nieuws

Budget in N-Brabant voor wegonderhoud fors lager

bouwbreed

Het budget van de provincie Noord-Brabant voor onderhoud van de wegen is ten opzichte van de vermindering van het wegenbestand meer dan evenredig omlaag gegaan. Die conclusie trekken gedeputeerde staten in een notitie over de effecten van de wet Herverdeling Wegenbeheer.

Die wet werd op 4 november vorig jaar van kracht en kwam in de plaats van de wet Uitkering Wegen.

In het kader daarvan vond een uitruil van wegen plaats tussen de diverse overheden. Rijk en provincie kwamen daarbij overeen dat overheveling van wegen in principe een budgettair neutrale aangelegenheid zou zijn.

Voor Noord-Brabant beteken de een en ander dat de uitkering van het rijk voor 1993 werd vastgesteld op ruim f. 102 miljoen. Dit bedrag zal dan de komende vijftien jaar geleidelijk dalen tot f. 86,8 miljoen in het jaar 2008 (prijspeil 1993).

Onderzoek

Voor GS was dat aanleiding na te gaan in hoeverre er, als gevolg van die daling van de rijksuitkering, in de provinciale begroting meer algemene middelen voor de wegensector zouden moeten worden aangewend. Geconcludeerd wordt dat het beslag op de algemene middelen vanuit de wegensector echter zal afnemen.

Volgens GS is dat te danken aan een daling van de kapitaallasten omdat de hoge investeringen uit het verleden geleidelijk aan zijn afgeschreven. Bovendien blijven de lasten voor nieuwe investeringen gelijk omdat het investeringsniveau op een vast bedrag is vastge steld en niet wordt gecorrigeerd op inflatie.

In totaliteit is de lengte van de door de provincie te onderhouden wegen (inclusief fietspaden) met ongeveer eenderde afgenomen.

Maar het volume van het te onderhouden oppervlak van die wegen is daarentegen veel minder sterk gedaald. Dit leidt volgens GS tot de conclusie dat de kosten van onderhoud per kilometer weglengte zijn toegenomen.

Onderhoud

Gekeken is ook naar het verloop van het onderhoudsbudget. Uitgegaan is daarbij van de periode 1982-1993. Daaruit blijkt dat op het budget van 1982 (groot f. 27,7 miljoen) een ombuiging is toegepast van bijna f. 14,5 miljoen. Na aftrek van de extra toevoegingen tot een bedrag van ruim acht ton, komt dit volgens GS neer op een budgetverlaging van f. 13,6 miljoen, ongeveer 50 procent dus.

‘Weliswaar is in die zelfde periode f. 3,7 miljoen overgebracht naar de kapitaaldienst, maar dit geschiedde onder de voorwaarde dat het investeringsvolume ongewijzigd zou blijven. Met andere woorden, de uit investeringen voortvloeiende lasten bleven gelijk terwijl op de gewone dienst een lastenverlichting ontstond die gelijk is aan de overgebrachte bedragen’, aldus GS.

Wanneer het bedrag van f. 3,7 miljoen niet als verlaging van het onderhoudsbudget zou worden aangemerkt, bedraagt de vermindering van het budget f. 9,9 miljoen, hetgeen neerkomt op 32 procent.

Vermindering

Dat brengt GS tot de conclusie ‘dat het onderhoudsvolume in relatie tot de vermindering van (de oppervlakte van) het wegenbestand een meer dan evenredige vermindering heeft ondergaan’.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels