nieuws

Inhoud van Trendbrief stelt parlementariers teleur

bouwbreed

Tevredenheid over de herbevestiging van de hoofdlijnen van het VRO-beleid in de Trendbrief, teleurstelling over de concrete uitwerking ervan en twijfels aan de feitelijke onderbouwing. In het kort samengevat zijn dat de reacties van de woordvoerders van de vijf grootste fracties in de Tweede Kamer de brief van minister Alders en staatssecretaris Heerma over het Trendrapport Volkshuisvesting.

Woordvoerder Helmer Koetje van het CDA is duidelijk in zijn oordeel: “Eigenlijk had ik verwacht dat er in de Trendbrief meer spijkers met koppen zouden worden geslagen. De richting die in het stuk wordt aangegeven staat mij op zichzelf aan, maar de uitwerking ervan is of vaag of roept de nodige vragen op.

Vaag is bijvoorbeeld het hele subsidieverhaal. Van vijf gebieden weten we dat het in beginsel mogelijk is om daar zonder exploitatie-subsidies te bouwen. Maar hoe zit dat op het niveau van de corporaties?

Hebben zij genoeg vermogen om het vanaf 1995 op eigen kracht te redden? Hoe staat het met de andere gebieden?

De nodige vragen heb ik onder andere over de beschikbaarheid van de locaties. Gaat het allemaal wel snel genoeg? Is het inderdaad alleen de regio Amsterdam waar andere loca ties moeten worden gevonden?

Aan welke locaties wordt concreet gedacht? Ik wil eerst de invulling zien, voordat ik zeg dat het kan.

Een andere kwestie is:wat moet je doen als de ontwikkelingen tegenvallen? Dat blijkt nergens uit het stuk. Heerma kan dan wel zeggen dat hij optimist is, maar ik zeg op mijn beurt:eerst zien, dan geloven.”

Realistisch PvdA-er Arie de Jong noemt het rapport realistisch, waar het gaat om het streven het woningtekort terug te dringen tot 2%. Aan het aantal te bouwen woningen wil hij, evenals Koetje overigens, ook geen woorden vuil maken.

“Waar het mij om gaat is dat de kwalitatieve kanten van de zaak te kwantitatief worden benaderd. Op zich is de brief heel belangrijk. Immers, de uitgangspunten van de Nota Volkshuisvesting in de jaren negentig en de Vinex worden bevestigd. Maar voordat ik een politiek oordeel kan vellen over de inhoud van de brief, is het belangrijk dat ik meer kom te weten over de gronden waarop de keuzes zijn gemaakt. Daar schort het aan. Er worden beweringen gedaan, waarvoor de onderbouwing onderbreekt.”

De Jong noemt een voorbeeld.

“Als ik kijk naar de bouwlocaties, dan bevangt mij wat twijfel. In de brief wordt op dit gebied een rijkscentrische gedachtengang gevolgd, die op zichzelf helemaal klopt, maar waarvan de uitwerking op lokaal en regionaal niveau nog moet plaatshebben. Hoe realistisch is het nu om vanachter je bureau te roepen dat de Vinexlocaties versneld in ontwikkeling moeten worden genomen?

Ik vind dat daar wat meer duidelijkheid over moet komen.”

Dat laatste geldt zeker ook voor de financiele onderbouwing. Gezien de omvang van de investeringen die nodig zullen zijn om de stadsgewestelijke locaties tot ontwikkeling te brengen vraagt de PvdA zich af of het financiele kader wel toereikend is.

Oppositie “En” , vervolgt De Jong, “hoe moet ik mij de opheffing van de exploitatiesubsidies voorstellen? Mijns inziens is het niet reeel om een dergelijke hoge jaarlijkse huurstijging te veronderstellen. Sommige din gen worden dus wat al te gemakkelijk gezegd.”

De oppositie is op zijn zachtst gezegd evenmin onverdeeld positief. VVD-woordvoerder Broos van Erp: “Het is heel interessant om te zien hoe het Kabinet erin slaagt om de problemen weer voor zich uit te schuiven. De Trendbrief geeft nauwelijks concrete antwoorden. In plaats daarvan wordt de zaak verschoven naar de zomer. Dan pas zullen keuzes worden gemaakt op het gebied van de locaties, de verkeer- en vervoersproblematiek, de bodemsanering.”

Er is geen sprake van een brief met een integraal karakter, zo meent Van Erp. “In plaats van de vier W’s van Heerma (Wat, voor Wie, Waar en Wanneer, EH), waarvan overigens de W van waar in het geheel niet beantwoord wordt, is er een Hvraag bijgekomen:Hoe? Hoe hadden de bewindslieden van VROM zich dit allemaal voorgesteld?”

Dat is ook de vraag die Machteld Versnel-Schmitz van D66 zich stelt. Ook zij wil graag meer informatie over de feitelijke onderbouwing van de Trendbrief. “Hoe zien bijvoorbeeld Heermas berekeningen eruit, op grond waarvan hij meent al in 1995 de exploitatie-subsidies af te ke schaffen?

Op zich lijkt het verhaal van Heerma en Alders logisch, maar de crux is natuurlijk wel dat, als het niet lukt om de doorstroming via de bouw van duurdere huur- en koopwoningen te bewerkstelligen, het gehele verhaal in duigen valt. Bovendien:gaat het verhaal ook nog op als de economische ontwikkeling tegenzit?”

Makkelijk Peter Lankhorst van Groen Links tenslotte noemt het integrale karakter van de Trendbrief ‘interessant’. “Het is echt een stuk van Alders en Heerma samen. Wat echter ontbreekt zijn duidelijke keuzes en beleidsvoorstellen. De enige concrete keuze is feitelijk het aantal te bouwen woningen.”

Ook Lankhorst vindt dat er wel erg makkelijk wordt gedaan over de beschikbaarheid van locaties. “Kijk naar Den Haag en de locatie Wateringen, kijk naar Utrecht en Vleuten/De Meern. Als je de problemen daar in beschouwing neemt, dan is mijn stelling dat het makkelijker is opgeschreven dan uitgevoerd.”

Teleurgesteld is de woordvoerder van Groen Links over het feit dat er in de Trendbrief met geen woord wordt gerept over de invloed van het volkshuisvestingsbeleid op maatschappelijke segregatie- en concentratie-verschijnselen. “Heerma heeft mij dat in de Tweede Kamer wel toegezegd, dus dat valt me wat tegen.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels