nieuws

Verschillende soorten wijnglazen of; de grote verwarring bij het proeven

bouwbreed

Van importeur Jacobus Boelen was er een uitnodiging voor het proeven van Mondavi-wijnen uit Riedel-glazen in De Bokkedoorns te Overveen.

Maar wat zich ondanks de vier respectabele namen als een (koppel)verkoopsstunt liet aanzien, bleek voor wijnliefhebbers niet minder dan een schokkende ervaring. De vorm van de glazen beinvloedt de smaak namelijk zozeer dat zelfs ervaren proevers erdoor in het vineuze riet werden gestuurd. Bij herhaling zelfs.

Mondavi is een van de grootste namen in de Amerikaanse (Californische) wijnwereld. Robert Mondavi stichtte zijn winery in Oakville in 1966. Daar komen zijn wijnen vandaan, die zich in faam, kwaliteit en prijs ke meten met ’s werelds top, onverschillig of ze uit Frankrijk, Italie of Spanje komen.

In 1979 begon hij in Woodbridge een tweede bedrijf voor de produktie van lager geprijsde ‘varietals’; van een druifsoort gemaakte ‘wijnen voor elke dag’. De twee generaties Mondavi doen behalve aan voortdurende !

liteitsbewaking en -verbetering van hun wijnen (keuze van wijngaarden, selectie van druifrassen en -klonen, tijds- en temperatuursbeheersing van de fermentatie en experimenten met houten vaten) ook zeer veel aan de opvoeding van de consumenten, door lezingen, proe verijen en bedrijfsbezoeken.

De nu 80-jarige Robert Mondavi was hier samen met zijn vrouw Margareth. Georg Riedel, vertegenwoordiger van de tiende generatie van de beroemde glazenfabrikant Riedel (anno 1756) in Kufstein-Oostenrijk, was erbij om de keuze van de glazen toe te lichten.

Het begon als een blindproeverij; zestien witte en rode wijnen voor ons op tafel in wat een allegaartje aan glazen leek.

Maar dat had een bedoeling, er lag zelfs raffinement aan ten grondslag. Wij proefden per ‘flight’, series van twee tot vier wijnen. De grote verwarring brak al direct uit:velen van ons hielden een Fume (Sauvignon) Blanc voor een Chardonnay, de jaargang 1974 voor een 1986 en zelfs Californische wijnen werden voor Franse gehouden en andersom. Dat laatste was bij nader inzien niet zo verwonderlijk, omdat sinds een jaar of zes Mondavi’s oenologen minder naar de orthodoxie van de smaakkenmerken-volgenshet-boekje streven, waardoor ze zachter en minder streng overkomen. Maar “ons wijnmaken is ook nog steeds in ontwikkeling” , zei Mondavi, “hoewel de mensheid er al duizenden jaren mee bezig is, zijn we nog maar aan de oppervlakte van het probleem dat we ooit door moeten krijgen” .

Zelfs de kostelijke Cha^teau Haut Brion 1986 toonde in een te klein glas harde en onaangename tannines. Een Mondavi Cabernet Sauvignon 1986 die we ter plaatse in een kleiner glas overschonken, verloor zijn typische Cabernet Sauvignoneigenschappen, maar kreeg ze in het oorspronkelijke glas prompt weer terug. Ongelooflijk, maar in oprechtheid en starre verbazing geconstateerd.

Georg Riedel, wijnkenner par excellence, legde uit waarom.

Met de tong ke wij maar vier smaken onderscheiden:zoet aan de voorkant, zuur aan de onder- en buitenkant, zout aan de randen en bitter achterin. Zo zijn wijnen van Pinot Noir-druiven met hun hoge zuurgraad ( “geen wonder dat ze juist in de Bourgogne zo veel chaptaliseren” = suiker toevoegen aan het gistingsproces) het best gediend met grote glazen, waardoor de zure smaakelementen wat later het daarvoor geschikte smaakcentrum bereiken. Bij de witte wijnen was het niet anders; de sublieme Mondavi Chardonnay Reserve 1990 manifesteerde in een coupe-achtig glas een paar lelijke zwavelaccenten.

Die coupe was een grapje; een oud glas dat decennia geleden werd gebruikt voor zeer zoete champagne, omdat men er dan zo gemakkelijk een plakje cake in kon dopen! En de hoogst middelmatige witte wijn in een indrukwekkend baroc geslepen glas veranderde, overgeschonken in een passend glas in de geweldenaar die hij was; een zeer fraaie Pulligny Montra chet 1990. Glazen ke wijn maken en breken. Overdreven?

Wie tegen een astronomisch bedrag Luciano Pavarotti met een prop in zijn mond Rossini zou ke laten zingen, zou voor gek verklaard worden.

Maar als in een restaurant een topwijn in totaal verkeerde glazen wordt geschonken, wordt dat als normaal beschouwd. Bedoelt Georg Riedel daarmee dat er eigenlijk voor elke ‘varietal’ een passend glas zou moeten worden gebruikt?

Nee, zelfs de zakenman in hem realiseerde zich wel dat het wijndrinken met huisgenoten en vrienden dan in een baaierd van financiele en anders ruimtelijke problemen zou worden gesmoord.

Gelukkig zijn er smaakverwante wijnen. Als ideaal zag hij drie glazen per consument:een voor witte en twee voor rode, respectievelijk voor de groep Cabernet Sauvignon, Sangiovese en dergelijke en voor de groep Pinot Noir, Nebbiolo.

Nee, waar de wereldwijnconsumptie vermindert en het kwaliteitsbesef toeneemt, minder maar beter dus, is dat eigenlijk niet overdreven. En wie morgen zijn landwijn niet meer uit een limonadebekertje, maar uit een redelijk glas drinkt en daarvoor meteen al met een Hoger Genieten wordt beloond, zal wel voor dit betoog voelen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels