nieuws

Ondergronds infocentrum in Hoge Veluwe geopend

bouwbreed

In het nationale park De Hoge Veluwe is een ondergronds informatiecentrum geopend over de geschiedenis en samenstelling van het leven onder het terreinoppervlak. Het Bezoekerscentrum ‘Museonder’ werd in bouwteamverband ontworpen door ir. Cor van Hillo en gebouwd door BAM de Kinkelder.

De investering bedroeg f. 3,5 miljoen waarvan f. 2,5 miljoen voor de bouw.

Het bezoekerscentrum bestaat uit een paviljoentje in blokbouw, een gebouwtje opgebouwd uit houten balken die, volgens een veel in Skandinavie gebruikte techniek voor vakantiehuisjes, zijn ‘gestapeld’.

Achter dit bestaande paviljoen is binnen een jaar een ondergronds infocentrum toegevoegd. Het in beton uitgevoerde gebouwtje is een uitwerking van een kleine prijsvraag onder studenten van de TU Eindhoven uit 1985 waarop negen ontwerpen binnenkwamen.

Beton ondergronds Het gaat om een betrekkelijk kleinschalig infocentrum, waarvan de werkvloer 350 m2 beslaat op een diepte van on geveer 6 meter; de inhoud van het totale gebouw bedraagt circa 2400 m3.

Voor de constructie werd voornamelijk gebruik gemaakt van beton. De vloer werd ter plaatse in een ontgraven bouwput gestort. Door de droge grondgesteldheid had men geen last van het grondwater en kon voor de bouwput worden volstaan met ontgraving onder 45 graden met plaatselijk een nog iets steiler talud. Hoewel bij hevige neerslag water over de rand van de bouwput stroomde, haalde dat de bodem van de bouwput niet omdat het talud dit water geheel opzoog.

Voor de ondergrondse wanden is gebruik gemaakt van dunne geprefabriceerde betonplaten.

Deze geprefabriceerde betonelementen werden zowel aan de binnen als buitenzijde als blij vende bekisting toegepast.

Met een isolatie aan de buitenzijde werd zo betrekkelijk eenvoudig vorm gegeven aan de bouwopdracht. Waar nodig zijn rond een centrale vide vloeren en dakplaat opgenomen.

Boven de centrale vide ligt een relatief eenvoudige koepel van geringe hoogte, met een doorsnede van 9 meter. Opmerkelijk is dat een rondlopende laag glazen bouwstenen voor relatief veel daglichttoetreding in de ondergrondse ruimte zorgt.

Spectaculair bij de inrichting is het complete wortelstelsel van een honderddertig jarige beuk die onder de koepel hangt en fraai wordt aangelicht.

De entree tot de ondergrondse expositieruimte bestaat uit een tunnel vanuit het bestaande houten gebouw, die omlaag loopt naar het hoogste vloeroppervlak in de expositieruimte onder de grond. Via een stalen trap in de centrale vide daalt de bezoeker af en wordt daarbij geconfronteerd met grote monsters ‘ongeroerde grond op verschillende niveaus, met het leven dat er bovenin plaats vindt en de geschiedenis van de diepere lagen wat hun ontstaan betreft. Via een eenvou dig bordestrap verlaten de bezoekers het gebouwtje, waarna ze onder een golvend afdak het paviljoen via de souvenirshop ke verlaten. Een lift is aanwezig voor hen die moeite met de trappen hebben.

Eenvoud Het gehele ontwerp van het infocentrum is afgestemd op een zo eenvoudig mogelijke uitvoering met lage bouwkosten. De bovengrondse uitgang vormt een licht-deconstructivistisch collage van hout, glas en plaatselijk een staalconstructie. De binnenruimte zou een bezoekersstroom van 150000 mensen per jaar mogelijk moeten maken, die dan wel zorgvuldig in tijd gespreid moeten worden over het bezoekerscentrum dat het hele jaar geopend is. Daarmee vormt het Museonder een kleinschalig voorbeeld van ondergronds bouwen omdat men bezoekers wil confronteren met leven onder de grond en geologische geschiedenis van het terrein. Oorspronkelijk in het ontwerp opgenomen holen, die begaanbaar zouden zijn voor kinderen, vervielen nadat de logische veiligheidseis van nooduitgangen werd gesteld…

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels