nieuws

‘De discussie wordt helemaal verengd tot de vraag …

bouwbreed

‘De discussie wordt helemaal verengd tot de vraag of de spoorlijn onder of boven de grond moet lopen. Maar het doel was toch niet dat we een nieuwe spoorlijn gingen aanleggen? De vraag was hoe we de achterdeur van de Rotterdamse haven konden verbreden.’ Ir. W. ter Hart van de Vereniging Nederlandse Scheepsbouw Industrie meent in nummer 39 van Onderneming dat dertig moderne containerschepen en snelle laad- en losplaatsen de hele Betuwelijn overbodig maken. De reders dienen in dat geval wel het aanvullende transport te regelen. Dat vereist samenwerking met wegvervoerders en een goede logistiek zodat de opdrachtgever niet zelf een belangrijk deel van het aanvullende vervoer moet regelen.

Daarbij brengt de Betuwelijn volgens Ter Hart het voortbestaan van de werven voor binnenvaartschepen in gevaar.

‘De aanleg van een weg kan ertoe leiden dat een ondernemer financiele schade lijdt. Als een ondernemer wist van de plannen om die weg aan te leggen omdat het in een bestemmingsplan staat komt deze schade voor zijn rekening.’

Nummer 24 van De Werkgever meldt dat de afdeling Geschillen van Bestuur van de Raad van State heeft bepaald dat dit gegeven in bijzondere gevallen niet geldt. Het ging hierbij om een tuinder die in 1978 na de overname van de tuinderij een bedrijfswoning bouwde. Drie jaar later stelde de gemeenteraad een bestemmingsplan vast voor de aanleg van een weg. De Kroon keurde dit plan in 1986 goed. Anderhalf jaar nadien vroeg de tuinder de gemeenteraad om vergoeding van planschade maar vond geen gehoor. De tuinder had op de hoogte ke zijn van de plannen. De Raad van State concludeerde dat de tuinder de woning niet ergens anders had ke bouwen. Bovendien stond de aanleg van de weg op dat moment niet vast.

Tevens waren met de overname bijzondere omstandigheden in het geding. De afdeling Geschillen van Bestruur gaf de tuinder gelijk maar liet zich niet uit over de hoogte van de schadevergoeding.

‘Duurzaam bouwen is in Nederland geen onderdeel van onze manier van denken.’ Directeur A. Bhalotra van het stedebouwkundige bureau Kuiper Compagnons stelt in Het Experiment Extra dat het duurzame bouwen teveel blijft hangen in controlelijsten die zeggen dat kalkzandsteen beter voor het milieu is dan beton. In zijn visie komt techniek evenwel op de tweede plaats.

Duurzaam bouwen begint met een degelijke filosofische basis. Bhalotra zegt te streven naar een integratie van cultuur en natuur en van modernisme en surrealisme. Technieken die duurzaam bouwen mogelijk maken bestaan volgens hem al sinds jaar en dag. Die worden echter niet gebruikt omdat iedereen vindt dat men iets nieuws moet verzinnen. De bouwpraktijk van ontwikkelingslanden kan in dat opzicht een nieuwe visie opleveren omdat daar een grotere noodzaak bestaat voor besparende maatregelen. Hier ontbreekt die noodzaak waardoor creativiteit en inventiviteit achterblijven.

‘Doorstrijken geldt in Nederland in het algemeen als een inferieure manier van voegafwerking die je bijvoorbeeld toepast voor metselwerk dat niet in het zicht komt.’ De in Canada wonende Nederlander N. Klaver meldt in nummer 5 van Bouwen nu dat het Nederlandse voegwerk beduidend slechter is dan het Canadese.

In Canada voegt een metselaar zelf. Het voegwerk wordt meestal per laag gestreken waarna de voeg wordt geborsteld en nog een keer nagestreken. De voegen die op die manier ontstaan gaan volgens Klaver zeker vijftig jaar mee.

Naar zijn mening is deze werkwijze ook goedkoper en beter voor het milieu. Per jaar krabt een metselaar zon twee kubieke meter specie uit. Dat vergt ruim 45 uur wat neerkomt op ongeveer f. 2000 en veel afval.

Verdeeld over de 15000 Nederlandse metselaars een totaalbedrag van om en nabij f. 30 miljoen. De aanmaak en verwerking van ruim 30000 kubieke meter specie kost nog eens f. 30 miljoen. Volgens Klaver blijven de totale kosten van doorstrijken beduidend onder deze uitgaven.

‘De aandacht voor de periferie van de stad is de laatste jaren sterk gegroeid. Dit is minder verbazingwekkend dan op het eerste egzicht lijkt. De periferie die gedurende de laatste veertig jaar tot stand is gekomen maakt immers inmiddels het grootste deel van de hedendaagse stad uit.’ Volgens nummer 11 van de Architect geldt de peroferie als een gebied met een groot gebrek aan voorzieningen, groen, collectieve ruimten en stedelijke kwaliteit. In het verlengde hiervan wordt de periferie vaak voorgesteld als een falen of fout van de hedendaagse stad waarvoor stedenbouwkundigen, architecten, bestuurders en ontwikkelaars verantwoordelijk zouden zijn. De mogelijkheden om ontwikkelingen in de periferie voor te schrijven zijn evenwel gering.

Het belangrijkste probleem is dat van het gebruik van de open stedelijke ruimte, een probleem dat betrekking heeft op programmatische gegevens van economische en sociale aard. De openbare ruimte lijkt op dit moment nog de enige mogelijkheid tot sturing van de ontwikkeling te bieden.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels