nieuws

Overheid voert onjuist grondstoffenbeleid

bouwbreed Premium

Het Structuurschema Oppervlaktedelfstoffen geeft te weinig vorm aan de verantwoordelijkheid van het rijk om de primaire grondstoffen die de Nederlandse bouw nodig heeft tijdig en in voldoende mate winbaar te maken.

De voorgestelde heffing op deze grondstoffen van f. 2 per ton is onaanvaardbaar.

Dat schrijft het AVBB in een brief aan de ministers MaijWeggen, Alders, Andriessen en Kok.

De Nederlandse bouwnijverheid heeft jaarlijks ruim 120 miljoen ton aan primaire grondstoffen nodig. Het Structuurschema stelt de provincies volgens het AVBB te weinig taken in het vooruitzicht.

Daarbij besteedt het niet voldoende aandacht aan de inzet van maatregelen die de Ontgrondingswet mogelijk maakt waarmee de landelijke behoefte aan oppervlaktedelfstoffen tijdig is verzekerd.

De heffing van f. 2 per ton levert een gering milieurendement op, maar brengt wel vergaande macro-economische gevolgen teweeg. Er ontstaat volgens het AVBB een nodeloze lastenverhoging voor alle betrokkenen in de bouw. Het jaarlijkse bedrag beloopt f. 200 tot f. 250 miljoen. Dat komt overeen met 0,5 procent van de omzet in de bouw. Afhankelijk van het soort oppervlaktedelfstof brengt de heffing een prijsverhoging van 10 tot 20 procent teweeg. Als gevolg daarvan stijgt de prijs van bouwprodukten aanzienlijk.

Het AVBB stelt dat deze heffing bovenop andere recente lastenverhogingen komt. Te denken valt hier aan de verbruiksbelasting op Milieugrondslag. Dat zou in strijd zijn met het streven van de overheid naar een verlichting van de collectieve lastendruk en zal nadelige gevolgen met zich meebrengen voor de planning en financiering van overheidsinvesteringen in de volkshuisvesting en de infrastructuur, op het bouwvolume en de werkgelegenheid.

Overheid en bedrijfsleven spraken in het Implementatieplan Bouw en Sloopafval en de Beleidsverklaring Milieutaakstellingen Bouw 1995 af een gezamenlijke en samenhangende strategie uit te werken voor het gebruik van grondstoffen in de bouw.

Onjuiste handelwijze

Deze verdragen maken volgens het AVBB geen melding van heffingen op primaire grondstoffen. De belangenorganisatie zegt het niet juist te vinden dat na de ondertekening van de documenten een nieuwe maatregel wordt voorgesteld. Zelfs het meest ambitieuze plan vergt de jaarlijkse inzet van minstens 100 miljoen ton primaire grondstoffen. De voorgestelde heffing oefent hier geen enkele invloed op uit en levert om die reden geen rendement voor het milieu op.

Het AVBB noemt de opzet van de heffing niet logisch en onvoldoende doordacht. De heffing maakt geen onderscheid naar soorten primaire grondstof. Op alle grondstoffen komt de heffing van f. 2 per ton. Hier wordt voorbijgegaan aan de eventuele schaarste en de milieu- en prijsaspecten van de diverse soorten primaire grondstoffen. Het overgrote deel van de heffingen zal naar de algemene middelen gaan en wordt niet gebruikt voor de verbetering van de milieuprestaties in de bouw.

Reageer op dit artikel