nieuws

Kamerbrede steun voor nieuwe vestigingsregels

bouwbreed

Er is Kamerbrede steun voor het plan van minister Andriessen van Economische Zaken de vestigingsregels te versoepelen. Onduidelijkheid was er vooral over de overgangsperiode naar de nieuwe situatie, die zoals bekend uiterlijk op 1 januari 1996 in moet gaan. Andriessen zal hier in een brief aan de Tweede Kamer duidelijkheid over verschaffen.

Dat bleek in een mondeling overleg met de Vaste Kamercommissie voor het Midden- en Kleinbedrijf over de gewijzigde voorstellen van minister Andriessen.

Alle woordvoerders waren het erover eens dat -zoals Smits van het CDA het zei- met de voorstellen is tegemoetgekomen aan de veelgehoorde klacht van het bedrijfsleven dat er teveel overheidsregels zijn. Daarmee werd natuurlijk gedoeld op de volgens Andriessen wat merkwaardige si tuatie dat het in dit geval nu juist het bedrijfsleven is geweest dat erop aandrong de huidige regelgeving in stand te houden, en dat de overheid degene was die wilde dereguleren.

Sommige fracties vroegen zich desondanks af of de minister in het overleg met de werkgeversorganisaties, verenigd in de RCO, niet wat al te veel water in de wijn heeft gedaan.

VVD-er Van Erp sprak zelfs van de “slappe knietjes” van de minister.

Slapte Met die slapte viel het volgens de bewindsman nog wel mee.

Andriessen had zich bij aanvang van de besprekingen een groot stuk van de taart toebedeeld, waarvan hij slechts een klein en aanvaardbaar stukje heeft moeten inleveren.

Van de 108 branches zijn er 44 in de A-categorie terechtgekomen, 41 in de B-categorie (de minister wilde oorspronkelijk dat dit er 23 zouden zijn), en 23 in de C-categorie (dat waren er oorspronkelijk veertien).

“In B heeft de RCO goed gescoord” , evalueerde An driessen “maar dat waren voor mij geen grote concessies.”

Hij wees erop dat er grote commotie ontstond toen de plannen van EZ werden gepresenteerd. “In het begin wilde geen enkele branche mij volgen. Als ik het geheel nu overzie, denk ik toch dat het er redelijk uitziet. We zijn heel dicht bij elkaar gekomen.” Slechts ten aanzien van twaalf branches bestaat er nog onenigheid.

Een geval is de indeling van de gespecialiseerde onderaannemerij. Op dit gebied heeft Andriessen, de vele argumenten van de RCO ten spijt, in ieder geval geen concessies gedaan.

“De RCO heeft mij op geen enkele wijze ervan ke overtuigen dat deze groep in een hogere categorie zou moeten worden ingedeeld.”

Erkenning Dat in de nieuwe opzet erkenningsregelingen uitermate belangrijk zullen worden, bleek nog eens in het overleg. D66’er Ter Veer vroeg de minister in dit verband of de standaard voor deze regelingen de ISO9000-serie zal worden. Dat ging de bewindsman wat ver, maar “deze richting moet het toch wel opgaan. Ik hoop in ieder geval niet dat men op het niveau van de vignetten blijft steken” .

Onduidelijkheid Over de periode tussen nu en de nieuwe situatie die op 1 januari 1996 moet ingaan, heerste vooral onduidelijkheid. De diverse woordvoerders waren er duidelijk voorstander van om de nieuwe regels sneller in te laten gaan. Volgens Ter Veer is dat nodig om het “proces van restauratie’, dat nu reeds in gang is gezet, tot staan te brengen.

Andriessen wees er op zijn beurt op dat hij met handen en voeten aan de procedures is gebonden. Wel zal er binnen enkele weken een Ervaringsbeschikking in de Staatscourant worden gepubliceerd, waardoor vestiging als ondernemer mogelijk is voor mensen die over ruime ervaring beschikken.

De minister zal in een aparte brief uitleggen hoe de overgang naar de nieuwe situatie zal worden geregeld.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels