nieuws

Grensverleggend werk van Nederlandse architecten

bouwbreed

Het werk van buitenlandse architecten in ons land leverde nogal eens stof op tot soms hoogoplopende discussies. Vaak leek er sprake van een ‘eenrichtingsverkeer’ met voornamelijk import van werk van het ‘internationaal vliegende architectencircus’. Het zojuist verschenen themanummer 50 van De Architect brengt de grensverleggende export van architectonische kwaliteit naar het buitenland in kaart.

Aan de bouw wordt dit jaar begonnen door de huisaannemer Konoike.

Herman Hertzberger

Het Haagse stadhuisontwerp van Richard Meier, musea van Alessandro Mendini in Groningen en Aldo Rossi in Maastricht, zijn voorbeelden die nogal wat discussie opriepen.

Meier dreef qua stedebouw en architectuur met kwaliteit naar boven tussen weinig steekhoudende zelfpromotende luchtkastelen van internationale collegas. Beide Italianen kregen een rechtstreekse opdracht van museumdirecteuren met oogkleppen, waarbij de persoonlijke vormwil als heilzaam werd ervaren. Het themanummer van De Architect toont aan, dat export veelal op andere gronden plaatsvindt.

Belgie loopt terug Tussen 1982 en 1992 liep het aantal ontwerpen voor Belgie van 35 op naar 42 procent en daarna terug naar 30 procent van de door de geenqueteerde bureaus in het buitenland gerealiseerde ontwerpen. Het ging voor de helft om incidentele woningen en 65 procent van de opdrachten kwam van Nederlandse principalen. Maar ideaal is ontwerpen voor Belgie blijkens het onderzoek van Marc A. Visser en Margriet Pflug bepaald niet. Het protec tionisme van de Belgische Orde van Architecten maakt het Nederlandse collegas vrijwel onmogelijk zelfstandig het ontwerp uit te voeren. “Als een langdurige toestemmingsprocedure is doorlopen om in Belgie te mogen werken, worden andere dammen opgeworpen; vaak is een bouwvergunning alleen te verkrijgen als een Belgische architect deze aanvraag ondertekent en is het slechts mogelijk een project tegelijk in te dienen” , aldus de auteurs.

De architect moet zich verder aan de regels van de Belgische architecten houden, waarbij de verschillen in beroepsaansprakelijkheid ook hoge verzekeringspremies nodig maken.

Omdat de Belgische ‘erelonen’

lager zijn dan Nederlandse honoraria vormen deze negatieve punten reden voor Nederlandse architecten om niet langer voor Belgie te willen ontwerpen.

Grundlichkeit Duitsland geeft relatief minder problemen. Wel is men verplicht tot inschrijving in een Architektenkammer. De spreekwoordelijke Duitse Grundlichkeit is er wel de oorzaak van dat ter dege rekening moet worden gehouden met ter plaatse geldende (DIN)normen, waarbij TNO-certificaten bijvoorbeeld nauwelijks waarde hebben bij onze oosterburen: “Nederlandse oplossingen en materialen worden door de DIN-normen geblokkeerd…

er is sprake van kartelvorming door de aannemers en de toeleveringsindustrie.”

Opvallend is dat het aantal Nederlandse opdrachtgevers voor Duitse opdrachten heel laag is:de helft van het gemiddelde van 45 procent in het buitenland.

Vrij algemeen zijn opmerkingen over het zich aanpassen aan regionale bouwvoorschriften en in bijvoorbeeld de oostbloklanden de problematiek van de taal, met name ook waar het om vakjargon gaat.

De wijze van aanpak varieert sterk:zelf het hele po vanuit ons land begeleiden, ter plaatse een collega inschakelen, of eventueel een dependance vestigen met of zonder ondersteuning van bestaande bureaus. In verschillende artikelen van het themanummer van De Architect wordt daar aandacht aan besteed. Het Delftse bureau Mecanoo kreeg min of meer toevallig enkele buitenlandse opdrachten, waaronder een ambassadeurswoning in Kopenhagen. ‘Mecanoo Budapest Egyesult piteszck’ is de naam van een vestiging in Budapest voor realisering van een bijkantoor van een bankinstelling. Licentiehoudende architecten op dat bureau zijn vergunninghouder.

Hertzberger Int.

Opmerkelijk is de belangstelling voor buitenlandse opdrachten aan het bureau van Herman Hertzberger. De architect streeft zeker niet naar een bureau Hertzberger International, maar neemt graag op uitnodiging deel aan meervou dige opdrachten in het buitenland. Bovendien zorgt de architectonische kwaliteit van zijn werk, mede door veel belangstelling in de vakpers, voor bekendheid met zijn werk. Dit leidt ook tot regelrechte opdrachten uit het buitenland.

Na woningbouw in Kassel en Berlijn volgt een tweede groter woningbouwpo in Berlijn waar andere ontwerpen schipbreuk leden. Ook heeft Hertzberger naast andere opdrachten een ontwerp onderhanden voor Japan.

Herman Hertzberger vindt bouwen in het buitenland boeiend. Bovendien zijn de budgetten er zoveel royaler, dat je voor het Duitse budget van een kleine kleuterschool in ons land een flinke basisschool moet bouwen.

Naamloze middelmaat De keuze voor deze architect houdt dus verband met de internationaal gewaardeerde architectonische kwaliteit zoals men die ook verwacht in het werk van bijvoorbeeld Rem Koolhaas. Maar in de gesignaleerde praktijk is de keuze voor een Nederlandse architect op andere kwaliteiten gefundeerd. De specialiteit voor het ontwikkelen van stofvrije werkruimten om chips te fabriceren is een rede, het bouwen in een bepaald systeem een andere, terwijl men in grensgebieden ook nogal eens een ontwerper van de overzijde neemt.

Waren het in ons land bij import voornamelijk buitenlandse architecten van naam die de architectuurdiscussie op deden laaien, in de export lijkt het beeld anders te liggen.

Lijkt, want het is niet onmogelijk dat in de oeverloze middelmaat van naamloze middelmatige architectuur ook buitenlanders voor de ontwerpen tekenden. Het is veelbetekenend dat Nederlandse ontwerpers aan De Architect te verstaan gaven, dat publikatie van hun buitenlandse ontwerp niet nodig was.

Daarmee is de export van architectuur in deze publikatie aardig in kaart gebracht. Het vormt daarmee een tijdsbeeld in een tamelijk beweeglijke markt, die haar eigen problemen maar ook eigen voordelen biedt. Aardig is dat die problematiek voor de ene architect voldoende is om in het binnenland te blijven werken en voor een ander juist de uitdaging blijkt om grensverleggend te ontvangen.

‘De Architect, themanummer 50 – Architecten over de grens’ is een uitgave van Ten Hagen BV in Den Haag. Losse nummers in gespecialiseerde boekhandels f. 17,50, toegezonden f. 24,50, telefoon (070) 3569100 toestel 258 of 259.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels