdgenote Gertrude Stein gezien als de meest ‘pure

kubist. Zijn schilderijen kenmerken zich door geometrische vlakken die met een rijk kleurgebruik herkenbare beelden oproepen. Zo is het gezicht van ‘Man in cafe’

(1912) opgesplitst in kleine vlakken die alle essentiele delen van het gezicht laten zien, genomen vanuit verschillende standpunten. De portretten die hij in zijn beginperiode maakte, vertonen nauwelijks gelijkenis. Terwijl op het doek het gezicht van zijn moeder in stukken uiteenvalt, doet het verwrongen gelaat van zijn vriend Maurice Raynal denken aan het werk van Francis Bacon. Een weinig flatteus portret van Germaine Raynal lijkt nog het meest op een glas-in-loodraam waarvan nog niet alle stukken op de juiste plek zijn terechtgekomen.

Steeds terugkerende elementen in zijn werk zijn:tafels, karaffen, flessen, glazen, fruitschalen. Vaak worden de huishoudelijke voorwerpen gecombineerd met genotsmiddelen (sigaretten, tabak) en voorwerpen die verwijzen naar het vooroorlogse engagement met de massacultuur en haar drukwerk (kranten, etiketten, advertenties). Veel van deze artikelen zijn keurig gerangschikt terug te vinden in ‘Speelkaarten en syfon’ (1916).

Daarnaast heeft ook de muziek een belangrijke plaats in zijn werk. Gris hield van dans- en volksmuziek en waardeerde de schoonheid van muziekinstrumenten.

Met name de viool en gitaar wist hij in allerlei vormen om te buigen. Maar ook bladmuziek al dan niet in aanwezigheid van een borstbeeld is regelmatig in zijn werk terug te vinden. Met deze elementen verwees hij naar kunst en creativiteit, activiteiten die de mogelijkheid bieden voor een eigen interpretatie.

Voor 1917 maakt Gris nog een duidelijke scheiding tussen de voorwerpen en hun directe omgeving. Een muziekblad gaat weliswaar op in een gitaar maar deze op haar beurt is weer duidelijk van een tafelblad te onderscheiden (Gitaar op tafel, 1915). In zijn latere werken zien we dat Gris de voorwerpen met hun ondergrond laat versmelten. De contouren zijn nauwelijks aan te geven waardoor een viool en tafel lijken te zweven (Open venster met heuvels, 1923).

Bovendien vermengt Gris na de oorlogsperiode, waarin hij soberheid tot een centraal thema verhief, steeds vaker muzikale elementen met consumptieve voorwerpen. De werken hebben alle ingredienten voor een gezellig samenzijn waarin vermaak (kaartspelen, musiceren) lijkt te moeten samengaan met dagelijkse geneugten (drinken, eten). De versmelting van de verschillende categorieen voert hij zelfs zo ver door dat ze als het ware een geheel worden met gemeenschappelijke eigenschappen; de zoete smaak van een druif naast de zoete klank van een gitaar (Gitaar en fruitschaal, 1919).

In 1913 kocht mevrouw Helene KrollerMuller het schilderij ‘Stilleven met petroleumlamp’ (1912) van Juan Gris. Zij omschreef de door hem geschilderde voorwerpen als “objecten van de aarde, maar aan de aarde ontrukt” . Het rijksmuseum Kroller-Muller verwierf in totaal veertien schilderijen en acht tekeningen van Gris die ruim tachtig jaar later deel uitmaken van een eerste grote overzichtstentoonstelling die eerder in Londen en Stuttgart was te zien. De internationale belangstelling voor het werk van deze kunstenaar, die in 1927 op veertig-jarige leeftijd aan niervergiftiging overleed, heeft lang op zich laten wachten.

Juan Gris is tot en met 2 mei te bezichtigen in Rijksmuseum Kroller-Muller, Otterlo. Het museum is geopend:di t/m za: tien tot vijf uur. Zo:elf tot vijf uur. Goede Vrijdag, Tweede Paasdag en Koninginnedag: tien tot vijf uur. Toegang park:f. 7,50 (zonder auto). Toegang tentoonstelling: f. 4,50.

Stilleven met petroleumlamp, 1912.

Gitaar op tafel, 1915.

Gitaar en fruitschaal, 1919.

Open venster met heuvels, 1923.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels