nieuws

Israelische investeerder wil samenwerken met Palestijnen

bouwbreed

De Israelische Koor Industries willen een gezamenlijke onderneming opzetten met een groep Palestijnse investeerders. Deze groep wordt geleid door J. Ghossein, hoofd van het Palestijns Nationale Fonds en lid van de Palestijnse Nationale Raad. Het gezamenlijk bedrijf zal investeren in onder meer infrastructurele poen op de West Bank en de Gazastrook. Andere deelnemers zijn de Spaanse investeringsbank Banesto en het Marokkaanse conglomeraat Omnium Nord Africain. De toekomstige Palestijnse regering zal eveneens deelnemen.

Elke deelnemer zal zo’n f. 30 miljoen aan het werkkapitaal bijdragen. Binnen een jaar wil het fonds ruim f. 200 tot f. 300 miljoen verwerven op de aandelenbeurs van New York. Dit geld gaat onder meer op aan de bouw van een cementfabriek op de West Bank. Volgens Koor geniet het po de goedkeuring van de Israelische eerste minister Y. Rabin. Het Israelische bedrijf zal een minderheidspositie innemen. De te vormen houdermaatschappij krijgt naar wordt verwacht een Palestijnse president, die de voorkeur zal geven aan projecten die de Palestijnse regering zal voorstellen.

Hulpgelden

Ghossein maakt zich tevens sterk voor de instelling van een kantoor dat de internationale financiele hulp voor de Palestijnen beheert. Dit kantoor maakt het de Palestijnse interimregering mogelijk deze gelden te ontvangen. Bij elkaar zou het in totaal om zo’n f. 1,2 miljard gaan. Het bedrag maakt deel uit van de f. 5 miljard steun uit het externe financieringsprogramma waarop het interimbestuur tot aan 1999 aanspraak kan maken.

Voor het beheer van het kantoor tekenen leden van de PLO en Palestijnen uit de bezette gebieden. Als vestigingsplaats wordt naar verwacht Jericho gekozen. Het kantoor zal verantwoordelijk zijn voor de ontwikkelingen in de Gazastrook en op de West Bank. Het bestuur verdeelt de hulpgelden en leningen. Heffingen en andere inkomsten vallen onder het beheer van een apart en nog op te richten kantoor. Volgens Ghossein heeft Israel geen enkele invloed op de gang van zaken.

De Wereldbank zal voor de West Bank en de Gazastrook een eenmalig bedrag van f. 800 miljoen aan noodhulp beschikbaar stellen en jaarlijks tot aan 1998 nog eens f. 550 miljoen uitbetalen. De Wereldbank rekent erop dat de donorlanden deze bedragen zullen verhogen. Deze gelden zullen onder de verantwoordelijkheid komen van het Palestijnse Noodfonds voor Ontwikkeling en Reconstructie. De Wereldbank zal het fonds f. 170 miljoen verstrekken voor technische assistentie en voor voorbereidende haalbaarheidsstudies voor investeringsplannen. Het bankbestuur moet verder goedkeuring geven aan een lening van f. 100 miljoen van de Internationale Ontwikkelings Associatie.

Bouw

Eind dit jaar kan het Palestijnse interimbestuur ruim f. 70 miljoen hulpgelden van de Europese Commissie tegemoet zien. Deze middelen gaan op aan de bouw van scholen, universiteiten, poliklinieken en ziekenhuizen in de bezette gebieden. Naar verluidt zou de EC overwegen de toegezegde steun te verhogen tot ruim f. 108 miljoen. Voor de periode 1994-1998 overweegt de Europese Commissie voor de West Bank en de Gazastrook f. 1,2 miljard beschikbaar te stellen. De helft van dit bedrag komt uit het budget van de gemeenschap, terwijl de andere helft via langlopende leningen van de Europese Investerings Bank moet vrijkomen. Het geld dient bij voorkeur op te gaan aan reeds lopende projecten. Te denken valt aan huisvesting en aan de renovatie van de riolering. De middelen moeten ook tot een verbetering van de infrastructuur leiden.

Palestijnse zakenlieden uit de Gazastrook hebben eerder meegedeeld enkele poen uit te voeren in samenwerking met Egyptische aannemers, banken en industriele bedrijven. Onderhandelaars uit Gaza vergaderden eerder over dit onderwerp in Cairo. Het overleg resulteerde onder meer in de vorming van een EgyptischPalestijns aannemingsbedrijf en een -bank. Tot de te realiseren poen behoort onder meer een vijfsterrenhotel en een textielfabriek.

Kanaal

Italie zegde eerder steun ter waarde van f. 240 miljoen toe voor de economische ontwikkeling op de West Bank en in de Gazastrook. Volgens de Italiaanse minister van buitenlandse zaken L. Fincato is het aan de Palestijnen te bepalen waaraan ze het geld willen uitgeven. Fincato liet verder weten dat Italie overweegt geld beschikbaar te stellen voor een haalbaarheidsstudie inzake de aanleg van een kanaal tussen de Rode- en de Dode Zee. Wil het evenwel zover komen dan dient onder andere Egypte dit voorstel goed te keuren.

KADER

De Wereldbank deed eerder een oproep voor het aantrekken van investeringen in de openbare sector van de bezette Palestijnse gebieden. De bank meldde uitdrukkelijk dat het hierbij om investeringen gaat die het particuliere initiatief ondersteunen en niet vervangen.

De kosten voor poen voor de middellange termijn belopen om en nabij f. 2,7 miljard. Deze periode omvat de jaren 19941998. De werken moeten voorzien in de renovatie en het onderhoud van de plaatselijke infrastructuur en diensten. Projecten voor de lange termijn vergen een uitgave van zo’n f. 3,2 miljard.

Hier voorzien de werken onder meer in uitbreidingen van het hoofdwegennet. De Wereldbank schat dat uitvoering van de poen voor de middellange termijn in de bouwsector ruim 70000 arbeidsjaren oplevert. In vijf opeenvolgende jaren betekent dit ruim 14000 volledige banen in de bouwnijverheid.

KADER

De Palestijnen ke bij elkaar zo’n f. 2 miljard tegemoet zien. Dat is het resultaat van de zogeheten donorconferentie, die in Washington heeft plaatsgevonden. Hoeveel men precies in handen krijgt blijft vooralsnog onduidelijk omdat sommige donoren pas na het verkrijgen van officiele toestemming een aanbod ke doen.

De EG stelt f. 1,2 miljard beschikbaar via nieuwe fondsen van de Europese Commissie en de Europese Investerings Bank. Italie zal in vijf jaar tijd ruim f. 240 miljoen betalen. Spanje verhoogt de jaarlijkse contributie met zo’n f. 20 miljoen. Groot-Brittannie denkt grootschalige technische assistentie te ke verlenen en overweegt voor het Midden-Oosten een variant van het Britse Kennisfonds op te richten.

Oostenrijk zegde f. 33,8 miljoen toe, Zwitserland f. 48 miljoen en Finland f. 14 miljoen. Turkije stelde f. 4 miljoen en technische assistentie beschikbaar. De Turkse Eximbank bestudeert plannen omtrent exportkredieten ter waarde van f. 100 miljoen. De Verenigde Staten zullen f. 1 miljard geven, waarvan de helft in schenkingen. Japan betaalt in de komende twee jaar f. 400 miljoen. Saoedi-Arabie geeft in 1994 f. 200 miljoen en beloofde verdere steun uit het Saoedische Fonds voor Ontwikkeling. De Verenigde Arabische Emiraten zegden eveneens financiele steun toe ter waarde van een nog onbekend bedrag. China levert technische hulp en arbeidsassistentie. Indonesie stelde f. 1 miljoen en technische assistentie in het vooruitzicht.

Maleisie geeft een nog onbekend bedrag. De Wereldbank verstrekt f. 100 miljoen via een concessionaire lening van de Internationale Ontwikkelings Associatie. Dit geld is hoofdzakelijk voor de Gazastrook bedoeld. Via het Trust Fund betaalt de Wereldbank f. 70 miljoen ter voorbereiding van investeringspoen. Via het Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties komt tussen 1994 en 1998 f. 500 miljoen vrij.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels