nieuws

Denken over gevaar van asbest sterk veranderd

bouwbreed

Asbest veroorzaakt kanker. Die boodschap is sinds de jaren zestig breed uitgedragen. De Westerse wereld geeft heden ten dage miljarden uit om die vezels uit gebouwen te slopen. Een serieus en gevaarlijk werk, uit te voeren door mannen in maanpakken. Anderzijds produceert de wereld elk jaar een slordige 4 miljoen ton asbest. Driekwart daarvan verdwijnt in cement voor waterpijpen en goedkope huizen, vooral in minder ontwikkelde landen.

De Derde Wereld is de nieuwe asbestmarkt. Gaan we daar in de verre toekomst ook slopers in maanpakken zien? Wellicht, maar na omvangrijke studies die asbest tot de best onderzochte grondstof ter wereld maakten, wint de realiteit het van de paniek uit de jaren ’60 en ’70: niet alle asbest veroorzaakt kanker, zeker niet als de vezel zit opgesloten.

Lange tijd zijn alle vezels binnen de asbestgroep op een hoop geveegd en bestempeld als gevaarlijk. De verwerking van asbest in de geindustrialiseerde wereld is daarom de laatste 15 jaar sterk teruggelopen. In de Verenigde Staten bijvoorbeeld, daalde de vraag in die periode van 800000 ton naar 30000 ton per jaar.

De steenvezels crocidoliet (blauw en sterk) en amosiet (hittebestendig en lang) zijn in Europa en de VS vrijwel van het toneel verdwenen, omdat ze uiterst slecht voor de gezondheid zijn. De mijnen produceren nagenoeg alleen nog chrisotiel (sterk en geschikt om mee te weven).

Deze kleine vezels blijken relatief ongevaarlijk, zeggen wetenschappers. Maar ook daar wil de ontwikkelde wereld, met uitzondering van Japan, niets meer mee te maken hebben.

Anders denken

Het denken over asbest als gevaar voor de volksgezondheid is de laatste drie jaar sterk veranderd. Die trend is in gang gebracht door een artikel in het tijdschrift Science, begin 1990, dat stelde dat reacties op asbest jarenlang overdreven waren.

Het daglad Wall Street Journal citeerde onlangs een rapport van het Gezondheids Instituut van Cambridge in de Amerikaanse staat Massachusetts, dat een onderzoek beschreef bij duizenden mijnwerkers in de Canadese (chrisotiel)asbestmijnen in Quebec.

Onderzoekers stelden vast dat de 11000 mijnwerkers met een hoge blootstelling van asbest in feite een geringere kans op longkanker hadden dan de gemiddelde burger.

Tenzij ze rookten.

Anderzijds blijken, na summier medisch onderzoek, honderden zwarte (amosiet)mijnwerkers in het Zuidafrikaanse thuisland Lebowa er slecht aan toe.

Vooral longziekten komen voor, ook bij mensen die 25 jaar geleden een half jaartje in de asbestmijn hadden gewerkt.

Deze mijnwerkers komen in aanmerking voor een schadevergoeding.

Toegestaan

De korte chrisotiel-vezels blijken minder kwaad te ke dan gedacht. Het is om die reden dat watermaatschappijen in de VS het gebruik van pijpen van asbestcement weer toestaan. Er ligt al 500000 kilometer in de grond, maar het instituut voor milieubescherming had uitbreiding van het net met asbestcement verboden. Die ban is opgeheven.

‘Die pijpen zitten al 50 jaar in de grond. Daar is niets mis mee. Vezels kunen niet losraken. Het omgekeerde is het geval. Hoe langer de pijpen in de grond zitten, des te sterker het cement wordt’, zegt directeur Pat Hart van Hanova in Johannesburg, de Holdingmaatschappij die meer dan 95 procent van de Zuidafrikaanse asbestproduktie controleert.

Zuid-Afrika is de vijfde producent van asbest ter wereld, na Rusland, Canada, Brazilie en China.

Europa neemt het zekere voor het onzekere. Europese richtlijnen leggen de toepassing van asbest aan banden. In Nederland, zo schat het ministerie van Sociale Zaken, sterven jaarlijks 300 tot 600 mensen aan de gevolgen van blootstelling aan asbestvezels, opgelopen in de tijd dat nog losse asbest op plafonds lag als brandpreventie.

Asbest is dichterbij dan menigeen denkt. Het zit of zat in haardrogers, broodroosters, strijkplankhoezen en vloerbe dekking. Onder de Hollandse bodem ligt 40000 kilometer waterpijp van asbestcement.

In Nederland mag asbest sinds 1 juli 1993 niet meer worden verwerkt. Voor sloop- en verbouwingswerk gelden aparte regels. De overheid volgde daarmee een praktijk die al enkele jaren in de bouw gold.

Eigenschappen

Asbest dankt zijn populariteit aan de fysische eigenschappen. Het is sterk, zuurbestendig en isolerend. Bovendien is het goedkoop. In Nederland is asbest in bouwmaterialen terug te vinden in (golf)platen, isolatiemateriaal en buizen.

Werken met asbest is gevaarlijk, zodra de vezels (amosiet of crocidoliet) in de lucht komen.

Maar het gevaar is niet direct zichtbaar: het duurt zeker 20 jaar voordat blootstelling aan asbest eventueel tot kanker leidt. Die onzichtbaarheid en de lange tijd tussen blootstelling en ziekte verklaren de angst voor het produkt.

Vervangende produkten voor asbest zijn niet altijd voorhanden. Glas- en steenwol of keramische vezels hebben niet dezelfde eigenschappen, zegt een analist in Johannesburg. ‘Dat een paar jaar geleden het Amerikaanse ruimteschip Challenger is opgeblazen, komt doordat een asbesthoudende afsluiter was vervangen door een andere afsluiter. En die begaf het.’

Vanwege de antiasbest-campagnes is de sector flink door elkaar geschud. Duizenden banan bij producenten en verwerkers zijn verdwenen. Mijnen zijn gesloten. Het vorig jaar stopte in Zuid-Afrika de laatste amosiet mijn. De produktie van blauwe asbest loopt op haar laatste benen.

Nieuwe markten

Producenten zoeken agressief naar nieuwe afzetmarkten. Die vinden ze in ontwikkelingslanden, in Latijns Amerika, Zuid- Oost Azie, Noord Afrika, het Midden Oosten. Is hier sprake van het bekende verschijnsel dat door het Westen uitgespuwde produkten worden gedumpt in de Derde Wereld, zoals gebeurt met medicijnen en bestrijdingsmiddelen?

Het ligt in het geval van asbest wat subtieler. Het Westen stelde zijn anti-asbest-regels op toen wetenschappers riepen dat alle vezels gevaarlijk zijn.

Nu blijkt chrisotiel betrekkelijk gevaarloos. De andere vezels, waarvan nog altijd tonnen jaarlijks op de markt komen, vereisen strenge controle van overheden en verwerkers.

Die moet voorkomen dat vezels door de lucht gaan zweven.

Maar scherp toezicht is in het Westen al een probleem, wat onder meer blijkt uit het groeiend aantal klachten over werken met asbest in Nederland, laat staan in ontwikkelingslanden, waar regelgeving voor een schone en veilige werkomgeving sowieso al ontbreekt.

Er zijn echter belangrijke voordelen voor de Derde Wereld, claimen analisten en producenten, die verwijzen naar het asbestcement (85 procent cement en 15 procent asbest).

Het maken van dit cement is goedkoop en een simpel proces, eenvoudiger dan het maken van plastic of stalen pijpen, en daardoor bereikbaar voor de Derde Wereld, zegt een analist. ‘Als je het verbruik van asbest zou verbieden, zouden meer mensen doodgaan omdat ze geen schoon water hebben, dan vanwege asbestcement.’

Gewild produkt

Asbest zal tot in lengte van jaren een gewild produkt blijven, verwacht directeur Hart van Hanova. ‘Ik voorzie een goede markt in ontwikkelingslanden.

Wat we minder afzetten in het Westen, zal naar de Derde Wereld gaan.” De exportmarkt zal zich de komende jaren stabiliseren rond de 1,3 miljoen ton. Voor nieuwe producenten is naar zijn mening geen ruimte.

Terwijl enerzijds landen doorbouwen met asbest, breken andere landen zich het hoofd wat ze moeten doen met het inmiddels verwerkte asbest. In de meeste Nederlandse gebouwen van voor 1900 is de steenvezel aanwezig. Schattingen over de hoeveelheid asbest in Nederlandse gebouwen loopt uiteen van 1 tot 3 miljoen ton.

In de VS wordt al snel gekozen voor slopen en beschermd verwijderen. Het vorig jaar gaven de VS naar schatting 3 miljard dollar uit aan het weghalen van asbest. Directe aanleiding is veelal om te voorkomen dat later zware financiele claims worden ingediend.

Het blijkt echter doorgaans te gaan om de chrisotiel vezel.

En, zo wijzen metingen uit, na het weghalen van die vezels bleken er meer deeltjes asbest in de lucht te zweven dan ervoor.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels