nieuws

Onjuiste verdeling van stadsvernieuwingsgeld

bouwbreed

De gegevens van de Kwalitatieve Woningregistratie (KWR) zijn te onbetrouwbaar om daarop de rijksbijdrage voor de stadsverniewing van de gemeente Utrecht te baseren. Dat stellen B en W van Utrecht in reactie op uitspraken van staatssecretaris Heerma “dat Utrecht de eis van een hogere stadsvernieuwingsbijdrage niet zou ke onderbouwen” .

De gemeente Utrecht kreeg op grond van de nu omstreden gegevens van het rijk een toezegging van nog maar f. 17 miljoen per jaar in plaats van f. 43 miljoen in het recente verleden.

Terwijl uit eigen gegevens over het woningbestand in Utrecht blijkt dat de gemeente jaarlijks f. 70 miljoen nodig heeft om de stadsvernieuwing verantwoord mogelijk te ke voortzetten, aldus B en W.

Utrecht liet drie externe adviesbureaus:de Universiteit Utrecht, Bouwcentrum Advies te Rotterdam en RIGO Research en Advies in Amsterdam, die kwalitatieve woningregistratie beoordelen, omdat de gevolgen van de KWR onverwacht desastreus voor de gemeente bleken te zijn. De KWR werd door de staatssecretaris als basis genomen voor de verdeling van de rijksbijdragen voor stadsvernieuwing in het komende decennium. Op basis van een steekproef werd vastgesteld hoeveel matige en (zeer) slechte woningen in een gemeente aanwezig zijn.

Onzeker Bouwcentrum Advies stelt dat de steekproef te klein is om te mogen aannemen dat de uitkomst een correcte weerspiegeling is van het aantal zeer slechte woningen.

De Universiteit van Utrecht concludeert bij monde van prof. Hooimeijer, dat toepassing van de steekproef voor Utrecht tot schattingen leidt, die ver achterblijven bij de normen, die gewoonlijk voor betrouwbaarheid en nauwkeurigheid in acht worden genomen.

RIGO Research en Advies noemt de onzekerheid in bepaalde gevallen zo groot, dat er in de praktijk twee of meer keer zo veel woningen in een bepaalde categorie ke voorkomen dan waar VROM vanuit gaat.

Meer oorzaken De KWR is daarmee volgens B en W voor het vaststellen van de aantallen slechte en zeer slechte woningen een twijfelachtig instrument geworden.

Zelf komt de gemeente op een aantal van 7000 zeer slechte woningen in de stad, terwijl het ministerie van VROM uitgaat van 4000 stuks.

Volgens B en W zijn er behalve deze onbetrouwbaarheid van KWR-gegevens nog andere redenen te noemen, waarom de rijksbijdrage aan Utrecht veel te laag uitvalt. Zo blijken de extra kosten voor sloop en her bouw in de gemeente Utrecht ongeveer f. 60000 per woning hoger te liggen dan het kabinet aanneemt.

De herbouw in Utrecht bedraagt vrijwel 100%. En dat blijkt 35% meer dan het kabinet tot op heden aanneemt.

Utrecht, aldus B en W, is in staat 10000 woningen te bouwen en dat zijn er 7000 meer dan waar het kabinet van is uitgegaan.

De gemeente heeft naar eigen bewering 3000 slechte tot zeer slechte woningen meer dan de 4000 waarmee het kabinet bij de vaststelling van de rijksbijdrage rekening heeft gehouden.

En tenslotte blijkt in Utrecht tweederde van de te verbeteren woningen in particulier bezit. En dat is veel meer dan het landelijk gemiddelde.

Overleg Het college van B en W zullen staatssecretaris Heerma op de onjuiste onderzoeksaanpak wijzen en hem vragen in overleg te treden over de noodzakelijke verhoging van de stadsvernieuwingsbijdrage aan Utrecht.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels