nieuws

Meer innovatie bouw door prestatiebestek

bouwbreed

Het prestatiebestek is een goed middel om innovaties in de uitvoerende w te bevorderen. Die conclusie werd getrokken op een in Breda door Euroforum belegde studiedag. Daarop bleek ook dat de invloed van de toeleverende industrie een stuk groter wordt en dat architecten in drie groepen ke worden verdeeld:proces-architecten, po-architecten en produkt-architecten, met als opdrachtgevers respectievelijk de ‘eigenlijke opdrachtgever/gebruiker, het uitvoerend bouwbedrijf en de toeleverende industrie.

“Invoering van het prestatieconcept stimuleert innovatie in de bouw. De aanwezige knowhow in de bedrijven wordt dan optimaal benut. In samenwerking met leveranciers ke nieuwe oplossingen voor een bouwprodukt tot stand komen die leiden tot een optimale beheersing van het produktieproces” , aldus adjunct-directeur ing. G.H.W. Sanders van Smit’s Bouwbedrijf in Beverwijk en voorzitter van de SBRcommissie ‘Modellen voor vraag- en aanbodspecificaties’.

Co-makers De aannemer zal in deze nieuwe situatie met co-makers integrale oplossingen creeren waarbij partijen enige zekerheid hebben de nieuw ontwikkelde produkten ook te ke toepassen, omdat er geen beschrijvende vraag van het bouwprodukt meer bestaat: “Hierdoor zal veel eerder dan in het verleden de neiging bestaan te investeren in nieuwe ontwikkelingen die zullen leiden tot een beter produktsynergie.”

Mr. J. Vijlbrief-Van der Schaft van advocatenkantoor Trenite

van Doorne in Rotterdam stel de vast dat met de komst van het prestatiebestek een bouwbedrijf meer mogelijkheden krijgt, maar die dan ook hard zal moeten maken.

“Zo kan het grote invloed uitoefenen door middel van het opstellen van een zogenoemd technisch ontwerp. Omdat zon bouwbedrijf een redelijke zekerheid heeft dat zijn produkten in elk ontwerp zijn in te passen, zal de stimulans om te innoveren groter zijn. Daardoor kan de verhouding van kosten en kwaliteit gunstig worden beinvloed” , aldus de advocate.

Grotere claims Daar staat tegenover dat de claims op het bouwbedrijf ook groter worden: “Meer vrijheid bij technische ontwerpen en de uitvoering daarvan leidt automatisch tot meer plichten. Zo zal een bouwbedrijf zelf moeten aantonen dat het overeenkomstig zijn aanbieding heeft gebouwd. Het zal daartoe onafhankelijke deskundigen aantrekken en zorgen voor de nodige verklaringen.”

Ook zal het bouwbedrijf volgens haar (verzekerde) garanties afgeven en mede daardoor, in de toekomst, verplicht zijn een systeem voor interne kwaliteitszorg op te zetten.

“Het bouwbedrijf moet overleggen met de bevoegde instanties, revisietekeningen opstellen en een directer contact onderhouden dan in een traditionele situatie’, gaf ze aan.

En omdat een bouwbedrijf snel moet ke reageren op vragenspecificaties zal zijn aanbieding en omschrijving daarvan voor een groot deel worden geautomatiseerd.

“Dit alles betekent nogal wat voor het gemiddelde bouwbedrijf. Niet elk bouwbedrijf zal dat momenteel zomaar zelf ke opzetten. Het is denkbaar en zelfs logisch dat op onderdelen derden (bijvoorbeeld architecten) zullen worden ingeschakeld” , constateerde zij.

Goede raadsman De nogal eens gehoorde suggestie dat de architect door invoering van het prestatie-concept minder betrokken zal zijn bij het bouwproces.

“Dit behoeft niet zo te zijn. De architect kan een goede raadgever zijn voor de opdrachtgever op tal van gebieden, wegens zijn kennis van de technische ontwikkelingen in de bouw. Hij of zij kan worden betrokken bij het toetsen van aanbiedingen, zal toetsen opstellen in de ontwerp-fase, overleg voeren met verschillende instanties, in esthetisch opzicht betrokken zijn bij de uitvoering en een vraagspecificatie opstellen” , meende ze.

Maar een architect kan ook nieuwe taken verwerven: “Zo is te verwachten dat deze werk verricht voor aanbiedende bouwbedrijven, bijvoorbeeld een deel van het tekenwerk of assistentie bij het opstellen van een aanbodomschrijving.

Bouwbedrijven willen waarschijnlijk innoveren. Niet elk bouwbedrijf zal dat op eigen kracht ke. Ook hier is dus een taak voor de architect weggelegd.”

BNA-architect ir. O. Sluizer meende dat door de komst van het prestatiebestek drie soorten architecten gaan ontstaan.

Hij sloot verder niet uit dat het prestatiebestek het innovatief denken in de bouw zal vergroten. Maar hij geloofde dat het innovatief vermogen van de bouw eerder moet worden gezocht bij de toeleverende industrie ( “die is daar al veel verder mee, zonder prestatieconcept” ) en bij bepaalde architecten ( “die hun taak en verantwoordelijkheid zodanig opvatten dat zij, veelal in samenwerking met de industrie en voorbijgaand aan de traditionele aannemerij, aan produktontwikkeling doen” ).

Concurrentie Met het oog op het bewerkstelligen van een goede prijs/kwaliteits-verhouding bepleitte hij een gezonde concurrentie tussen aanbiedende partijen. “Het uitnodigen van een aannemer om in te schrijven op een vraagbestek is absoluut contraproduktief. Niet omdat er geen behoorlijk gebouw uit zou ke ontstaan, maar omdat het niets toevoegt aan het traditionele bouwproces. Integendeel. En het laat de gelegenheid verloren gaan om aannemers op kwaliteit met elkaar te laten concurreren, waar het om is begonnen” , aldus ir.

Sluizer.

Terzijde stelde hij overigens nog vast dat wanneer een opdrachtgever niet bereid zou zijn om de laagste offerte te passeren terwille van een duurdere aanbieding met een betere verhouding kwaliteit/prijs dit gebrek aan bereidheid ook meteen de doodsteek vormt voor de prestatiewerkwijze…

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels