nieuws

Drie ontwerpen voor de Duitse Bondsdag

bouwbreed

Vorige week vrijdag werd in de Berlijnse Reichstag de uitslag bekend gemaakt van de prijsvraag voor herhuisvesting van de Bondsdag aan de Spreebogen. In de zowel monumentale als geschonden Rijksdag moesten deelnemers aan de prijsvraag een aanzienlijk groter programma van eisen vorm geven. De prijsvraag stond open voor Duitse architecten en wat uitgenodigde buitenlanders.

De jury, onder leiding van Karljosef Schattner, kon geen keus maken voor een eerste prijs. Zij plaatste de ontwerpen van Sir Norman Foster, Santiago Calatrava en Pi de Bruyn met een eerste prijs van DM120000 per ontwerper naast elkaar. Daarmee is een ingelaste tweede prijsvraagronde noodzakelijk geworden.

De prijsvraag voor de herhuisvesting van de Bondsdag in Berlijn was uitgesproken moeilijk door het uitgebreide programma van eisen en het daarvoor (te) kleine bouwvolume van de Rijksdag (zie Cobouw van dinsdag). Terwijl er voor de gelijktijdig georganiseerde -internationale- stedebouwkundige prijsvraag voor het gebied Spreebogen 853 ontwerpen uit 54 landen binnen kwamen, scoorde de Rijksdag slechts 80 ontwerpen.

De Finse architect Juha Leiviska viel in de eerste beoordelingsronde af, Jean Nouvel, Helmut Jahn en Jiri Suchomel deelden dat lot in de tweede ronde met onder meer prof. Gottfried Bohm (van de geheime opdracht voor koepelherstel, zie Cobouw van dinsdag) en prof. dr. Wilhelm Kuckler.

Tweede prijzen van DM 120000 gingen naar Von Gerkan, Schweger en Gesine Weinmiller. Onder de elf aankopen a` DM65000 vielen de winnaar van de stedebouwkundige prijsvraag Axel Schultes, en het spraakmakende Coop Himmelb(l)au uit Wenen op.

Ontwerp Sir Norman De vooraanstaande Britse architect Sir Norman, zoals The Times Norman Foster noemde, kwam met een spectaculair ontwerp. Hij ontwikkelde een gigantisch transparant dak op vijftig meter hoogte, boven het ruim dertig meter hoge bestaande gebouw, met een royaal overdekte plaza voor en naast het gebouw. Dit dak rust op 25 slanke kolommen op een stramien van 40 x 50 meter, waarvan er een in het water van de Spree moet staan.

Het gehavende monument zou daarmee tegen de ergste weersinvloeden zijn beschermd.

Maar die bescherming lijkt nogal oppervlakkig:binnen de gevelschil en plaatselijke hoektorens wordt de oude Rijksdag, met authentiek materiaal uit zowel 1898 als uit de jaren zestig, rucksichtslos geloscht door totale afbraak van het binnenwerk.

Centraal in deze open binnenruimte staan vier kolommen, waartussen een ronde plenaire zaal wordt gedacht met een flauw gebolde koepel ter hoogte van het bestaande dak. De zaal heeft twee verdiepingen:de eigenlijke vergaderzaal met boven de bondsdagleden een fors ringvormig balkon voor het publiek. Deze tribune is bereikbaar via een hellingbaan rond de zaal.

Hoewel de hele verdere binnenruimte op een heldere wijze nieuw kan worden ingedeeld, slechts rekening houdend met de bestaande gevel, is het de vraag of Foster het hele pve hier in onder kan brengen.

Wel ontstaat uitbreiding van het vloeroppervlak door het verhoogde plateau onder het royale nieuwe dak.

Het plateau op de hoogte van de hoofdvloer van het oude gebouw eindigt met een monumentale trap aan de voorzijde, ingesloten tussen hellingen die het voorrijden van autos mogelijk maken.

De jury concludeerde:Het ontwerp weerspiegelt de opvatting van de ontwerper die de herinnering aan het verleden wil bewaren en gelijktijdig de verwachting voor de toekomst opent. Hier wordt het nieuwe Duitsland temidden van een vernieuwend Europa gesignaleerd. Het concept is helder en briljant vanuit zowel interlectueel als estetisch oogpunt. Het geeft een trefpunt voor parlementariers en het grote publiek. Dit stelt het Reichs–tag-gebouw in een lange reeks democratische instituten die begon met het Parthenon, waar men de democratie kan zien functioneren.

Ontwerp Calatrava Bij de vroegste berichten over een eerste prijs voor Pi de Bruijn in Berlijn raakte ik even gefascineerd door het Nederlandse succes. Een collega hielp met er snel vanaf: “Het moet toch fantastisch zijn om een origineel werk van Calatrava te realiseren in Berlijn” was ongeveer zijn reactie. Eigenlijk leek hij er gelijk in te hebben en vroeg ik me alleen af wat je daar dan van mocht verwachten. Zon spectaculaire constructie zoals zijn Zwitserse station moet natuurlijk fantastisch zijn, maar hoe werkt dat binnen een bestaande gebouw?

Welnu, ook Calatrava sloopt ongeveer net zoveel als Foster. Zijn plenaire zaal ligt ongeveer op dezelfde plaats en blijkt voor de publieke tribune een verdieping hoger nog wat meer ruimte nodig te hebben doordat de vide aanzienlijk groter lijkt.

Evenals bij Foster ligt er ondanks de beperkte inhoud van het oude gebouw nogal wat foyerachtige ruimte om de min of meer ronde zaal.

Calatrava ontwikkelde een aanzienlijk hogere koepel dan de oorspronkelijke van voor 1933 en voorziet die ook nog eens van vier aansluitende lichtdaken die vergelijkbaar zijn met staal/glasconstructies boven passages. Vanaf het straatniveau zal dat allemaal nauwelijks opvallen en ziet men op grotere afstand van de Platz der Republik voornamelijk de koepel. Binnen het gebouw is er een spectaculaire staalconstructie aan toegevoegd die evenals het dak van Foster een hoogstandje van constructief vernuft genoemd mag worden.

De jury concludeerde:Het ontwerp is een inteligent en elegant antwoord op de gestelde opgave. De organisatie harmonieert met een architectonische en stedebouwkundige kwaliteit van de hoogste rang. Niet alleen de gebruikswaarde, maar ook de levenskwaliteit en het gemoed worden aangesproken.

Ontwerp De Bruijn Pi de Bruijn is van mening dat het programma van eisen veel te groot is voor het bestaande bouwvolume. Evenals Foster koos hij voor een ruim plateau, nu echter voor de Rijksdag, op de Platz der Republik. Daarnaast is De Bruijn van mening, dat het omgaan met het huidige gebouw meer behoud vraagt dan alleen de schil.

Hij handhaaft dan ook veel van het oorspronkelijke gebouw uit 1898, voorzover dat nu voorhanden is -authentiek of gereconstrueerd- en wil ook de weliswaar niet altijd even fraaie maar binnen de schaartste van de jaren zestig respectvolle verbouwing als onderdeel van de geschiedenis van de Rijksdag bewaren. Om die geschiedenis nog wat te accentueren, heeft De Bruijn de ruimte van de centraal gesitueerde plenaire zaal vrijgemaakt met een centrale binnenplaats, geflankeerd door twee bestaande lichthoven. Daarmee tracht hij op zachte wijze het gebouw geschikt te maken voor het toekomstig gebruik en met de centrale binnenplaats te verwijzen naar de geschiedenis van het gebouw, van gebruik door Hitler, de brand en opvolgende procesvoering tot en met de karige renovatie uit de jaren zestig.

Daarmee ontbreekt er ruimte voor een plenaire zaal. De Bruijn heeft deze eenvoudig naar buiten gebracht en links voor de monumentale voorgevel gesitueerd als een schaalvormig bouwlichaam dat tendele in het plateau is opgenomen. Omdat ook daarmee voldoende vierkante meters bruikbaar vloeroppervlak ontbreken, heeft Pi de Bruijn over de hele lengte van plateau voor de Rijksdag en de diepte van het oude gebouw zelf een langgerekt bouwvolume terzijde ontworpen. Ter plaatse van het voorplein is dit bouwvolume deels open gehouden.

In tegenstelling tot de vorig jaar ingebruik genomen transparante plenaire zaal in Bonn van Gunther Benish, is de zaal van De Bruijn aansluitend op zijn Haagse plenaire zaal vrijwel gesloten op een smalle strook daklicht na.

De jury zei over deze inzending:Het ontwerp is een inteligent en elegant antwoord op de gestelde opgave. Organisatorisch stemt het overeen met de architectonisch ruimtelijke en stedebouwkundige kwaliteit van de hoogste rang. Niet alleen het praktische gebruik, maar in het bijzonder de levenskwaliteit en het gemoed worden bevestigd.

Drie mogelijkheden Daarmee worden drie mogelijkheden geboden, waarvoor de ontwerpers de plannen nu verder uitwerken. Uit de eerste reacties lijkt vooral het ontwerp van Norman Foster veel waardering te krijgen.

Het vormt een hedendaagse toevoeging aan een nationaal monument die als laattwintigste-eeuws kan worden gekarakteriseerd. Daarin is het ontwerp uniek, al heb ik niets gezien van de 77 overige ontwerpen. Maar binnen de gebouwschil wordt hardhandig met monumentaal geachte waarden afgerekend. Juryvoorzitter Karljosef Schattner, een architect die als geen andere Duitse collega ervaring heeft in respectvol toevoegen van nieuwe bouwvolumen aan de historische bebouwing van Eichstatt, vroeg om een behoedzame restauratie/renovatie, waarin zowel de oorspronkelijke waarden als de toegevoegde elementen aan het interieur van de jaren zestig zo optimaal mogelijk behouden zouden blijven. Daar lijkt Sir Norman even niet aan gedacht te hebben. In de Duitse vakwereld maar ook onder politicie heeft bijna vijftig jaar lang een diep ingewortelde afkeer bestaan tegen de gigantomanie van bouwplannen onder Hitler.

Dat leidde bijvoorbeeld bij de nieuwbouw van de Neue Staatsgalerie in Stuttgart tot heftige discussie rond Stirlings ontwerp.

De naaste toekomst moet uitwijzen in hoeverre het overmaatse baldakijn en de wel erg hoge en brede trap naar het plateau tegen het plan zullen uitpakken. Het verkleind wellicht het toch royale bouwvolume van het oude gebouw dat hier als een Egyptisch tempteltje aan de rand van Central Park in New York in een museumzaal is geplaatst, en herinnert op andere wijze aan een glazen paviljoen van Ludwig Mies van der Rohe voor de Neue National Galerie enkele kilometers verderop aan het Kulturforum.

Realiteitswaarde De hooggespannen verwachtingen ten aanzien van Santiago Calatrava zijn niet geheel uitgekomen, konden dat ook nauwelijks. Natuurlijk is een ingevoegde koepel spectaculair en van binnenuit zeer interessant, al zullen de breedhoeklenzen van tv-cameras er weinig van laten zien.

Dat vormt overigens een apart probleem bij belichting voor de tv dat technische opgelost moet worden:de parlementariers zitten in beide ontwerpen deels onder het balkon, bij Foster overigens meer dan bij Calatrava.

Een in dit stadium voor outsiders moeilijk in te schatten probleem vormt het gedicteerde vloeroppervlak. Het is de vraag of de royale ruimtelijke setting van de plenaire zaal niet veel te veel vloeroppervlak nodig heeft, waardoor het verdere pve de mist in gaat.

Tenslotte kan de discussie opnieuw ontbranden of de Rijksdag een koepel terug mag krijgen voor de Bondsdag. Daar moeten omvangrijke dossiers over bestaan; conservatieve monumentbewaarders krijgen van Calatrava in ieder geval een koepel terug, die zelfs rijziger lijkt dan de oude en wellicht beter aansluit op intenties van de eerste ontwerpen van de architect Paul Wallot.

Vanuit de beperkte informatie die ons uit Berlijn bereikte lijkt het me niet voorbarig om te stellen dat er nog even een flinke nieuwbouw toegevoegd moet worden aan dit ontwerp waardoor Calatrava dan wellicht toch nog met een spannender architectuur-constructie kan komen dan de nu wat binnenshuis gehouden uitbundig constructie van daken voor ruimte rond de zaal en voor de koepel in het midden.

Pi de Bruijn Het is even wennen dat De Bruijn opeens als succesvol architect opereert op een internationaal niveau tussen (volgens anderen na) Foster en Calatrava. Maar de ervaring van de uitbreiding voor de Tweede Kamer in Den Haag is onmiskenbaar ingezet. Ook hier heeft Pi de Bruijn in eerste instantie een bijna ‘ontoelaatbare toevoeging bedacht, nu van een nieuw langgerekt bouwvolume terzijde van Rijksdag en verhoogd plateau er voor:dat was precies wat hij aanvankelijk in Den Haag voorstelde, daar met gedeeltelijke sloop van een bestaand monument in Nederlandse neo-renaissance met een nostalgisch doorkijkje op een torentje, omlijst door nieuwbouw.

Maar Duitsers staan bekend om hun Grundtlichkeit en zullen de komende weken bij het verder doorlichten van de plannen wel aangeven wie te weinig vloeroppervlak ontwierp en zonodig wie teveel tekende.

Het bestaane gebouw heeft overigens een netto vloeroppervlak van 17000 m2 terwijl nu 60000 m2 werd gevraagd. Daarbij moet men zich wel realiseren dat het bestaande netto vloeroppervlak een kwart van het totale oppervlak vormt. Om dat nog even enige schaal te geven:de Tweede Kamer bevat 25000 m2 aan nieuwbouw en bestaande gebouwen.

Het ontwerp van Pi de Bruijn herinnert niet alleen aan zijn Haagse voorstudies en gerealiseerde plan. Herinneringen komen naar boven die varieren van Oscar Niemeijers Brasilia tot het prijsvraagplan van Benthem en Crouwel voor de uitbreiding van het dorpse raadhuis van Berlage in Usquart.

Het is de vraag of het hier ontworpen zaalvolume zich goed verhoudt tot het bestaande gebouw en het samenspel met de nieuwe strook. Daarbij is ook hier een wat ruime opzet van het verhoogde plateau en nieuwbouw op z’n minst karakteristiek voor het ontwerp.

De ideologische omgang met het bestaande gebouw vereenvoudigt de discussi er over waarschijnlijk niet in Berlijn. Maar het strookt aardig met de uitspraak van Karljosef Schattner inzake de behoedzame aanpak en het behoud van geschiedkundige fragmenten binnen dit monument. De vraag is slechts waar kent men een grotere waarde aan toe:zich behelpen in een monument met beperkt volume, er wat vrijer mee omgaan met aanvullende nieuwbouw en de vraag of de Bondsdag er inderdaad geen probleem mee heeft terug te keren op exact dezelfde plaats als de Reichstag.

Stedebouwkundig geeft het bekroonde stedebouwkundige ontwerp uit de parallele prijsvraag voor de omgeving waarschijnlijk voldoende flexibiliteit om zowel het ontwerp van Calatrava als De Bruijn eenvoudig in te passen; met Fosters plan is dat wellicht iets problematischer.

De Berlijnse burgemeester toonde zich uitermate ingenomen met het feit dat een Duits architect de stedebouwkundige prijsvraag won; voor de Rijksdag zal hij even geslikt moeten hebben met drie buitenlandse eerste prijzen. Opvallend was verder dat de beide prijsvragen op de ochtend van de openbaarmaking al in de plaatslijke pers waren uitgelekt, met fotos!

Deze zomer worden de nader uitgewerkte plannen in tweede ronde verwacht, zodat nog dit jaar de beslissing kan vallen welk ontwerp gerealiseerd wordt. Met de bouw wil men kort daarop aanvangen, maar of het allemaal voor het eind van deze eeuw lukt is een vraag.

Maquette van het ontwerp van Norman Foster met een baldakijn gelijkend dak hoog boven en terzijde van het Rijksdaggebouw op een verhoogd podium met monumentale trap tussen hellingbanen aan de voorzijde.

Plattegrond van het ontwerp van Norman Foster met een ‘ontkernd’ monument waarin een ronde plenaire zaal royaal in de ruimte van foyers is gesitueerd met de vier stalen kolommen in het oude gebouw voor het baldakijn.

Santiago Calatrava voegt feitelijk weinig toe aan het bestaande bouwvolume van de Rijksdag:alleen een koepel en over beide assen een lichtkap, zoals men die boven passages aantreft.

Een doorsnede over het gebouw met de staalconstructie van de koepel boven de plenaire zaal.

Het ontwerp van Pi de Bruijn met op een verhoogd plateau voor het oude gebouw de schotelvormige plenaire zaal en terzijde een langgerekte nieuwbouw met openingen naar de omgeving.

Jaap, dit artikeltje (sic, wp) is voor Weekuit 3 van komende vrijdag. w.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels