nieuws

VGBouw: Rijk gaat voorbij aan locatieproblemen

bouwbreed

Het rijk is veel te optimistisch over de beschikbaarheid van voldoende bouwlocaties.

Weliswaar schrijven minister Alders en staatssecretaris Heerma in hun beleidsstandpunt over het Trendrapport Volkshuisvesting dat versnelde oplevering van locatiecapaciteit nodig en mogelijk is om de gestegen woningbehoefte op te vangen, maar deze stelling wordt op geen enkele wijze onderbouwd.

Dit stelt VG-Bouw in een reactie op de Trendbrief die eind vorige week naar de Tweede Kamer is gestuurd. Zoals bekend hebben Alders en Heerma de toegenomen woningbehoefte vertaald in een extra bouwopgave van 162000 woningen tot 2005. De bulk, 144000 woningen, moet voor het jaar 2000 worden gerealiseerd. Het gaat dan met name om duurdere huur- en koopwo ningen in de vrije sector. Locaties voor deze bouwopgave vormen feitelijk alleen in de regio Amsterdam een probleem, zo concluderen de bewindslieden. In de randstedelijke gebieden Rotterdam, Den Haag en Utrecht kan worden volstaan met het sneller ontwikkelen van de Vinex-locaties; buiten de Randstad, in de Brabantse stedenrij en Gelderland, zijn voldoende locaties voorhanden.

De werkgeversorganisatie komt, op basis van een onderzoek van Bouwcentrum Advies naar de ontwikkeling van bouwlocaties in het stadsgewest Utrecht, tot een andere conclusie.

Conclusies Uit het onderzoek blijkt onder andere dat de provincie Utrecht een planning hanteert voor de te plegen nieuwbouw die niet tegemoet komt aan de berekende ontwikkeling van de woningbehoefte. Hierdoor ontstaat tot 2004 een tekort van 10000 woningen, nog los van de constatering dat de bouw produktie die de gemeenten voor ogen staat, nog kleiner van omvang is dan de geplande produktie van de provincie.

Een andere conclusie is dat de ontwikkeling van de Utrechtse locaties die reeds in 1990 zijn aangewezen, zoveel vertraging heeft opgelopen dat in de helft van de gevallen op zijn vroegst pas in 1995 met de woningbouw kan worden begonnen.

Bovendien is de beschikbare locatiecapaciteit in Utrecht zo krap dat iedere verdere vertraging in de besluitvorming over aan te wijzen locaties in de tweede helft van de negentiger jaren zal leiden tot vertraging in de woningproduktie. “En” , zo merkt VGBouw op “vertraging is in de praktijk meer regel dan uitzondering.”

Kwaliteit Er is dus duidelijk sprake van een locatieproblematiek. En dat mist volgens VGBouw zijn uitwerking niet op de kwaliteit van de te realiseren woningbouw. “De bewindslieden benadrukken dat er sprake moet zijn van een kwalitatief hoogwaardige inrichting van de bouwlocaties. Maar dat voornemen wordt onhaalbaar als de grondprijs te hoog wordt.

En te hoge grondprijzen mogen verwacht worden bij een toenemende schaarste aan bouwlocaties.”

Er wordt op gewezen dat het op een aantal locaties nu al niet goed meer mogelijk is om ongesubsidieerde woningen te realiseren in de prijsklasse f. 140000 tot f. 200000. Een groot probleem, aldus VGBouw, zeker als men bedenkt dat juist dit de categorie woningen is waarin het leeuwedeel van de aantallen moet worden gerealiseerd.

De werkgeversorganisatie vindt dat de rijksoverheid te optimistisch is. Er moet meer aandacht worden geschonken aan de beschikbaarheid van bouwlocaties. Een eerste stap kan zijn het jaarlijks opstellen van een overzicht van alle beschikbare en nog te verwachten locaties in de stadsgewesten.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels