nieuws

Coop Himmelblau: Weense architectonische verleiding

bouwbreed

Groningen begint te lijden aan overschatting van nieuwe tendensen in de architectuur. Het zijn veelal randverschijnselen die -naar mijn persoonlijke interpretatie- thuishoren onder wat Wim Crouwel aberraties noemde als reactie op een vaak verwaterd functionalisme. Als jonge heren sputterden Wolf D. Prix en Helmut Swiczinsky tegen Oostenrijkse middelmaat in de jaren zestig. Ze zagen daarbij voortreffelijke architectuur vanuit het functionalisme in de tijd achteloos over het hoofd, en beeldden zich in dat ‘architectuur moest branden’. Sedertdien is er wat onzin uitgekraamd en gaan publikaties als architectuur-pornografie van hand tot hand. In Groningen staan op de overzichtstentoonstellingen alleen maquettes.

In pornografie gaat het niet zo zeer om ‘goed of slecht’, maar worden zaken vaak attractiever en prikkelender voorgesteld dan reeel. In die zin verkoopt Coop Himmelblau je reinste architectuur-pornografie. De maquettes, die een werkelijk spectaculaire opstelling en belichting kregen op de verdieping van het Groninger Museum, zijn alleen in deze verleidelijke vorm geschikt om van te genieten. Het bewijs daarvan leverden de Weense architecten op de locatie waar zij komend jaar hun paviljoen voor oude beeldende kunst hopen te bouwen. Binnen het ontwerp van hoofdarchitect Alessandro Mendini mogen zij een onderdeel vorm geven in een dakpaviljoen. Maar enkele jaren geleden stond exact op deze plaats het videopaviljoen als onbruikbare sculptuur, waar bezoekers in weer en wind video-banden mochten bekijken, waarbij teveel daglicht zulks bemoeilijkte. Beide Weense ontwerpers toonden zich nog altijd bevangen door de nooit achter zich gelaten puberale koppigheidsperiode, zodat hun bouwsel op de oever van het Verbindingskanaal alleen dynamisch oogde, maar verder ongeschikt was voor de simpele functie van het tonen van een videoband.

De frustraties van de beide jonge heren in de jaren zestig en zeventig in Oostenrijk is wel enigermate begrijpelijk. Wat er toen in dat land overwegend werd gebouwd, was met geen pen te beschrijven. Arbeitsgruppe 4, met onder meer Wilhelm Holzbauer, wijdde er indringende exposities over in. En met met nog wat veelbelovende jaargenoten, waarvan velen nu doceren aan academies in en universiteiten in binnen- en buitenland, gaven zij ook alternatieven te zien waarin het functionalisme herleefde in een gevarieerd scala van architectuurvernieuwingen. Beide studenten gaven zich over aan oppositie voeren, om voorlopig niets beters te verzinnen.

Doet men zoiets met voldoende verbaal geweld, dan wordt dat dankbaar door media opgepikt en kan men daar beroemd mee worden. Maar vijfentwintig jaar later zijn het voornamelijk sculpturale maquettes die in ruime kring belangstelling genieten als ‘papieren architectuur’, en in kleine kring als te realiseren architectuur worden beschouwd.

Dit alles wordt men nu dus in het Groninger Museum gewaar; het is een onthullende tentoonstelling zonder veel fotos van die enkele gerealiseerde ontwerpen als een dakopbouwtje in Wenen en een vrolijk decoratief hoekje aan een fabriekshal van veevoeder of een braaf gedetailleerd en nauwelijks opvallend Liedercafe.

Groninger Museum

Museumdirecteur Frans Haks kreeg vooral bekendheid door zijn beleid waarin bovengenoemde abberaties tegen het functionalisme als heilzaam middel tegen -soms inderdaad verwaterd- functionalisme werd verkondigd. Toen Frank Stella ongehonoreerd aan de kant werd gezet, omdat zijn ontwerp voor de dakzaal moeilijk was te realiseren, werd het gesloten bouwvolume van de Amerikaanse beeldhouwer vervangen door een heel transparante dakopbouw van Prix/Swiczinsky.

Geen problemen voor de oude kunst, het wordt volgens beschrijvingen een dakpaviljoen van platen staal met daartussen glas. We weten dat voor het Nederlands Architectuurinstituut lakens onder de daklichten werden gespannen en wellicht ook boven de overmaatse pergola, in de Rotterdamse volksmond het wasrek genoemd, zonwering voor ondergelegen verdiepingen die oververhit raken. Desalniettemin krijgt het Groninger Museum zon transparant paviljoen als aanvulling op de toch al twijfelachtige Italiaanse bijdrage aan de noordelijke museumarchitectuur.

Bezeten van frustraties dat de stad niet meetelt in het internationale architectuurdebat, verzint men een bibliotheek van Giorgio Grassi en stadhuisvleugel van Adolfo Natalini. Maar architectonische kwaliteit treft men er slechts aan in enkele woningbouwpoen van jonge Nederlandse architecten, waar gewoon een opdrachtgever naar zinvolle invulling van zijn bescheiden budgetten heeft gezocht.

Maar in het spoor van minder geslaagde voorbeelden van Duitse architectuur spektakels in museale huisvestingen, koos men Mendini en nu dan Coop Himmelblau.

De maquette oogt spannend. Grote stalen overspanningen als voetgengersroutes boven het water worden voor museumbezoekers toegankelijk, vermoedelijk net zo lang als het pleintje met de sculptuur van Per Kirkeby aan de overzijde van het water in de PTT-Telecom-kantoren. Maar zulks behoort tot de Weense verleidingstactiek. Ook binnen het paviljoen suggereren maquettes fantastische ruimten met slank vormgegeven bruggen en trappen.

Voor oude kunst is dat niet alleen ongebruikelijk, maar gezien de bescheiden formaten ook niet wenselijk. Maar voor de architectuurtoerist speelt de inhoud niet mee, men komt voor de architectuur.

Kritisch is deze toerist zelden. Men geniet bij voorbaat van de maquettes van karton, soms hout en veel transparante kunststof.

Maar dat verhaal in een begeleidende krant over stalen platen en glas is natuurlijk alleen op maquetteschaal te suggereren. Stalen platen moeten bekleed worden om aan bouwfysische en bouwtechnische eisen te voldoen met dakbedekking, warmteisolatie, leidingen, verlichting enzovoort. Die stalen platen moeten opgevangen worden, waartoe glas ten ene male ongeschikt is bij deze dimensies. Er is een draagconstructie nodig met rond het -dubbele- glas kozijnen. Daar schijnt in Groningen niet moeilijk over gedaan te worden. Immers de pakhuissfeer van Grassi’s bibliotheek wordt ook eenzijdig alleen maar beoordeeld op enkele facetten van de baksteenarchitectuur! En ieder gemis aan ruimtelijke kwaliteit van het bibliotheekinterieur valt eenvoudig niemand in Groningen op. En redacties van modieuze hoogglans tijdschriften laten zich verleiden door een enkele vakkundig genomen verleidelijke foto uit het ladewerk van de Italiaan.

Maquette-architectuur

Het verbaasd me niets, dat er voornamelijk maquettes in Groningen worden getoond. Ik heb er van genoten, zoals je dat doet van architectuurfantasien van architecten die gewoon even op papier uit hun gebouwde oeuvre wegdroomden. In een diavoorstelling wordt brave onzin vanuit Wenen nagepraat, die ook nog eens in een begeleidende krant wordt geciteerd. Architecten die over hun uitgangspunten en werkwijze iets zinvols ke vertellen zijn zeldzaam. Beide Oostenrijkers ontwerpen zo nu en dan met de ogen dicht, zodat men nog respect voor eindprodukten moet hebben. In Rotterdam ontwierpen ze een interessante sculptuur; in Groningen heet dat opeens een onderzoek naar de mogelijkheid om de constructie in twee poten op te vangen in plaats van een driepoot. Wat een baarlijke nonsens, waar dan toch nog een interessant straatbeeld uit is voortgekomen; wellicht werd het verhaal pas achteraf bedacht?

Maar vooralsnoch moet ik het zien dat het paviljoen tegenover het Groninger station bouwtechnisch haalbaar wordt, architectonische kwaliteit krijgt die maquettes suggereren en museaal bruikbare ruimte oplevert. Ik houd het nog even op een onmogelijke verleidingsact. Een abberatie tegen een goed functionerend museumpaviljoen van twee inmiddels wat minder jonge heren uit Wenen in wiens Liedercafe of winkelverbouwingtje aan de Kartner Strasse nog weinig werkelijke kwaliteit afleesbaar is.

‘Architectuur moet branden’ riepen beide ontwerpers in de jaren zestig luidkeels.

Maar ik ben tevreden als architectuur functioneert en word enthousiast als het ook nog architectonische kwaliteit aan de dag legt. Dat gaat maar zelden samen, maar veel vertrouwen boezemt het ruimtelijke pokerspelletje langs het Verbindingskanaal nog niet in.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels