nieuws

Deens po aantrekkelijk ondanks kostenverhoging

bouwbreed

De bouwsom voor de vaste oeververbinding over de Grote Belt in Denemarken is in de loop van 1992 verhoogd tot f.6,5 miljard gulden (prijspeil 1988). Ondanks de verhoging van f.800 miljoen kan de verwachting van het te behalen rendement voor het po gehandhaafd blijven op 12,7 procent. K:Dit schrijft de leiding van A/S Storebaeltsforbindelsen, opdrachtgever voor aanleg van de gecombineerde spoor- en autowegverbinding, in het jaarverslag over 1992. De verhoging van de bouwsom wordt grotendeels toegeschreven aan de overeenkomst die is bereikt met de MT Group, de aannemer van een 8 km lange tunnel onder de oostelijke vaargeul van de Grote Belt, een onderdeel van het po.

Bij de twee andere poonderdelen zijn Nederlandse bedrijven betrokken. Ballast Nedam neemt deel in de European Storebaelt Group, die het werk voor een gecombineerde spoor- en autoverkeersbrug ter lengte van circa 6,6 kilometer uitvoert. HBW, Hollandsche Beton- en Waterbouw, is partner in de bouwcombinatie voor aanleg van de onderbouw van de hangbrug over de oostelijke vaargeul.

De aanleiding tot verhoging van het bouwbudget vloeit voort uit de teleurstellende gang van zaken bij het boren van de spoortunnel door de aannemerscombinatie MT Group. Het betreft de reparatie van twee van de vier tunnelboormachines in verband met onderlopen van twee tunnelbuizen aan de westkant van het tunneltrace eind 1991. De twee andere waren buiten bedrijf gezien de noodzaak tot vervangen van lagers en afdichtingen van de schroeftransporteurs voor de afvoer van geboorde grond.

Opdrachtgever Storebaelt bereikte in het eerste kwartaal van het verslagjaar overeenstemming met de tunnelboorders, inhoudende dat “alles in het werk zou worden gesteld de spoortunnel tegen het einde van het jaar 1995 in bedrijf te hebben” . Het autoverkeer zal ongeveer twee jaar later van de verbinding gebruik ke maken. Einde 1992 was ongeveer 22 procent van de totale te boren lengte van 14824 meter voor de spoortunnel feitelijk geboord.

Ondanks de onrust op de Europese valutamarkten is de financiering voor het po is ook in dit verslagjaar gunstig geweest. De kosten van leningen, in verband met de netto schulden van de onderneming, bedroegen 8,2 procent. Dit bij een gemiddelde rente op Deense overheids-obligaties van 9,8 procent. Het lage kostenniveau kon worden gerealiseerd omdat opdrachtgever Storebaelt voor het afsluiten van haar internationale leningen terug kon vallen op eerdere afspraken gemaakt met de Europese Investering Bank en de Europese gemeenschap voor Kolen en Staal. Bij gevolg heeft de onderneming ke lenen tegen een rentepercentage 0,7 procentpunt liggend onder het geldende tarief op de London Interbank Market.

De verhoging van de bouwsom heeft geen invloed op het rendement van het project. Worden de kosten afgezet tegen de geraamde inkomsten, gebaseerd op de voorspellingen voor het gebruik van de verbinding door autoverkeer, dan wordt het rendement van deze wegverbinding eind 1992 op 12,7 procent ingeschat. Dat komt overeen met een periode van 16,5 jaar waarin de leningen zullen worden afgelost.

De DSB (Deense Spoorwegen) zal voor het gebruik van de spporwegverbinding jaarlijks een bedrag betalen van ongeveer f.270 miljoen (prijspeil 1991).

De financieringsbehoefte voor het Storebaelt po over 1993 wordt door de leiding van A/S Storebaeltsforbindelsen geraamd op f.1,65 miljard.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels