nieuws

Techniek en taal

bouwbreed

Mensen met een uitgesproken aanleg voor techniek hebben doorgaans niet zon goed taalgevoel. Andersom zijn zij die een echte alfa-opleiding hebben genoten, niet zo best in technische dingen en hebben zij de grootste moeit met wiskunde. Toch zijn er wel van die alles-kunners; die halen met gemiddeld een acht een middelbare schoolopleiding in zowel de exacte vakken als in moderne talen.

Gaan ze zich echter specialiseren, dan wordt meestal een van beide kanten van hun veelzijdigeheid naar de achtergrond gedrongen. De hulp van mensen die zich op dat terrein wel hebben gespecialiseerd ke ze dan ondanks hun aanleg niet missen.

Dat dit zo is bleek onlangs weer eens uit de constatering van de Raad van Arbitrage, die om een uitspraak werd gevraagd in een aanbestedingsgeschil. Een aannemerscombinatie beklaagde zich voor de raad, dat zij als laagste inschrijfster niet het aanbestede werk had gekregen. De aanbestedende Rijkswaterstaat was namelijk van oordeel, dat een der combinanten (de term is van de raad, die het volgens Van Dale niet tot de Nederlandse woordenschat behorende woord maar moet aanmelden bij de redactie van dit gezaghebbende woordenboek) niet voldeed aan de in het bestek opgenomen ervaringseis.

Die luidde als volgt: “..beschikken over ervaring met het uitvoeren van werken op en langs voor het verkeer opengestelde auto(snel)wegen” .

De bedoeling van de Waterstaters was, zo lichtten zij ter zitting toe, de ervaringseis afzonderlijk te omschrijven, niet ge koppeld aan referentiewerken.

Vroeger deed men dat wel, maar dat werd door hen als te beperkend ervaren. Het bezwaar van de Waterstaat spitste zich toe op een van de combinanten. De andere voldeed wel aan alle eisen en criteria.

De afgekeurde combinant zei wel zelf over voldoende ervaring, zoals geeist, te beschikken. Bovendien kon hij beschikken over een volle 100%dochteronderneming, die hij bij het werk kon inschakelen en over wier ervaring hij kon beschikken. De referentiewerken, waarnaar hij kon verwijzen waren ook niet mis:aan de autosnelwegen A1 (Amsterdam-Almelo) en A58 (Bergen op Zoom-Vlissingen) was door hem het asfalt verwerkt. En ook de Waterstaat kon niet ontkennen dat het asfalteren van die wegen werkzaamheden waren zoals in de ervaringseis was opgenomen.

Maar…, zeiden de technische heren:wij vinden, dat aan die ervaringseis alleen wordt voldaan als er sprake is van ‘werken’ en niet alleen van werkzaamheden. Die ‘werken’ moe ten dan door de inschrijver als zelfstandige eenheid zijn uitgevoerd, zowel in organisatorisch als in financieel en technisch opzicht. Werkzaamheden, zoals die door de afgewezen combinant waren uitgevoerd door middel van inhuur van materieel en personeel konden daarom formeel niet worden meegewogen. Zij konden echter niet ontkennen dat die inhuur op een zodanige wijze had plaatsgehad, dat de werkzaamheden door de ploeg van de betrokken combinant als een zelfstandige eenheid werden uitgevoerd. Naar het oordeel van de arbiters van de raad kon Rijkswaterstaat ook niet staande houden dat alleen ‘werken’ als geheel maatgevend konden zijn voor de vereiste ervaring. Ook het uitvoeren van delen van werken of werkzaamheden die behoren tot een (groter) werk, ke best leiden tot voldoende ervaring in de zin van de bestekseis. Met de daarin gekozen formulering maakte de raad dan ook korte metten. De bedoeling van de opstellers van die ervaringseis was bepaald niet in de redactie daarvan te vinden. Nee, erger nog:de door de Rijkswaterstaat gegeven uitleg van de ervaringseis was moeilijk te rijmen met de ratio van het afzonderen van de ervaringseis, namelijk het niet te beperkend formuleren van die eis. Om het in gewoon Hollands te vertalen:omdat Rijkswaterstaat vond dat de oude ervaringseis, waarbij die eis werd gekoppeld aan referentiewerken als te beperkend werd ervaren, wilde men haar ruimer formuleren. Dat betekende dan dat men eerder aan de ervaringseis kon voldoen.

“Ervaring met het uitvoeren van werken” gaat immers veel minder ver dan het moeten aantonen dat men zelfstandig werken tot stand heeft gebracht. Het verhaal van Rijkswaterstaat voor de raad leidde er dus toe, dat het de bedoeling van de nieuwe ervaringseis was om die te versoepelen.

Maar dat stond weer haaks op het motief om de combinant af te wijzen, omdat hij niet als zelfstandige eenheid een werk tot stand had gebracht. De (technische?) verantwoordelijke man van Waterstaat, die de combinant afwees, kon kennelijk de (verruimde) ervaringseis in het bestek niet lezen, zoals die er taalkundig stond.

Enig overleg met de opsteller van de nieuwe ervaringseis zou de afwijzing in de verloren procedure hebben voorkomen.

Geen wonder, dat in deze procedure Rijkswaterstaat het onderspit moest delven en de afgewezen combinant in het gelijk werd gesteld.

BR 1992 p. 793 MR. MATH VERSTEGEN

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels